©Conseo
 

Kind in de knel

  • Ondersteun de vader en de fantastische moeder die elk willen Có-Ouderen, zelf samen kinderen opvoeden, al dan niet samen wónend. Verbeter taal politiek en cultuur van het maatschappelijk middenveld opdat váder ook in de traditionele gebieden wordt gerespecteerd. Wij moedigen aan vol te houden met grootbrengen van kinderen in voorspoed en geluk …
stop vaderloosheid in Haïti
zondag 5 december 2010

In the desert you can't remember your name

Voor mijn zoon

 

Labels: ,

  •      
dinsdag 2 november 2010

Ongeloof in seks voor het huwelijk

Een 24-jarige vrouw heeft zich maandag tijdens zitting van de Commissie gelijke behandeling beklaagd dat een zaandamse evangelische basisschool haar heeft afgewezen als gymjuf omdat zij ongehuwd samen met haar vriend op wereldreis is geweest. Kind in de knel pleit voor geloven met verstand.

De directeur van de school kent de sollicitante goed en bovendien het gezin waartoe ze behoort. Ze is een oud-leerlinge van hem, aanvankelijk leek de benoeming in kannen en kruiken. Na een telefoongesprek dat vooral ging over de vakantie die ze maakte, volgde een gesprek met de sollicitatiecommissie met als uitkomst een afwijzing. De vrouw vertelde voor de Commissie verbaasd te zijn dat de school niet het samen reizen noemt als motivering voor de afwijzing maar haar opstelling ten opzicht van het evangelisch geloof. De school twijfelt of de afgewezen sollicitante achter het geloof van de school staat en of zij in staat is dit uit te dragen.

Enkel feit geen geldige reden

Het zoeken van de school naar haar eigen motief in de geloofswereld zelf, heeft te maken met regels: een enkel feit zoals een samen doorgebrachte vakantie is geen reden voor afwijzing bij sollicitatie. Voor een bijzondere school is belangrijk zich te presenteren met een helder geloof. De sollicitatiecommissie moet van mening zijn dat de aangewezen sollicitante tijdens lessen het geloof niet kan overbrengen en uitdragen. De Raad van state stelde mei vorig jaar de voorwaarde dat confessionele onderwijsinstellingen hun geloof consistent en consequent in de praktijk brengen teneinde van hun personeel loyaliteit te mogen verlangen.

Volgens de school zou de vrouw seks voor het huwelijk niet als strijdig met haar evangelische achtergrond beschouwen. De vrouw brengt naar voren dat haar visie op seks voor het huwelijk niet tijdens het sollicitatiegesprek aan de orde is gekomen: „De gestelde vraag over het samen reizen met mijn vriend was: Hoe heb je dat gedaan met slapen? Mijn antwoord hierop is dat we kamers deelden. Over een visie op seks voor het huwelijk is tijdens het sollicitatiegesprek niet gesproken.” Volgens de school is slapen op éen kamer niet het enkele feit, de directeur beweert dat de vrouw weinig belang hecht aan aansluiting bij een kerk. De vrouw ontkent dit.

De Commissie vroeg tijdens de zitting uitleg waarom het noodzakelijk is dat een gymdocente een evangelische achtergrond heeft. Daarop antwoordde de directeur dat haar achtergrond de paraplu is waar alles onder valt, zij draagt automatisch bepaalde waarden en normen over. Een docent moet op alle momenten aanspreekbaar kunnen zijn op wie je bent. In de ogen van de school ziet de vrouw god niet als god van rechtvaardigheid en oordeel. De vrouw zegt god te zien als een god van liefde en wel degelijk ook van rechtvaardigheid: „Ik heb de nadruk gelegd op liefde, voor mij ligt de essentie van het geloof in onze verlossing (..) Als dit in de ogen van de school als eenzijdig wordt gezien hadden zij mij hierop mogen en wellicht moeten doorvragen.”

Ongehuwd samenwonen

De aangewezen sollicitante gaf tijdens de zitting aan dat een van de leden van de sollicitatiecommissie zelf ongehuwd samenwoont. Nadat de Commissie voor gelijke behandeling de schooldirecteur daarop bevroeg, gaf hij aan dat dit inderdaad het geval is. Hij is niet op het samenwonen van de medewerker aanspreekbaar, hij moet hierover eerst nadere informatie gaan inwinnen hoe daarmee te handelen, overigens heeft hij al wél met die collega gepraat. Bovendien laat de school kinderen toe waarvan de ouders ongehuwd samenwonen, dit zou volgens de directeur sporadisch voorkomen.

Bedreiging voor consistentie van een school

Wanneer een gymdocente die evangelisch is grootgebracht niet geschikt zou zijn als gymjuf op zo'n school, kan men zich afvragen of het geloof wel voldoende stabiele kwaliteiten heeft. Sinds 2009 is Schatrijk aangesloten bij stichting Agora, die als doel heeft katholieke en protestants-christelijke basisscholen op te richten en in stand te houden. Schatrijk is onder Agora de enige evangelische school. De directeur meent dat het van groot belang is de eenzijdige geloofsopvatting te bewaren en koesteren. De advocaat van de school tijdens de zitting: „Als deze gemeenschappelijke basis er niet is, wordt het onmogelijk Schatrijk als evangelische school overeind te houden.” De directeur vindt de hele situatie bijzonder vervelend, hij beklemtoont: „Maar we hebben naar eer en geweten gehandeld en zijn daarin consistent geweest.” Het hoort bij de evangelisch-patriarchale cultuur met meer klémtoon te spreken naarmate de uitdrager het vervelend vindt.

Melden helpt

Danny Schwartz fotografie

In een emotioneel slotbetoog geeft de 24-jarige vrouw aan hoe moeilijk zij het met de afwijzing heeft, terwijl haar trouwjurk al in de kast hangt. „Voel als veroordeelde en heb een stempel gekregen niet goed genoeg te zijn op deze school te kunnen werken.” Ook haar meegekomen vader heeft grote moeite met de opstelling van de school: „We praten over het evangelie, dat is een goede boodschap. Wat mijn dochter kreeg was geen goede boodschap, mijn god zou dit zo niet doen.”

Probeer uit wie bij je past

De redactie van Kindindeknel meent:

  1. Door daten alvorens kiezen voor elkaar leer je anderen kennen. Je laten uithuwelijken door de omgeving is uit den boze.
  2. Op elkaar aangewezen zijn tijdens wereldreis leert partners geschikt te zijn voor het avontuur van samenwonen.
  3. Een periode van samenwonen is een toets of partners voldoende bij elkaar passen om ouders te worden, nakomelingen groot te brengen.

Wetenschappelijk onderzoek leert dat ouders die voor het huwelijk het bed deelden, minder ruzie maken. Dit geeft het goede voorbeeld voor de kinderen die het later als ouders opvolgen. Voor grootbrengen dienen partners de gehele jeugd béiden liefhebbend ouder te zijn. Verstandige mensen kiezen daartoe hun partner zorgvuldig en stapsgewijze alvorens geboorte te doen. Daarentegen leidt vermijden van seks voor een huwelijk tot uitgeblust huwelijks bestaan of openlijke ruzie en/of uit elkaar gaan en is daarom gevaarlijk voor het leven; geloven in seks vermijden heeft onvoldoende overlevingskansen.

Arbeidsparticipatie van de vrouw

De repressie van de ouderling op sollicitante heeft het voortijdig hangen van een trouwjurk in de kast tot gevolg, waardoor de fase van samen -wonen en -werken alvorens geboorte te doen, verloren dreigt te gaan. Zonde.

Aids

Er is een kerk die consequent anti-conceptie afwijst waardoor zwakkeren onder kerkgangers kampen met gezinnen die groter zijn dan hun lief is, met armoede als gevolg dus verminderde kansen voor kinderen die het treft met name in dure tienerjaren. Het uitdragen van het kerks idee dat anti-conceptie slecht zou zijn, geeft bovendien te lijden doordat het aids zaait in arme landen. Dus aansluiting bij de kerk is op zichzelf geen maatstaf voor consistentie van een geloof. Indien stichting Agora verder wil gaan met een evangelische poot, past het haar met gymnastische energie toe te zien op kwaliteit.

Écht debat

Teloorgang van kerk heeft het gevolg dat evangelisch gedrag steeds minder onderwerp is van échte discussie. Jammer, want bijzonder onderwijs is vergeleken met openbaar beslist niet slecht, al met al. Ik schrijf dit vanwege goede ervaringen in mijn jeugd op basisschool Jan de Doper in Hoograven (Utrecht). Het is de moeite waard de vinger te leggen op grote geloofsfouten.

Ongepast

Het Nexus instituut verhaalt in Rob Riemen's nieuwste boek van het cultiveren van geestelijke leegte door gecorrumpeerde elites. Een carrière directeur van een schoolbestuur dat wetenschap en volwassen kwaliteiten voor menselijk milieu over het hoofd zag, kon daardoor niet consequent 19e eeuwse plattelandsgebruiken handhaven. Dat de directie desondanks ruimte ontneemt aan een lid van de gemeenschap met een ontwikkelde beleving, komt vorming op de school niet ten goede en is dus bepaaldelijk ongepast.

De commissie doet uitspraak vòor 31 dec aanstaande.

Lees verder …

  • Erfocentrum gunt SP-kamerlid Nine Kooiman De Gekroonde Giraffe voor uitgestoken nek.

  • Rob Riemen's boek De eeuwige terugkeer van het fascisme schetst geschiedenis en houdt de nederlandse samenleving een spiegel voor. De hedendaagse teloorgang van maatschappelijk kapitaal moet namelijk niet vergeleken worden met waar het twintigste-eeuwse fascisme op is uitgelopen maar met hoe dit begon. Het fenomeen is niets anders dan de logische consequentie van politieke partijen die hun eigen gedachtegoed verloochenen, gemakzuchtige universiteiten die onvoldoende onderhoud plegen voor het europees humane beschavingsideaal, de geldingsdrang in het bijzonder onderwijs en een omroep die liever buikspreker is dan een kritische spiegel voor het volk: Een maatschappij waar wij allen verantwoordelijk voor zijn. Uitgeverij Atlas: ISBN 978 90 4501 8560.

Labels: ,

  •      
vrijdag 8 oktober 2010

Nobel Prijs Vrede naar mensenrecht activist Liu Xiaobo

English flag

Van te voren gonsde het over 237 kandidaten waaronder Helmut Kohl. Naast personen kan de prijs ook naar organisaties gaan, dit jaar waren het Internet en de europese unie genomineerd. Vanochtend werd bekend dat de chinese dissident Liu Xiaobo heeft gewonnen. Een paar weken geleden pleitte de voormalig tjechische president Václav Havel om deze prijs aan Liu te geven. Direct kwam een reactie van de Chinezen dat de Noren op hun tellen moeten passen. De druk was groot en het is dapper van Noorwegen dat de prijs aan hem is toegekend.

Nobel peace prize winner Liu Xiaobo

Liu Xiaobo was éen van de studenten die bloedvergieten wilden voorkomen bij het protest in 1989 op het Plein van de hemelse vrede. Sindsdien is hij criticus van de chinese staat en hij vecht voor meer vrijheid en democratie, de man schrijft werkelijk prachtig met scherpe pen. Dat is hem duur komen te staan, na de demonstratie van 1989 zat hij vijf jaar achter tralies. In 1996 werd hij opnieuw veroordeeld tot dwangarbeid en werkkamp omdat hij pleit voor het meerpartijenstelsel en hij wil onderhandeling met de Dalai Lama. Buiten de gevangenis werd hij voortdurend gecontroleerd door de overheid en had huisarrest. Nu is hij een literatuur professor die vast zit voor zijn kritiek op het chinese communistische regiem.

Verbeter rechtspraak en respecteer mensenrechten

Het door hem geschreven charter 2008 is geïnspireerd op de tjechische democratiserings- beweging en is blauwdruk voor democratie in china. Lia Xiaobo fileert werkelijk het chinese éenpartij systeem, alle dingen die misgaan zet hij vlijmscherp op een rij en komt dan met 19 stappen die leiden tot democratisering. Het handvest pleit voor een bétere rechtspraak en náleving van de mensenrechten. Zo'n 10.000 dissidente kunstenaars en journalisten hebben ondertekend, nou dat is echt in het verkeerde keelgat geschoten in Peking. De chinese versie van het manifest werd onmiddellijk van het internet gehaald en veel mensen kregen bezoek van de politie en werden zwaar onder druk gezet. Liu Xiaobo als auteur is eruit gepikt en ten voorbeeld gesteld, rond kerstmis 2009 werd hij veroordeeld tot 11 jaar achter tralies wegens opruiende activiteiten. Nou zit de arme man geïsoleerd in de noordelijke provincie Lia Ling op zo'n 300 kilometer van Peking. Willens en wetens is hij uit het centrum van de macht gehaald en de vraag is of zijn familie hem kan bereiken. Hoe dan ook vroeg of laat móet hij horen over zijn Prijs, de informatiestromen zijn niet allemaal af te sluiten door de overheid. Zo'n zware straf wegens subversie, normaal kun je daar 15 jaar voor krijgen, hij heeft 11 jaar gehad - china is niet blij met hem.

December 27, 2009: europese unie tégen zware vervolging

Kramp in de billen

Peking zit om deze tijd van het jaar altijd met kramp in de billen want ze zullen toch niet een van onze chinese dissidenten die prijs geven. Als de dood voor de Nobelprijs is china zéker sinds de Dalai Lama hem heeft gekregen, daar is china echt ontzettend kwaad om geworden. Eigenlijk staan er steeds chinese dissidenten op de lijst, dit keer vier. China zet de hakken in het zand en stelt dat het buitenland er niets mee te maken heeft. Ze hebben druk uitgeoefend en we zullen de komende maanden wel meer gaan merken van boze reacties of wrevel tegenover de westerse wereld. Volgens china is de mensenrechten situatie niet zo slecht, de chinezen zijn er juist op vooruit gaan en hebben vrijheid. Toch is Lia Xiaobo het levend bewijs dat het niet het geval is. Sommigen vinden het niet beleefd op dat soort zwarte kantjes van china te wijzen. Er zijn dissidenten die zeggen dat internationale aandacht voor dissidenten goed is, op China moet men zo hard mogelijk kritiek leveren anders verandert hier nooit wat. Een andere Chinese dissident vorig jaar werd bekroond met de Europese Anrej Sacharov mensenrechten prijs en zijn vrouw zegt dat hij minder goed behandeld wordt en de toegang tot hem is verminderd. Aan de andere kant, gisteren niemand wist wie Liu Xiaobo is, vandaag is er het bewustzijn van een bepaald aspect van China. En voor hem de prijs zal een ongelooflijke boost, dat is zeker.

Verklaring van het Nobelcomite

Het Noorse Nobelcomite heeft besloten de prijs voor de vrede 2010 te te kennen aan Liu Xiaobo vanwege zijn lange en geweldloze strijd voor de fundamentele mensenrechten in china. Het comité gelooft sinds lang in de nauwe band tussen vrede en mensenrechen. Deze rechten zijn een voorwaarde voor de broederschap tussen de naties waarover Albert Nobel schreef in zijn testament. De laatste decennia heeft china economische ontwikkeling doorgemaakt zoals nimmer in de geschiedenis. In omvang heeft het land nu 's werelds tweede economie, honderden miljoenen mensen zijn uit armoede losgewerkt, ruimte voor deelname aan politiek is verbreed. Vanwege de nieuwe status is meer verantwoordelijkheid van china voor haar binnenlandse vrijheden terecht. China handelt in strijd met verschillende internationale overeenkomsten en ook in strijd met de eigen bepalingen over politieke rechten.

President van Nobel comité Thorbjoern Jagland, 8 okt 2010

Artikel 35 van de chinese grondwet regelt dat de burgers van de volksrepubliek vrijheid van meningsuiting genieten, van pers, vergadering, vereniging, optocht en van demonstratie. In de praktijk bleken deze vrijheden duidelijk ingekort te worden voor de burgers. Al méer dan twee decennia is Liu Xiaobo een sterke woordvoerder voor het handhaven van de fundamentele rechten van de mens in china. Hij nam deel aan het protest op het Plein van de hemelse vrede in 1989. Hij is een toonaangevende auteur achter Charta 08, het manifest van de mensenrechten in china dat werd gepubliceerd op de 16e verjaardag van de VN universele verklaring van de rechten van de mens. Het jaar daarop werd Liu veroordeeld tot 11 jaar gevangenis en twee jaar ontzetting uit politieke rechten vanwege aanzetten tot ondermijnen van staatsmacht.

Liu heeft voortdurend volgehouden dat deze veroordelingen china's eigen grondwet en de fundamentele mensenrechten schenden. De campagne voor het handhaven van universele mensenrechten wordt gevoerd door veel chinezen, zowel het land zelf als in het buitenland. Door de uitgedeelde strenge straffen is Liu uitgegroeid tot het belangrijkste symbool van de brede strijd voor de mensenrechten.

Bert Kerkhof

Lees verder …

New York - Door vervolging van de meest prominente dissident van China Liu Xiaobo in een vooraf bepaald politieke proces, toont de Chinese regering minachting voor de universele mensenrechten, aldus Human Rights Watch 22 december 2009: China: Liu Xiaoboa's trial is a travesty of justice

Labels: ,

  •      
zondag 19 september 2010

Snel afgeleide mensen zijn meer creatief

Na geconcentreerd werken aan een publicatie voor Raad kinderbescherming is grote belangstelling voor het onderwerp lage latentie inhibitie. Daar is niets mis mee echter vergeet niet tevens het actuele blog rol van Vader in opvoeden te lezen.

portret Duurzame liefde genieten betekent voor velen attentie geven aan meerdere partners. Co-Ouders voeden kinderen op uit eerdere relatie en wonen vaak gescheiden, sommige buurten zijn het daarmee niet eens. Beslissingsbevoegdheid over ons dagelijks bestaan wordt als in een pyramide naar boven getrokken, loket beambten staan klaar ons in minuten af te rekenen. Kwaliteiten van leven verbeteren zónder overbelasting van natuurlijke hulpbronnen en capaciteiten is niet gemakkelijk en ook wij haasten ons van afspraak naar afspraak: onze cultuur veréert aandacht.

Met een populistische- en/of vergrijzende- context geeft gescheiden wonen in de praktijk diverse dilemma's, elk afzonderlijk vraagt speciale denkkracht. Los een dilemma op, geef het:

  • Diepe slaap (weken)
  • Klare overdenking (helder) en
  • Krachtige conclusie (schitteren)

Eén op de twintig volwassenen gebruikt Ritalin, doel van de stof is gedachten van gebruiker enkele uren ónder aandacht vast te houden. Dikwijls is dit géen goede strategie, afleiding is niét altijd slecht. Bij bloggen schrijven werkt kop-donker gebrande koffie of Red-Bull béter.

Studie van neuro-wetenschappers heeft de voordelen van het hebben van vele gedachten gedocumenteerd: Carson Peterson en Higgins te Harvard Cambridge en Toronto, Journal of Personality and social psychology sept 2003 pagina 499-506. Bij 100 studenten werd een sensorische test afgenomen, bedoeld om latent inhibitie niveau te meten, het vermogen om irrelevant lijkende stimuli te negeren (zoals overvliegen van vliegtuigen of ronken van auto's). Op een druk feest stemmen mensen veelal af op gesprekken van enkelen en als u dat kunt heeft u latente inhibitie. Deze vaardigheid is essentieel onderdeel van aandacht en weerhoudt ons van het doen van overtollige waarnemingen.

Mensen met lage latente inhibitie hebben een rijk mengsel van gedachten in het werkgeheugen. Zij hebben moeite met filteren van de wereld en laten álles binnen. Zij overspoelen zich bewust met schijnbaar losse gedachten en zijn letterlijk niet in staat om deze dicht bij de schijnwerper van hun aandacht vast te houden. Zij glijden af naar ándere uithoeken dan het podium en kunnen niet ánders dan het onverwachte in beschouwing nemen.

Interessante constatering van het onderzoek: Bij de studenten geclassificeerd als eminent creatieve presteerders vinden we zeven keer méer een lage latente inhibitie. Dat komt overeen met wat al langer wordt onderkend: Creatief zijn heeft te maken met ópen staan voor ándere ideeën.

Mensen betreuren de oneindige afleiding van het internet, de manier waarop we voortdurend worden verleid door middel van hyperlinks, onverwachte zoek-resultaten en geheimzinnige Wikipedia-pagina's. En ja het is allemaal waar, een medewerker verspilde 30 minuten aan het zoeken naar een Kierkegaard citaat. Hij belandde op een website voor Deense cultuur, die hem leidde naar een fotocollectie van modern Deense meubilair…

Een stortvloed van gevoelens kan verwarren, de geleerde Kierkegaard reeds verwees naar deze mentale toestand als verdrinken in mogelijkheden. Sommige wetenschappers geloven dat (1) uiterst lage latente inhibitie gepaard gaande met (2) ernstige tekortkoming van het werkgeheugen neigend naar psychose: het voortdurend in de weer zijn met kleine afleidingen. Volgens de onderzoekers leidt lage latente inhibitie slechts tot méer creativiteit indien het gepaard gaat met bereidheid de overmaat van gedachten te analyseren en voortdurend te zoeken naar signaal te midden van lawaai. We dienen méer informatie binnen te laten, maar we moeten ook meedogenloos nutteloze zaken weggooien.

Probleem is niet verstrooidheid maar de combinatie van verstrooidheid en gebrek aan cureren van onze gedachten, verzorgen op relevantie van wat rondhangt in het werkgeheugen. Denk aan het internet als een cocktailparty, gevuld met alle dagen voortkwebbelende gesprekken. Ons doel moet niet zijn om álles buiten gehoorafstand te negéren, dat zou onze creativiteit áfremmen en gevángen houden in een smalle wereld. In plaats daarvan moeten we blijven zoeken naar de stemmen van wijze váders, opdat we de juiste gegevens in de hersenen opnieuw ordenen.

Nu we het toch hebben over stemmen van vaders, ik ben absoluut blij om deel uit te maken van het netwerk van vader-bloggers hier bij Kindindeknel. Ik twijfel niet dat hun woorden mij zullen afleiden en helpen dit blog beter te maken.

Bert Kerkhof

Lees verder …

Labels: ,

  •      
maandag 26 juli 2010

Vele doden bij Love Parade

Vanuit beide richtingen liep de menigte de tunnel in, mensen die vielen konden niet meer opstaan. Doden vielen vanaf 17:44 tot 18:00. Televisie verslaggever Thomas Münten van de ZDF was in Duisburg en hij verklaart dat bezoekers een half uur vòor het ongeluk aan de hulpdiensten zoals het Rode Kruis en ook aan de politie zeiden dat het zo niet gaat, dat de tunnel te smal is en de situatie uit de hand loopt. Zij hebben gevraagd de tunnel af te sluiten. Het is nog niet bekend wat de politie met deze melding heeft gedaan.

Op het Pinkpop festival is nooit een dode gevallen dankzij tijd en geld (1 miljoen euro) dat wordt uitgetrokken voor veiligheid. Organisator Jan Smeets houdt vergunningverlener Duisburg verantwoordelijk. Volgens Jan moet geen toestemming zijn voor gratis festivals en hij pleit voor kleinere evenementen in Duitsland. De verklaring van Jan Smeets zou te vinden moeten zijn (indien de ongelukkige labels 'homeland security' niet zijn genoemd) via de YouTube zoek-opdracht: Jan Smeets over Duisburg, in ieder geval is deze via het Kindindeknel kanaal beschikbaar.

Labels: ,

  •      
zondag 14 februari 2010

Jeffrey zingt voor zijn Vader ♫

 

Kan een vriendschap van een vader voor zijn kinderen te snel komen? Oscar heeft naast Jeffrey nog drie kinderen, éen van zes jaar en een tweeling van twaalf jaar. Zij waren niet bij het succes van hun broer in de studio aanwezig, de ex is te traag.

Labels: ,

  •      
dinsdag 22 december 2009

China: Liu Xiaoboa's trial is a travesty of justice

New York - By mounting a pre-determined political trial of China's most prominent dissident, the chinese government is violating the rights of Liu Xiaobo and showing contempt for its universal human rights commitments, Human rights watch said today.

Liu Xiaobo, a leading intellectual who spent nearly two years in prison after the Tiananmen crackdown, has been indicted for incitement to subvert state power, a charge frequently used against dissidents because it allows the criminalization of criticisms of the government and the party. Liu's trial is due to open on the morning of December 23 in Beijing.

The only purpose of this trial is to dress up naked political repression in the trappings of legal proceedings, said Sophie Richardson, Asia advocacy director at Human Rights Watch. Liua's crimes are non-existent, yet his fate has been pre-determined. This is a travesty of justice.

Liu has been indicted for incitement to subvert state power for his contribution to the drafting of Charter 08, a political manifesto calling for human rights and the rule of law in china, as well as several articles he had published in previous years. He was arrested on December 8th 2008, and detained for over a year before being indicted. The maximum under a single charge of fixed-term imprisonment under chinese law is 15 years in prison.

I blog for human rights

Although Liu was promised an open trial, his wife Liu Xia was told by court officials this week that she would not be allowed to attend the trial. Several original co-signatories of Charter 08 who had earlier expressed their solidarity with Liu Xiaobo, have been warned by security agents that they should not attempt to attend the trial and are placed under police surveillance.

Liu Xiaobo's case has been marked by grave rights violations from the outset, said Richardson. His arrest was political, the charges are political, and his trial is political. Human Rights Watch urged foreign governments to continue to press the chinese government for Liu Xiaobo's immediate release.

Background

Liu, a prolific writer and pro-democracy essayist, has been detained, arrested, and sentenced repeatedly for his peaceful political activities since the late 1980s. Arguably china's most well-known dissident abroad, he has received several international human rights prizes.

After his detention in December 2008, a group of leading writers, china scholars, lawyers, and human rights advocates from around the world, including several Nobel Prize winners, released a letter urging for Liu's release to chinese president Hu Jintao. On January 21th 2009, the appeal was echoed by a consortium of 300 international writers coordinated by PEN, including Salman Rushdie, Umberto Eco, Margaret Atwood, and Ha Jin.

In March 2009, Liu was awarded the Homo Homini prize, which was presented by president Václav Havel to several other signatories of Charter 08 representing Liu at a ceremony in Prague. Human rights watch, as well as Amnesty international, Reporters without borders, and PEN have repeatedly called for his release, and recently asked president Obama to raise his case in his meeting with president Hu Jintao.

Human rights watch, 2009 December 22th 00:49 GMT

Contact:
Bert Kerkhof

Labels:

  •      
donderdag 18 juni 2009

Onderzoek sport voor vaderloze kinderen

Onderzoek is een sport waaraan steeds hogere eisen worden gesteld. In 2005 werd een eerste onderzoek gepresenteerd over kinderen van 8 tot 12 jaar. Aan de kinderen werd gevraagd zelf een lijst in te vullen:

  • 39 procent kunnen niet of te weinig met hun vader praten
  • 14 procent heeft het thuis niet naar de zin
  • 10 procent vind de sfeer thuis slecht

Allochtone afkomst en taalproblemen blijken niet de belangrijkste oorzaken te zijn van gebrek aan contact van kinderen met hun vader. Een bijstands inkomen en bijkomend het alleenstaand ouderschap vormen de grootste handicaps bij gezond welzijn en functioneren op sportveld én op school. Erkenning is nodig van de rol van vaders bij de opvoeding, plus wat geld.

80 miljoen

Geschrokken van deze uitkomst maakte destijds staatssecretaris Ahmed Aboutaleb 80 miljoen vrij om armoede onder kinderen te bestrijden en stelde als norm dat kinderen moeten kunnen meedoen aan sport. Ook de kinderen die alleen wonen met hun moeder, Pvda-kamerlid Hans Spekman heeft zich hier altijd voor ingezet. Hij vind het terecht dat het kabinet gemeenten meer mogelijkheden geeft om armoede bij kinderen gericht te bestrijden en te zorgen dat zij bijvoorbeeld kunnen sporten. Nu is het zaak dat de gemeenten daar gebruik van gaan maken.

Voor het eerste Utrechtse warenhuis  Voor de schuur in Nieuwegein Hans Spekman en Bert Kerkhof

Een kind moet een vader hebben die bevordert dat het kind een hobby heeft of lid wordt van een sportvereniging of muziekschool. Van met je zoon naar het voetbalveld gaan, dromen zelfs mannen zonder kinderen, zegt Kerkhof. Spekman: Je mag een kind nooit buitensluiten. We zijn het als pvda aan onze stand verplicht daarvoor te strijden.

Stand van zaken

Staatssecretaris Jetta Klijnsma nam het plan Alle kinderen een goede start over en bood de Tweedekamer onderzoek aan in de week van 12 mei 2009. Er werd afgesproken het percentage kinderen in vaderloze gezinnen die geen lid zijn van een (sport)vereniging, aan het eind van de kabinetsperiode te halveren.

Uit de nulmeting komt naar voren dat vele kinderen dagelijks te maken hebben met geweld binnen het huwelijk. Ten behoeve van de lieve vrede gaan jaarlijks 110.000 samenwonende en gehuwde stellen uit elkaar. Elk jaar horen bijna 62.000 kinderen dat hun ouders gescheiden gaan wonen.

Vaak gaat dit goed doordat de ouders een ouderschapsplan overeenkomen en een co-ouderschap vormen. Wanneer de relatie verbroken wordt, krijgen moeders niet makkelijk een nieuwe vader. Vijf jaar na scheiding heeft slechts 40 procent van hen een vriend. De helft van de vaders heeft al na drie jaar een nieuwe partner. En vijf jaar na de relatie-breuk staat het voor de vaders op 67 procent.

Vele kinderen die scheiden, dat zijn er zo'n 1200 per week, raken verstoten van hun vader en moeten leven met onvoldoende ankerpunten om zich op te trekken tot volmondig burger. Ze groeien minder gezond en veilig op en de talent ontwikkeling blijft achter. Ze worden niet goed voorbereid op de toekomst en hebben weinig plezier. Juist deze kinderen worden in de pút geráakt. Hun wélvaren en gelúk houdt geen balans. In Nederland wonen bij elkaar ongeveer 3,4 miljoen kinderen. Waarvan dus 39 procent, dit zijn meer dan 1,3 miljoen kinderen, te weinig met hun vader praten. Dit zijn ónze kinderen in de knel.

Meer dan een derde van hen zit niet op sport, muziekles of scouting. Om in 2011 vast te kunnen stellen of de gewenste doelstelling van halvering van het percentage kwetsbare kinderen is gehaald, wordt in 2010 een meting verricht.

Niemand buitensluiten

Tot nu toe heeft ongeveer de helft van de lokale overheden een convenant ondertekend om het sporten te bevorderen. Veel te weinig, vindt Hans Spekman. Nu Kind in de knel de datum van de nul-meting heeft verlegd naar 2005, krijgt gezond welbevinden thuis en presteren van kinderen in de klas een belangrijker plaats. Staatssecretaris Klijnsma roept de gemeenten op, naast het bevorderen van sporten met vaders, stap voor stap ook de kwetsbaarheid van kinderen weg te nemen.

Voetbal

Het is binnenkort vaderdag en feit is dat ook aan de kant van vader handicaps bestaan. Veel vaders zijn handen vol geld kwijt aan rechtszaken, alleen al om in het weekend met hun kinderen samen te zijn. In sommige kantons worden door justitie alimentatiebedragen opgelegd aan vader en/of zijn nieuwe partner, die in geen verhouding staan tot zijn netto inkomen. Deze vaders werken hard en houden weinig tijd over. Geroepen wordt beide ouders gelijke kansen te geven wat betreft werk, rechtsbijstand, kindgebonden budget en kinderbijslag, ook als zij uit elkaar wonen.

Niet alleen financiën spelen een rol. Soms doorbreken buurtbewoners en/of jeugdzorg de privacy van ouders die uit elkaar zijn. In traditionele achterstandswijken van dorpen en steden kunnen roddel en achterklap de ronde doen. Smaad en laster kan vaders én moeders belemmeren in contacten met hun kinderen. Dan moet je sterk in je schoenen staan en samenwerking zoeken om met je zoon of dochter deel te nemen aan sport of muziek.

Nu politiek samenspant met ouderorganisatie, is te verwachten dat de motivatie bij lagere overheden om mee te doen hoger wordt. Van lokale bestuurders wordt gevraagd te zorgen dat van álle geboden mogelijkheden gebruik gemaakt wordt. We horen graag voorbeelden uit het land waar het níet, maar ook waar het wél goed gaat met vaderschap en sport en waarom.

Doelstellingen

Tenslotte wijzen Spekman en Kerkhof op de opgave voor gemeenten en provincies om de doelstellingen te halen: Of dat nou linksom gaat of rechtsom, maakt hen niet uit. Dus ook als dat betekent dat extra middelen van het kabinet nodig zijn of geld anders dan sport of bijstand moet worden geoormerkt. Zelfs het steunen en stimuleren van vaders die het moeilijk bolwerken, behoort tot de mogelijkheden. Want kinderen mogen niet worden buitengesloten.

Staatssecretaris Klijnsma heeft het rapport aan alle gemeenten in Nederland gezonden.

Bert Kerkhof
is docent ontwikkelingspsychologie en arbeidsintegratie afgestudeerden faculteit (Utrecht), planner statistische economie (Norg, Voorburg), landelijk verenigingsadviseur gehandicaptenzorg en sociale politiek (Utrecht, Amsterdam), bankair analist en europees programmeur betalingsverkeer en verzekering (Norg, Rotterdam). Voor de Pvda is hij kandidaat Tweedekamerlid en kandidaat Minister

Labels: ,

  •      
zaterdag 28 maart 2009

Moeders pappot hindert jongeren bij vinden werk

In de serie Wie is jouw vader vandaag aandacht voor jongerenhuisvesting

Over wonen in crisistijd gaat deze week een artikel in De Griffioen, hét blad voor Oostellingwerf én daarbuiten. Koopwoningen worden ruim aangeboden zoals in project De Melkweg, appartementen in de wijk Prandinga en aan de houtwal in Oosterwolde. Diverse appartementen zijn er ook in het centrum van Haulerwijk en nieuwbouwwoningen in Waskemeer. Het rentepeil is laag, dus is het de hoogste tijd voor oma om de huurwoning vrij te maken voor jongeren.

Vanochtend bij het jeugdvoetbal de situatie besproken met een andere vader van het D1-team. Als onze kinderen 10, 15 jaar ouder zijn, is een koopwoning niet het éerste wat opkomt. Dan moeten ze toch eerst sparen en dan denk je aan een huurwoning. Zullen er genoeg betaalbare huurwoningen voor hen zijn? Nu al in de streek is een wachtlijst van zeker twee jaar. Voor een mooie woning moet je vaak langer wachten. In de NRC Next van gisteren klaagt Sven Stevenson van de Jonge Socialisten: “Jongeren hebben totaal geen belang bij hoe de woningmarkt in elkaar steekt. Ze hebben onvoldoende toegang tot betaalbare huur- of koopwoningen en betalen zich blauw aan particuliere verhuurders.”

Leiders van drie jongeren organisaties in het catshuis
IJmert Muilwijk (PerspectieF), Harry van der Molen (CDJA) en Sven Stevenson (JS)

Pappot binding

Heel veel jongeren in het Noorden volgen een sportopleiding. Sportopleidingen in het Noorden zijn booming. De eerste leerjaren kun je beginnen in Assen, het vervolg is in Groningen. Wie persé verder wil, kan terecht in het HBO aan de Hanzehogeschool. Sport is dé trots van het Noorden. Maar zóveel afgestudeerden blijven bij moeders pappot hangen, dat zij tot het overschot aan arbeidskrachten gaan behoren. Of een baan onder hun kunnen moeten accepteren.

Moeders doen er dan ook goed aan hun kroost niet voor het kostgeld thuis te houden. Uitvliegen naar de rest van Nederland en Europa is dé oplossing. Het bestaande verdeelsysteem voor huurwoningen is echter gericht op 'lokale binding'. InterActium is een woningcorporatie die werkt aan duurzaam en betaalbaar wonen in Drenthe en Friesland. Zij realiseren in deze crisisperiode in het gehele werkgebied een groot aantal nieuwbouwprojecten, om aan de vraag naar betaalbare woningen te voldoen. Ook kijken ze hoe ze nieuwbouwprojecten kunnen realiseren met partners. Sinds nog niet zo lang werkt InterActium samen met twee andere corporaties, zodat de keuzemogelijkheden voor woningzoekenden ruimer hadden kunnen zijn. Helaas kun je voor woningen in Assen, Smilde, Bovensmilde en Hoogersmilde nog niet zélf een woning kiezen, maar wórdt je gekozen en krijg je bericht.

Huize Vier harten in Boterpol
Huize Vier harten in de wijk Boterpol

Voor jongeren is het zoekgebied (De Wolden, Hoogeveen, Meppel, Noordenveld, Oostellingwerf en Westerveld) te klein. Als je voor studie eerst naar Assen en daarna naar Groningen gaat, en later voor werk moet uizwermen, moet je drie keer inschrijven voor een sociale huurwoning, steeds in een andere regio. In de Randstad kan de wachttijd oplopen tot meer dan zeven jaren. Kinderen in de knel is het gevolg.

Voorstel is landelijke samenwerking van corporaties, waarbij tijd die je hebt gewacht bij InterActium, meetelt voor een woning elders. Ideaal is éen woningverdeel systeem voor héel Nederland. Mensen uit de Randstad die files beu zijn, verkassen naar het platteland. Afgestudeerde jongeren worden meer mobiel, en vinden door het hele land werk op niveau.

Bert Kerkhof
is redacteur van Kind in de knel

Labels: , ,

  •      
zondag 1 maart 2009

Kinderrechten verdrag - IVRK

26 jan 1990 werd het verdrag door nederland ondertekend en op 6 feb 1995 geratificeerd. Eerder in de jaren tachtig was inspraak voor het kinderrechtenverdrag van de internationale Verenigde Naties (afgekort IVRK). Een groot deel van het verdrag gaat over het recht van kinderen op hun eigen ouders, op ouderschap en op gezinsleven. Over de erkenning van de zeggenschap van kinderen. En over de erkenning van de zeggenschap en verantwoordelijkheid van ouders ten opzichte van traditionele praktijken, overheidsinstellingen en commerciële concerns. De waarden en normen in het verdrag die daarover gaan, zijn sterker verwoord dan in de nederlandse grondwet en het burgerlijk wetboek voor personen- en familierecht. Door de ratificering in 1995, geldt steeds de sterkste norm.

Over een aantal rechten hoorde je tot nu toe weinig van enkele clubs en comitées. Een aantal Nederlandse organisaties presenteren verkinderlijkte versies van het verdrag op hun website. Echter, volwassen ouders en burger organisaties moeten voor de uitvoering en handhaving zorgen. Als enige kinderrechten organisatie onderhoudt Kind in de knel sinds jaar en dag een link met de laagdrempelige Nederlandse Kinderombudsman. Kind in de knel is dé organisatie die opkomt voor de kinderrechten van de bijna 500.000 kinderen in Nederland (éen op de vijf kinderen in Nederland) die door eigenbelang van ouder(s) en door instellingen en instanties gescheiden moeten leven van éen of beide ouders. Daarom hier de volledige verdragstekst met toelichting.

Vandaag pastte ik de vetgedrukte toelichting aan en de paragraaftitels. Ten behoeve van de leesbaarheid voor zowel kinderen als volwassenen. Het kinderrechten verdrag bevat een aantal 'rode schatten', die sinds 1995 onderbelicht zijn. Kind in de knel zet ze op deze pagina in de verf. Respect voor de rode schatten geeft sociale vooruitgang en meer vrijheid voor kinderen. Uiteraard spoort de tekst van de artikelen exact met éen of meer van internationale originelen die eerder naar de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties werden gezonden. Heeft u een suggestie voor verdere verduidelijking, nodigen we u uit te reageren.

Toelichting

De belangrijke mensenrechtenverdragen en verklaringen en de Verenigde Naties kennen basisprincipes. Omdat kinderen vanwege hun kwetsbaarheid nood hebben aan bijzondere zorg en bescherming, is er bijzondere nadruk op de primaire verantwoordelijkheid van de twee échte (biologische) ouders en het gezin voor de zorg voor- en de bescherming van het kind. Het is noodzakelijk dat er wettelijke- en andere bescherming is voor het kind voor en na de geboorte. Het is belangrijk respect te hebben voor de culturele waarden van de gemeenschap waarin het kind leeft. Vitale samenwerking zowel lokaal, regionaal als internationaal is nodig bij het effectueren van de rechten van het kind.

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag,

Overwegende dat, in overeenstemming met de in het Handvest van de Verenigde Naties verkondigde beginselen, erkenning van de waardigheid inherent aan, alsmede van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap de grondslag is voor vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld,

Indachtig dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens en in de waardigheid en de waarde van de mens opnieuw hebben bevestigd en hebben besloten sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in grotere vrijheid te bevorderen,

Erkennende dat de Verenigde Naties in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in de Internationale Verdragen inzake de Rechten van de Mens hebben verkondigd en zijn overeengekomen dat eenieder recht heeft op alle rechten en vrijheden die daarin worden beschreven zonder onderscheid van welke aard ook, zoals naar ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of sociale afkomst, eigendom, geboorte of andere status,

Eraan herinnerende dat de Verenigde Naties in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hebben verkondigd dat kinderen recht hebben op bijzondere zorg en bijstand,

Ervan overtuigd dat aan het gezin, als de kern van de samenleving en de natuurlijke omgeving voor de ontplooiing en het welzijn van al haar leden en van kinderen in het bijzonder, de nodige bescherming en bijstand dient te worden verleend opdat het zijn verantwoordelijkheden binnen de gemeenschap volledig kan dragen,

Erkennende dat het kind, voor de volledige en harmonische ontplooiing van zijn (of haar) persoonlijkheid, dient op te groeien in een gezinsomgeving, in een sfeer van geluk, liefde en begrip,

Overwegende dat het kind volledig dient te worden voorbereid op het leiden van een zelfstandig leven in de samenleving, en dient te worden opgevoed in de geest van de in het Handvest van de Verenigde Naties verkondigde idealen, en in het bijzonder in de geest van vrede, waardigheid, verdraagzaamheid, vrijheid, gelijkheid en solidariteit,

Indachtig dat de noodzaak van het verlenen van bijzondere zorg aan het kind is vermeld in de Verklaring van Genève inzake de Rechten van het Kind van 1924 en in de Verklaring van de Rechten van het Kind, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1959 en is erkend in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (met name in de artikelen 23 en 24), in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (met name in artikel 10) en in de statuten en desbetreffende akten van gespecialiseerde organisaties en internationale organisaties die zich bezighouden met het welzijn van kinderen,

Indachtig dat, zoals aangegeven in de Verklaring van de Rechten van het Kind, "het kind op grond van zijn lichamelijke en geestelijke onrijpheid bijzondere bescherming en zorg nodig heeft, met inbegrip van geëigende wettelijke bescherming, zowel voor als na zijn geboorte",

Herinnerende aan de bepalingen van de Verklaring inzake Sociale en Juridische Beginselen betreffende de Bescherming en het Welzijn van Kinderen, in het bijzonder met betrekking tot Plaatsing in een Pleeggezin en Adoptie, zowel Nationaal als Internationaal; de Standaard Minimumregels van de Verenigde Naties voor de Toepassing van het Recht op Jongeren (de Beijingregels); en de Verklaring inzake de Bescherming van Vrouwen en Kinderen in Noodsituaties en Gewapende Conflicten,

Erkennende dat er, in alle landen van de wereld, kinderen zijn die in uitzonderlijk moeilijke omstandigheden leven, en dat deze kinderen bijzondere aandacht behoeven,

Op passende wijze rekening houdend met het belang van de tradities en culturele waarden die ieder volk hecht aan de bescherming en harmonische ontwikkeling van het kind,

Het belang erkennende van internationale samenwerking ter verbetering van de levensomstandigheden van kinderen in ieder land, in het bijzonder in de ontwikkelingslanden,

Zijn het volgende overeengekomen:

Deel 1

Definitie van het begrip kind

Elke persoon jonger dan 18.

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder een kind verstaan ieder mens jonger dan achttien jaar, tenzij volgens het op het kind van toepassing zijnde recht de meerderjarigheid eerder wordt bereikt.

Geen discriminatie

Het principe dat alle rechten van toepassing zijn op alle kinderen zonder enige uitzondering, en de verplichting van de Staat om kinderen tegen om het even welke vorm van discriminatie te beschermen. De Staat mag geen enkel recht schenden en moet positieve acties ondernemen om alle rechten te bevorderen.

Artikel 2

  1. De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, eerbiedigen en waarborgen de in het Verdrag beschreven rechten voor ieder kind onder hun rechtsbevoegdheid zonder discriminatie van welke aard ook, ongeacht ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale, etnische of maatschappelijke afkomst, vermogen, handicap, geboorte of andere omstandigheid van het kind of van zijn (of haar) ouder of wettige voogd.
  2. De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat het kind wordt beschermd tegen alle vormen van discriminatie of bestraffing op grond van status, activiteiten, meningen of overtuigingen van de ouders, wettige voogden of familieleden van het kind.

Het belang van het kind

Wanneer instellingen, diensten en voorzieningen die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor- of de bescherming van kinderen niet voldoen, is de Staat verplicht adequate normen vast te stellen, met name ten aanzien van de veiligheid, de gezondheid, het aantal personeelsleden en hun geschiktheid, alsmede bevoegd toezicht.

Artikel 3

  1. Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging.
  2. De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe het kind te verzekeren van de bescherming en de zorg die nodig zijn voor zijn of haar welzijn, rekening houdend met de rechten en plichten van zijn of haar ouders, wettige voogden of anderen die wettelijk verantwoordelijk voor het kind zijn, en nemen hiertoe alle passende wettelijke en bestuur maatregelen.
  3. De Staten die partij zijn, waarborgen dat de instellingen, diensten en voorzieningen die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor of de bescherming van kinderen voldoen aan de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde normen, met name ten aanzien van de veiligheid, de gezondheid, het aantal personeelsleden en hun geschiktheid, alsmede bevoegd toezicht.

Handhaving

De verplichting van de Staat om de rechten uit dit Verdrag te effectueren en te verwezenlijken.

Artikel 4

De Staten die partij zijn, nemen alle nodige wettelijke, bestuurlijke en andere maatregelen om de in dit Verdrag erkende rechten te verwezenlijken. Ten aanzien van economische, sociale en culturele rechten nemen de Staten die partij zijn deze maatregelen in de ruimste mate waarin de hun ter beschikking staande middelen dit toelaten en, indien nodig, in het kader van internationale samenwerking.

Leiding van de familie en groei van het kind

De plicht van de Staat tot respect voor de rechten en verantwoordelijkheden van ouders en de ruimere familie om het kind leiding te geven overeenkomstig zijn groeiende capaciteiten.

Artikel 5

De Staten die partij zijn, eerbiedigen de verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de ouders of, indien van toepassing, van de leden van de familie in ruimere zin of de gemeenschap al naar gelang het plaatselijk gebruik, van wettige voogden of anderen die wettelijk verantwoordelijk zijn voor het kind, voor het voorzien in passende leiding en begeleiding bij de uitoefening door het kind van de in dit Verdrag erkende rechten, op een wijze die verenigbaar is met de zich ontwikkelende vermogens van het kind.

Ontwikkeling en overleven

Het inherente recht op leven, en de plicht van de Staat de ontwikkeling en het overleven van het kind te garanderen.

Artikel 6

  1. De Staten die partij zijn, erkennen dat ieder kind het inherente recht op leven heeft.
  2. De Staten die partij zijn, waarborgen in de ruimst mogelijke mate de mogelijkheden tot overleven en de ontwikkeling van het kind.

Naam en nationaliteit

Het recht vanaf de geboorte een naam te hebben en een nationaliteit te verwerven.

Artikel 7

  1. Het kind wordt onmiddellijk na de geboorte ingeschreven en heeft vanaf de geboorte het recht op een naam, het recht een nationaliteit te verwerven en, voor zover mogelijk, het recht zijn of haar ouders te kennen en door hen te worden verzorgd.
  2. De Staten die partij zijn, waarborgen de verwezenlijking van deze rechten in overeenstemming met hun nationale recht en hun verplichtingen krachtens de desbetreffende internationale akten op dit gebied, in het bijzonder wanneer het kind anders staatloos zou zijn.

Behoud van identiteit en familiebetrekkingen

De verplichting van de Staat om de basis aspecten van de identiteit van het kind (naam, nationaliteit en familiebanden) te beschermen en zo nodig te herstellen.

Artikel 8

  1. De Staten die partij zijn, verbinden zich tot eerbiediging van het recht van het kind zijn of haar identiteit te behouden, met inbegrip van nationaliteit, naam en familiebetrekkingen zoals wettelijk erkend, zonder onrechtmatige inmenging.
  2. Wanneer een kind op niet rechtmatige wijze wordt beroofd van enige of alle bestanddelen van zijn of haar identiteit, verlenen de Staten die partij zijn passende bijstand en bescherming, teneinde zijn identiteit zo snel mogelijk te herstellen.

Co-ouderschap

Een kind heeft recht om met zijn/haar ouders samen te leven. Een kind heeft recht om contact te onderhouden met beide ouders, ook wanneer het kind gescheiden leeft van één of beide ouders. Alle betrokken partijen hebben recht om gehoord te worden bij rechterlijke beslissingen over scheiding. Daar waar een dergelijke scheiding het resultaat is van een actie door een Staat, hebben de Staten plichten.

Artikel 9

  1. De Staten die partij zijn, waarborgen dat een kind niet wordt gescheiden van zijn of haar ouders tegen hun wil, tenzij de bevoegde autoriteiten onder voorbehoud van de mogelijkheid van rechterlijke toetsing, in overeenstemming met het toepasselijk recht en de toepasselijke procedures, beslissen dat deze scheiding noodzakelijk is in het belang van het kind. Een dergelijke beslissing kan noodzakelijk zijn in een bepaald geval, zoals wanneer er sprake is van misbruik of verwaarlozing van het kind door de ouders, of wanneer de ouders gescheiden leven en er een beslissing moet worden genomen ten aanzien van de verblijfplaats van het kind.
  2. In procedures ingevolge het eerste lid van dit artikel dienen alle betrokken partijen de gelegenheid te krijgen aan de procedures deel te nemen en hun standpunten naar voren te brengen.
  3. De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind dat van een ouder of beide ouders is gescheiden, op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen en rechtstreeks contact met beide ouders te onderhouden, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind.
  4. Indien een dergelijke scheiding voortvloeit uit een maatregel genomen door een Staat die partij is, zoals de inhechtenisneming, gevangenneming, verbanning, deportatie, of uit een maatregel het overlijden ten gevolge hebbend (met inbegrip van overlijden, door welke oorzaak ook, terwijl de betrokkene door de Staat in bewaring wordt gehouden) van één ouder of beide ouders of van het kind, verstrekt die Staat, op verzoek, aan de ouders, aan het kind of, indien van toepassing, aan een ander familielid van het kind de noodzakelijke inlichtingen over waar het afwezige lid van het gezin zich bevindt of waar de afwezige leden van het gezin zich bevinden, tenzij het verstrekken van die inlichtingen het welzijn van het kind zou schaden. De Staten die partij zijn, waarborgen voorts dat het indienen van een dergelijk verzoek op zich geen nadelige gevolgen heeft voor de betrokkene(n).

Gezinshereniging

Het recht van kinderen en hun ouders om het even welk land te verlaten en hun eigen land terug binnen te komen met het oog op hereniging of om de ouder-kind relatie te onderhouden.

Artikel 10

  1. In overeenstemming met de verplichting van de Staten die partij zijn krachtens artikel 9, eerste lid, worden aanvragen van een kind of van zijn ouders om een Staat die partij is, voor gezinshereniging binnen te gaan of te verlaten, door de Staten die partij zijn met welwillendheid, menselijkheid en spoed behandeld. De Staten die partij zijn, waarborgen voorts dat het indienen van een dergelijke aanvraag geen nadelige gevolgen heeft voor de aanvragers of hun familieleden.
  2. Een kind van wie de ouders in verschillende Staten verblijven, heeft het recht op regelmatige basis, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, persoonlijke betrekkingen en rechtstreekse contacten met beide ouders te onderhouden. Hiertoe, en in overeenstemming met de verplichting van de Staten die partij zijn krachtens artikel 9, tweede lid, eerbiedigen de Staten die partij zijn het recht van het kind en van zijn of haar ouders welk land ook, met inbegrip van het eigen land, te verlaten, en het eigen land binnen te gaan. Het recht welk land ook te verlaten is slechts onderworpen aan de beperkingen die bij de wet zijn voorzien en die nodig zijn ter bescherming van de nationale veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden, of van de rechten en vrijheden van anderen, en verenigbaar zijn met de andere in dit Verdrag erkende rechten.

Ongeoorloofde overbrenging en het niet doen terugkeren

De plicht van de Staat om te trachten kidnapping of het vasthouden van kinderen in een andere regio door een ouder of door derden te voorkomen of ongedaan te maken.

Artikel 11

  1. De Staten die partij zijn, nemen maatregelen ter bestrijding van de ongeoorloofde overbrenging van kinderen naar en het niet doen terugkeren van kinderen uit het buitenland.
  2. Hiertoe bevorderen de Staten die partij zijn het sluiten van bilaterale of multilaterale overeenkomsten of het toetreden tot bestaande overeenkomsten.

De mening van het kind

Het recht van het kind om zijn mening te kennen te geven en het recht dat men met deze mening rekening moet houden in elke aangelegenheid of procedure die het kind betreft.

Artikel 12

  1. De Staten die partij zijn, verzekeren het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid.
  2. Hiertoe wordt het kind met name in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een vertegenoordiger of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht.

Vrijheid van meningsuiting

Het kind heeft het recht informatie te verkrijgen of bekend te maken en zijn of haar mening uit te drukken.

Artikel 13

  1. Het kind heeft het recht op vrijheid van meningsuiting; dit recht omvat mede de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven, ongeacht de landsgrenzen hetzij mondeling, hetzij in geschreven of gedrukte vorm, in de vorm van kunst, of met behulp van andere media naar zijn of haar keuze.
  2. De uitoefening van dit recht kan aan bepaalde beperkingen worden gebonden, doch alleen aan de beperkingen die bij de wet zijn voorzien en die nodig zijn:
    1. voor de eerbiediging van de rechten of de goede naam van anderen; of
    2. ter bescherming van de nationale veiligheid of van de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden.

Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst

Het recht van het kind op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, onderworpen aan passende leiding van de ouders en aan de nationale wetten.

Artikel 14

  1. De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst.
  2. De Staten die partij zijn, eerbiedigen de rechten en plichten van ouders en, indien van toepassing, van de wettige voogden, om het kind te leiden in de uitoefening van zijn of haar recht op een wijze die verenigbaar is met de zich ontwikkelende vermogens van het kind.
  3. De vrijheid van eenieder zijn (of haar) godsdienst of levensovertuiging tot uiting te brengen kan slechts in die mate worden beperkt als wordt voorgeschreven door de wet en noodzakelijk is ter bescherming van de openbare veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden, of van de fundamentele rechten en vrijheden van anderen.

Vrijheid van vereniging

Het recht van kinderen met anderen samen te komen en verenigingen op te richten of er zich bij aan te sluiten.

Artikel 15

  1. De Staten die partij zijn, erkennen de rechten van het kind op vrijheid van vereniging en vrijheid van vreedzame vergadering.
  2. De uitoefening van deze rechten kan aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die welke in overeenstemming met de wet worden opgelegd en die in een democratische samenleving geboden zijn in het belang van de nationale veiligheid, de openbare orde, de bescherming van de volksgezondheid of de goede zeden, of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Bescherming van de privacy

Het recht te worden beschermd tegen inmenging in de privacy, het gezinsleven, de woning en de correspondentie, evenals tegen smaad en laster.

Artikel 16

  1. Geen enkel kind mag worden onderworpen aan willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn of haar privé-leven, in zijn of haar gezinsleven, zijn of haar woning of zijn of haar correspondentie, noch aan enige onrechtmatige aantasting van zijn of haar eer en goede naam.
  2. Het kind heeft recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting.

Toegang tot passende informatie

De rol van de media inzake het deelnemen van kinderen aan informatie op een wijze die in overeenstemming is met het moreel welzijn, met wederzijdse kennis en begrip onder de volkeren en die de culturele achtergrond van het kind respecteert. De Staat dient maatregelen te treffen om dit aan te moedigen en dient kinderen te beschermen tegen schadelijk materiaal.

Artikel 17

De Staten die partij zijn, erkennen de belangrijke functie van de massamedia en waarborgen dat het kind toegang heeft tot informatie en materiaal uit een verscheidenheid van nationale en internationale bronnen, in het bijzonder informatie en materiaal gericht op het bevorderen van zijn of haar sociale, psychische en morele welzijn en zijn of haar lichamelijke en geestelijke gezondheid. Hiertoe dienen de Staten die partij zijn:

  1. de massamedia aan te moedigen informatie en materiaal te verspreiden die tot sociaal en cultureel nut zijn voor het kind en in overeenstemming zijn met de strekking van artikel 29;
  2. internationale samenwerking aan te moedigen bij de vervaardiging, uitwisseling en verspreiding van dergelijke informatie en materiaal uit een verscheidenheid van culturele, nationale en internationale bronnen;
  3. de vervaardiging en verspreiding van kinderboeken aan te moedigen;
  4. de massamedia aan te moedigen in het bijzonder rekening te houden met de behoeften op het gebied van de taal van het kind dat tot een minderheid of tot de oorspronkelijke bevolking behoort;
  5. de ontwikkeling aan te moedigen van passende richtlijnen voor de bescherming van het kind tegen informatie en materiaal die schadelijk zijn voor zijn of haar welzijn, indachtig de bepalingen van de artikelen 13 en 18.

Verantwoordelijkheden van ouders

Het principe dat beide ouders gezamenlijk de eerste verantwoordelijken zijn voor de opvoeding van hun kinderen, en dat de Staat hen bij deze taak dient te ondersteunen.

Artikel 18

  1. De Staten die partij zijn, doen alles wat in hun vermogen ligt om de erkenning te verzekeren van het beginsel dat beide ouders de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind. Ouders of, al naar gelang het geval, wettige voogden, hebben de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind. Het belang van het kind is hun allereerste zorg.
  2. Om de toepassing van de in dit Verdrag genoemde rechten te waarborgen en te bevorderen, verlenen de Staten die partij zijn passende bijstand aan ouders en wettige voogden bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden die de opvoeding van het kind betreffen, en waarborgen zij de ontwikkeling van instellingen, voorzieningen en diensten voor kinderzorg.
  3. De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat kinderen van werkende ouders recht hebben op gebruikmaking van diensten en voorzieningen voor kinderzorg waarvoor zij in aanmerking komen.

Bescherming tegen mishandeling en verwaarlozing

De verplichting van de Staat om kinderen te beschermen tegen elke vorm van mishandeling door ouders of door andere personen of instanties die verantwoordelijkheid dragen voor de zorg voor het kind, en om in verband hiermee preventieve maatregelen te nemen en behandelingsprogramma's op te zetten.

Artikel 19

  1. De Staten die partij zijn, nemen alle passende wettelijke en bestuurlijke maatregelen en maatregelen op sociaal en opvoedkundig gebied om het kind te beschermen tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, letsel of misbruik, lichamelijke of geestelijke verwaarlozing of nalatige behandeling, mishandeling of exploitatie, met inbegrip van seksueel misbruik, zolang het kind onder de hoede is van de ouder(s), wettige voogd(en) of iemand anders die de zorg voor het kind heeft.
  2. Deze maatregelen ter bescherming dienen, indien van toepassing, doeltreffende procedures te omvatten voor de invoering van sociale programma's om te voorzien in de nodige ondersteuning van het kind en van diegenen die de zorg voor het kind hebben, alsmede procedures voor andere vormen van voorkoming van gevallen van kindermishandeling zoals hierboven beschreven, en voor opsporing, melding, verwijzing onderzoek, behandeling en follow-up van zodanige gevallen, en, indien van toepassing, voor inschakeling van rechterlijke instanties.

Bescherming van kinderen buiten hun gezin

De plicht van de Staat om kinderen die niet in hun gezinsmilieu kunnen leven bijzondere bescherming te bieden, en om er voor te zorgen dat voor hen een beroep kan gedaan worden op gepaste alternatieve gezinsopvang of op plaatsing in een instelling. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de culturele achtergrond van het kind.

Artikel 20

  1. Een kind dat tijdelijk of blijvend het leven in het gezin waartoe het behoort moet missen, of dat men in zijn of haar eigen belang niet kan toestaan in het gezin te blijven, heeft recht op bijzondere bescherming en bijstand van staatswege.
  2. De Staten die partij zijn, waarborgen, in overeenstemming met hun nationale recht, een andere vorm van zorg voor dat kind.
  3. Deze zorg kan, onder andere, plaatsing in een pleeggezin omvatten, kafalah volgens het Islamitisch recht, adoptie, of, indien noodzakelijk, plaatsing in geschikte instellingen voor kinderzorg. Bij het overwegen van oplossingen wordt op passende wijze rekening gehouden met de wenselijkheid van continuïteit in de opvoeding van het kind en met de etnische, godsdienstige en culturele achtergrond van het kind en met zijn of haar achtergrond wat betreft de taal.

Adoptie

In landen waar adoptie wordt erkend en/of toegestaan mag het enkel worden toegepast in het belang van het kind, met alle noodzakelijke waarborgen voor het kind en mits goedkeuring door de bevoegde overheden. Interlandelijke adoptie kan worden overwogen nadat de mogelijkheden in het land van oorsprong van het kind zijn uitgeput. Ook in het geval van interlandelijke adoptie dienen alle noodzakelijke waarborgen te worden gerespecteerd.

Artikel 21

De Staten die partij zijn en die de methode van adoptie erkennen en/of toestaan, waarborgen dat het belang van het kind daarbij de voornaamste overweging is, en:

  1. waarborgen dat de adoptie van een kind slechts wordt toegestaan mits daartoe bevoegde autoriteiten, in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetten en procedures en op grond van alle van belang zijnde en betrouwbare gegevens, bepalen dat de adoptie kan worden toegestaan gelet op de verhoudingen van het kind met zijn of haar ouders, familieleden en wettige voogden, en mits, indien vereist, de betrokkenen, na volledig te zijn ingelicht, op grond van de adviezen die noodzakelijk worden geacht, daarmee hebben ingestemd;
  2. erkennen dat interlandelijke adoptie kan worden overwogen als andere oplossing voor de zorg voor het kind, indien het kind niet in een pleeg- of adoptiegezin kan worden geplaatst en op geen enkele andere passende wijze kan worden verzorgd in het land van zijn of haar herkomst;
  3. verzekeren dat voor het kind dat bij een interlandelijke adoptie is betrokken waarborgen en normen gelden die gelijkwaardig zijn aan die welke bestaan bij adoptie in het eigen land;
  4. nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat, in het geval van interlandelijke adoptie, de plaatsing niet leidt tot ongepast geldelijk voordeel voor de betrokkenen;
  5. bevorderen, wanneer passend, de verwezenlijking van de doeleinden van dit artikel door het aangaan van bilaterale of multilaterale regelingen of overeenkomsten, en spannen zich in om, in het kader daarvan te waarborgen dat de plaatsing van het kind in een ander land wordt uitgevoerd door bevoegde autoriteiten of instellingen.

Vluchtelingenkinderen

Kinderen die als vluchteling worden beschouwd of die de status van vluchteling hebben aangevraagd dienen een bijzondere bescherming te genieten. De Staat heeft de plicht samen te werken met bevoegde hulp instanties.

Artikel 22

  1. De Staten die partij zijn, nemen passende maatregelen om te waarborgen dat een kind dat de vluchtelingenstatus wil verkrijgen of dat in overeenstemming met het toepasselijke internationale recht en de toepasselijke procedures als vluchteling wordt beschouwd, ongeacht of het al dan niet door zijn of haar ouders of door iemand anders wordt begeleid, passende bescherming en humanitaire bijstand krijgt bij het genot van de van toepassing zijnde rechten beschreven in dit Verdrag en in andere internationale akten inzake de rechten van de mens of humanitaire akten waarbij de bedoelde Staten partij zijn.
  2. Hiertoe verlenen de Staten die partij zijn, naar zij passend achten, hun medewerking aan alle inspanningen van de Verenigde Naties en andere bevoegde intergouvernementele organisaties of niet-gouvernementele organisaties die met de Verenigde Naties samenwerken, om dat kind te beschermen en bij te staan en de ouders of andere gezinsleden op te sporen van een kind dat vluchteling is, teneinde de nodige inlichtingen te verkrijgen voor hereniging van het kind met het gezin waartoe het behoort. In gevallen waarin geen ouders of andere familieleden kunnen worden gevonden, wordt aan het kind dezelfde bescherming verleend als aan ieder ander kind dat, om welke reden ook, blijvend of tijdelijk het leven in een gezin moet ontberen.

Gehandicapte kinderen

Het recht van gehandicapte kinderen op bijzondere zorg, onderwijs en training, bedoeld om hen te helpen de grootst mogelijke zelfstandigheid te bereiken en een volwaardig en actief leven te leiden in de samenleving.

Artikel 23

  1. De Staten die partij zijn, erkennen dat een geestelijk of lichamelijk gehandicapt kind een volwaardig en behoorlijk leven dient te hebben, in omstandigheden die de waardigheid van het kind verzekeren, zijn zelfstandigheid bevorderen en zijn actieve deelneming aan het gemeenschapsleven vergemakkelijken.
  2. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het gehandicapte kind op bijzondere zorg, en stimuleren en waarborgen dat aan het daarvoor in aanmerking komende kind en degenen die verantwoordelijk zijn voor zijn of haar verzorging, afhankelijk van de beschikbare middelen, de bijstand wordt verleend die is aangevraagd en die passend is gezien de gesteldheid van het kind en de omstandigheden van de ouders of anderen die voor het kind zorgen.
  3. Onder erkenning van de bijzondere behoeften van het gehandicapte kind, dient de in overeenstemming met het tweede lid geboden bijstand, wanneer mogelijk, gratis te worden verleend, rekening houdend met de financiële middelen van de ouders of anderen die voor het kind zorgen. Deze bijstand dient erop gericht te zijn te waarborgen dat het gehandicapte kind daadwerkelijk toegang heeft tot onderwijs, opleiding, voorzieningen voor gezondheidszorg en revalidatie, voorbereiding voor een beroep, en recreatiemogelijkheden, op een wijze die ertoe bijdraagt dat het kind een zo volledig mogelijke integratie in de maatschappij en persoonlijke ontwikkeling bereikt, met inbegrip van zijn of haar culturele en intellectuele ontwikkeling.
  4. De Staten die partij zijn, bevorderen, in de geest van internationale samenwerking, de uitwisseling van passende informatie op het gebied van preventieve gezondheidszorg en van medische en psychologische behandeling van, en behandeling van functionele stoornissen bij gehandicapte kinderen, met inbegrip van de verspreiding van en de toegang tot informatie betreffende revalidatiemethoden, onderwijs en beroepsopleidingen, met als doel de Staten die partij zijn, in staat te stellen hun vermogens en vaardigheden te verbeteren en hun ervaring op deze gebieden te verruimen. Wat dit betreft wordt in het bijzonder rekening gehouden met de behoeften van ontwikkelingslanden.

Gezondheid en gezondheidszorg

Het recht op de hoogst mogelijke graad van gezondheid en het recht op toegang tot gezondheidszorg en medische voorzieningen met bijzondere nadruk op eerstelijnsgezondheidszorg en preventieve gezondheidszorg, op gezondheidsvoorlichting en -educatie en op de vermindering van de kindersterfte. De verplichting van de Staat om te werken in de richting van het uitbannen van schadelijke traditionele praktijken. De nood aan internationale samenwerking met het oog op het realiseren van dit recht wordt beklemtoond.

Artikel 24

  1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op voorzieningen voor de behandeling van ziekte en het herstel van de gezondheid. De Staten die partij zijn, streven ernaar te waarborgen dat geen enkel kind zijn of haar recht op toegang tot deze voorzieningen voor gezondheidszorg wordt onthouden.
  2. De Staten die partij zijn, streven de volledige verwezenlijking van dit recht na en nemen passende maatregelen, met name:
    1. om baby- en kindersterfte te verminderen;
    2. om de verlening van de nodige medische hulp en gezondheidszorg aan alle kinderen te waarborgen met nadruk op de ontwikkeling van de eerste-lijnsgezondheidszorg;
    3. om ziekte, ondervoeding en slechte voeding te bestrijden, mede binnen het kader van de eerste-lijnsgezondheidszorg, door onder andere het toepassen van gemakkelijk beschikbare technologie en door het voorzien in voedsel met voldoende voedingswaarde en zuiver drinkwater, de gevaren en risico's van milieuverontreiniging in aanmerking nemend;
    4. om passende pre- en postnatale gezondheidszorg voor moeders te waarborgen;
    5. om te waarborgen dat alle geledingen van de samenleving, met name ouders en kinderen, worden voorgelicht over, toegang hebben tot onderwijs over, en worden gesteund in het gebruik van de fundamentele kennis van de gezondheid en de voeding van kinderen, de voordelen van borstvoeding, hygiëne en sanitaire voorzieningen en het voorkomen van ongevallen;
    6. om preventieve gezondheidszorg, begeleiding voor ouders, en voorzieningen voor en voorlichting over gezinsplanning te ontwikkelen.
  3. De Staten die partij zijn, nemen alle doeltreffende en passende maatregelen teneinde traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen af te schaffen.
  4. De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe internationale samenwerking te bevorderen en aan te moedigen teneinde geleidelijk de algehele verwezenlijking van het in dit artikel erkende recht te bewerkstelligen. Wat dit betreft wordt in het bijzonder rekening gehouden met de behoeften van ontwikkelingslanden.

Periodieke herziening van een plaatsing

Het recht van het kind, dat ter verzorging, bescherming of behandeling door de Staat uit huis geplaatst is, op een regelmatige evaluatie van alle aspecten ervan.

Artikel 25

De Staten die partij zijn, erkennen het recht van een kind dat door de bevoegde autoriteiten uit huis is geplaatst ter verzorging, bescherming of behandeling in verband met zijn of haar lichamelijke of geestelijke gezondheid, op een periodieke evaluatie van de behandeling die het kind krijgt en van alle andere omstandigheden die verband houden met zijn of haar plaatsing.

Sociale zekerheid

Het recht van kinderen om van sociale zekerheid te genieten.

Artikel 26

  1. De Staten die partij zijn, erkennen voor ieder kind het recht de voordelen te genieten van voorzieningen voor sociale zekerheid, met inbegrip van sociale verzekering, en nemen de nodige maatregelen om de algehele verwezenlijking van dit recht te bewerkstelligen in overeenstemming met hun nationaal recht.
  2. De voordelen dienen, indien van toepassing, te worden verleend, waarbij rekening wordt gehouden met de middelen en de omstandigheden van het kind en de personen die verantwoordelijk zijn voor zijn of haar onderhoud, alsmede iedere andere overweging die van belang is voor de beoordeling van een verzoek daartoe dat door of namens het kind wordt ingediend.

Levensstandaard

Het recht van kinderen om een passende levensstandaard te genieten, de primaire verantwoordelijkheid van de ouders hiervoor, en de plicht van de Staat om te zorgen voor programma's die zorgen dat deze verantwoordelijkheid kan opgenomen worden en ook opgenomen wordt. Met name indien een ouder ver weg woont, zorgt de staat voor passende overeenkomsten en maatregelen om overmaking van onderhoudsgeld te waarborgen.

Artikel 27

  1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van ieder kind op een levensstandaard die toereikend is voor de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling van het kind.
  2. De ouder(s) of anderen die verantwoordelijk zijn voor het kind, hebben de primaire verantwoordelijkheid voor het waarborgen, naar vermogen en binnen de grenzen van hun financiële mogelijkheden, van de levensomstandigheden die nodig zijn voor de ontwikkeling van het kind.
  3. De Staten die partij zijn, nemen, in overeenstemming met de nationale omstandigheden en met de middelen die hun ten dienste staan, passende maatregelen om ouders en anderen die verantwoordelijk zijn voor het kind te helpen dit recht te verwezenlijken, en voorzien, indien de behoefte daaraan bestaat, in programma's voor materiële bijstand en ondersteuning, met name wat betreft voeding, kleding en huisvesting.
  4. De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om het verhaal te waarborgen van uitkeringen tot onderhoud van het kind door de ouders of andere personen die de financiële verantwoordelijkheid voor het kind dragen, zowel binnen de Staat die partij is als vanuit het buitenland. Met name voor gevallen waarin degene die de financiële verantwoordelijkheid voor het kind draagt, in een andere Staat woont dan die van het kind, bevorderen de Staten die partij zijn de toetreding tot internationale overeenkomsten of het sluiten van dergelijke overeenkomsten, alsmede het treffen van andere passende regelingen.

Onderwijs

Het recht van het kind op onderwijs en de plicht van de Staat er voor te zorgen dat tenminste lager onderwijs gratis en verplicht is. Verschillende vormen van voortgezet onderwijs dienen voor ieder kind op basis van gelijke kansen beschikbaar en toegankelijk te zijn. Hiertoe zorgen de Staten voor gratis onderwijs en financiële bijstand. Er is noodzaak van internationale samenwerking voor het voorkomen van schooluitval.

Artikel 28

  1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op onderwijs, en teneinde dit recht geleidelijk en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, verbinden zij zich er met name toe:
    1. primair onderwijs verplicht te stellen en voor iedereen gratis beschikbaar te stellen;
    2. de ontwikkeling van verschillende vormen van voortgezet onderwijs aan te moedigen, met inbegrip van algemeen onderwijs en beroepsonderwijs, deze vormen voor ieder kind beschikbaar te stellen en toegankelijk te maken, en passende maatregelen te nemen zoals de invoering van gratis onderwijs en het bieden van financiële bijstand indien noodzakelijk;
    3. met behulp van alle passende middelen hoger onderwijs toegankelijk te maken voor een ieder naar gelang zijn capaciteiten;
    4. informatie over en begeleiding bij onderwijs- en beroepskeuze voor alle kinderen beschikbaar te stellen en toegankelijk te maken;
    5. maatregelen te nemen om regelmatig schoolbezoek te bevorderen en het aantal kinderen dat de school vroegtijdig verlaat, te verminderen.
  2. De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om te verzekeren dat de wijze van handhaving van de discipline op scholen verenigbaar is met de menselijke waardigheid van het kind en in overeenstemming is met dit Verdrag.
  3. De Staten die partij zijn, bevorderen en stimuleren internationale samenwerking in aangelegenheden die verband houden met onderwijs, met name teneinde bij te dragen tot de uitbanning van onwetendheid en analfabetisme in de gehele wereld, en de toegankelijkheid van wetenschappelijke en technische kennis en moderne onderwijsmethoden te vergroten. In dit opzicht wordt met name rekening gehouden met de behoeften van de ontwikkelingslanden.

Doel van het onderwijs

De erkenning door de Staat dat het onderwijs dient gericht te zijn op de ontplooiing van de persoonlijkheid en de talenten van vrouwen én mannen op een actief en lang en gezond leven als kostwinner. Het onderwijs moet ook gericht zijn op het bevorderen van respect voor de culturele en nationale waarden van gezamenlijk ouderschap en op het ontwikkelen van respect voor de internationale rechten van kinderen.

Artikel 29

  1. De Staten die partij zijn, komen overeen dat het onderwijs aan het kind dient gericht te zijn op:
    1. de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind;
    2. het bijbrengen van eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en voor de in het Handvest van de Verenigde Naties vastgelegde beginselen;
    3. het bijbrengen van eerbied voor de ouders van het kind, voor zijn of haar eigen culturele identiteit, taal en waarden, voor de nationale waarden van het land waar het kind woont, het land waar het is geboren, en voor andere beschavingen dan de zijne of de hare;
    4. de voorbereiding van het kind op een verantwoord leven in een vrije samenleving, in de geest van begrip, vrede, verdraagzaamheid, gelijkheid van geslachten, en vriendschap tussen alle volken, etnische, nationale en godsdienstige groepen en personen behorend tot de oorspronkelijke bevolking;
    5. het bijbrengen van eerbied voor de natuurlijke omgeving.
  2. Geen enkel gedeelte van dit artikel of van artikel 28 mag zo worden uitgelegd dat het de vrijheid aantast van individuele personen en rechtspersonen om onderwijsinstellingen op te richten en daaraan leiding te geven, evenwel altijd met inachtneming van de in het eerste lid van dit artikel vervatte beginselen, en van het vereiste dat het aan die instellingen gegeven onderwijs voldoet aan de door de Staat vastgelegde minimumnormen.

Kinderen van minderheden en de oorspronkelijke bevolking

Het recht van kinderen van minderheden en de oorspronkelijke bevolking hun eigen cultuur en godsdienst te beleven en hun eigen taal te gebruiken.

Artikel 30

In de Staten waarin etnische of godsdienstige minderheden, taalminderheden of personen behorend tot de oorspronkelijke bevolking voorkomen, wordt het kind dat daartoe behoort niet het recht ontzegd te zamen met andere leden van zijn of haar groep zijn of haar cultuur te beleven, zijn of haar godsdienst te belijden en ernaar te leven, of zich van zijn of haar eigen taal te bedienen.

Vrije tijd, ontspanning en culturele activiteiten

Het recht van het kind op vrije tijd, spel en deelname aan culturele en artistieke activiteiten.

Artikel 31

  1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven.
  2. De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind volledig deel te nemen aan het culturele en artistieke leven, bevorderen de verwezenlijking van dit recht, en stimuleren het bieden van passende en voor ieder gelijke kansen op culturele, artistieke en creatieve bezigheden en vrijetijdsbesteding.

Kinderarbeid

De plicht van de Staat om kinderen te beschermen tegen tewerkstelling die een bedreiging vormen voor hun gezondheid, opvoeding en ontwikkeling, om minimumleeftijden voor toegang tot tewerkstelling voor te schrijven en om de arbeidsomstandigheden te reglementeren.

Artikel 32

  1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind te worden beschermd tegen economische exploitatie en tegen het verrichten van werk dat naar alle waarschijnlijkheid gevaarlijk is of de opvoeding van het kind zal hinderen, of schadelijk zal zijn voor de gezondheid of de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke of maatschappelijke ontwikkeling van het kind.
  2. De Staten die partij zijn, nemen wettelijke, bestuurlijke en sociale maatregelen en maatregelen op onderwijsterrein om de toepassing van dit artikel te waarborgen. Hiertoe, en de desbetreffende bepalingen van andere internationale akten in acht nemend, verbinden de Staten die partij zijn zich er in het bijzonder toe:
    1. een minimumleeftijd of minimumleeftijden voor toelating tot betaald werk voor te schrijven;
    2. voorschriften te geven voor een passende regeling van werktijden en arbeidsvoorwaarden;
    3. passende straffen of andere maatregelen voor te schrijven ter waarborging van de daadwerkelijke uitvoering van dit artikel.

Drugmisbruik

Het recht van het kind te worden beschermd tegen het gebruik van narcotica en psychotrope drugs en tegen betrokkenheid bij hun produktie of distributie.

Artikel 33

De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen, met inbegrip van wettelijke, bestuurlijke en sociale maatregelen en maatregelen op onderwijsterrein, om kinderen te beschermen tegen het illegale gebruik van verdovende middelen en psychotrope stoffen zoals omschreven in de desbetreffende internationale verdragen, en om inschakeling van kinderen bij de illegale productie van en de sluikhandel in deze middelen en stoffen te voorkomen.

Sexuele uitbuiting

Het recht van het kind te worden beschermd tegen sexuele uitbuiting en sexueel misbruik, met inbegrip van prostitutie en betrokkenheid bij pornografie.

Artikel 34

De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe het kind te beschermen tegen alle vormen van sexuele exploitatie en sexueel misbruik. Hiertoe nemen de Staten die partij zijn met name alle passende nationale, bilaterale en multilaterale maatregelen om te voorkomen dat:

  1. een kind ertoe wordt aangespoord of gedwongen deel te nemen aan onwettige sexuele activiteiten;
  2. kinderen worden geëxploiteerd in de prostitutie of andere onwettige sexuele praktijken;
  3. kinderen worden geëxploiteerd in pornografische voorstellingen en pornografisch materiaal.

Verkoop, handel en ontvoering

De plicht van de Staat al het mogelijke te doen om verkoop, handel en ontvoering van kinderen te voorkomen.

Artikel 35

De Staten die partij zijn, nemen alle passende nationale, bilaterale en multilaterale maatregelen ter voorkoming van de ontvoering of de verkoop van of de handel in kinderen voor welk doel ook of in welke vorm ook.

Andere vormen van exploitatie

Het recht van het kind op bescherming tegen alle vormen van uitbuiting die niet vermeld zijn in de artikelen 32, 33, 34 en 35.

Artikel 36

De Staten die partij zijn, beschermen het kind tegen alle vormen van exploitatie die schadelijk zijn voor enig aspect van het welzijn van het kind.

Foltering en vrijheidsberoving

Het verbod op foltering, wrede behandeling of bestraffing, doodstraf, levenslange gevangenisstraf en onwettige gevangenschap of vrijheidsberoving. De principes van gepaste behandeling, scheiding van volwassen gedetineerden, contact met de familie en toegang tot rechtshulp en andere bijstand.

Artikel 37

De Staten die partij zijn, waarborgen dat:

  1. geen enkel kind wordt onderworpen aan foltering of aan een andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Doodstraf noch levenslange gevangenisstraf zonder de mogelijkheid van vervroegde invrijheidstelling wordt opgelegd voor strafbare feiten gepleegd door personen jonger dan achttien jaar;
  2. geen enkel kind op onwettige of willekeurige wijze van zijn of haar vrijheid wordt beroofd. De aanhouding, inhechtenisneming of gevangenneming van een kind geschiedt overeenkomstig de wet en wordt slechts gehanteerd als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke duur;
  3. ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd, wordt behandeld met menselijkheid en met eerbied voor de waardigheid inherent aan de menselijke persoon, en zodanig dat rekening wordt gehouden met de behoeften van een persoon van zijn of haar leeftijd. Met name wordt ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd, gescheiden van volwassenen tenzij het in het belang van het kind wordt geacht dit niet te doen, en heeft ieder kind het recht contact met zijn of haar familie te onderhouden door middel van correspondentie en bezoeken, behalve in uitzonderlijke omstandigheden;
  4. ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd het recht heeft onverwijld te beschikken over juridische en andere passende bijstand, alsmede het recht de wettigheid van zijn vrijheidsberoving te betwisten ten overstaan van een rechter of een andere bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige autoriteit, en op een onverwijlde beslissing ten aanzien van dat beroep.

Gewapende conflicten

De plicht van de Staat om de op kinderen van toepassing zijnde regels van humanitair recht te respecteren en te doen respecteren. Het principe dat geen enkel kind beneden de leeftijd van 15 jaar direct betrokken mag worden bij vijandelijkheden of in het leger mag ingelijfd worden, en dat alle kinderen die slachtoffer zijn van gewapende conflicten moeten kunnen genieten van bescherming en verzorging.

Artikel 38

  1. De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe eerbied te hebben voor en de eerbiediging te waarborgen van tijdens gewapende conflicten op hen van toepassing zijnde regels van internationaal humanitair recht die betrekking hebben op kinderen.
  2. De Staten die partij zijn, nemen alle uitvoerbare maatregelen om te waarborgen dat personen jonger dan vijftien jaar niet rechtstreeks deelnemen aan vijandelijkheden.
  3. De Staten die partij zijn, onthouden zich ervan personen jonger dan vijftien jaar in hun strijdkrachten op te nemen of in te lijven. Bij het opnemen of inlijven van personen die de leeftijd van vijftien jaar hebben bereikt, maar niet de leeftijd van achttien jaar, streven de Staten die partij zijn ernaar voorrang te geven aan diegenen die het oudste zijn.
  4. In overeenstemming met hun verplichtingen krachtens het internationale humanitaire recht om de burgerbevolking te beschermen in gewapende conflicten, nemen de Staten die partij zijn alle uitvoerbare maatregelen ter waarborging van de bescherming en de verzorging van kinderen die worden getroffen door een gewapend conflict.

Zorg voor herintegratie

De plicht van de Staat er voor te zorgen dat kinderen die het slachtoffer geweest zijn van gewapende conflicten, foltering, verwaarlozing, mishandeling of uitbuiting, een aangepaste behandeling krijgen met het oog op hun herstel en hun herintegratie in de maatschappij.

Artikel 39

De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen ter bevordering van het lichamelijk en geestelijk herstel en de herintegratie in de maatschappij van een kind dat het slachtoffer is van welke vorm ook van verwaarlozing, exploitatie of misbruik foltering of welke andere vorm ook van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing of gewapende conflicten. Dit herstel en deze herintegratie vinden plaats in een omgeving die bevorderlijk is voor de gezondheid, het zelfrespect en de waardigheid van het kind.

Aanpak van jeugdmisdadigheid

Het recht van kinderen, die worden verdacht van of veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf, op respect voor hun mensenrechten en, in het bijzonder, op het genot van alle aspecten van een eerlijke rechtspleging, met inbegrip van rechtsbijstand en andere bijstand bij de voorbereiding en het voeren van zijn of haar verdediging. Het principe dat het gebruik van gerechtelijke procedures en van plaatsing in een inrichting moeten worden vermeden telkens wanneer dit mogelijk en passend is.

Artikel 40

  1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van ieder kind dat wordt verdacht van, vervolgd wegens of veroordeeld omwille van het begaan van een strafbaar feit, op een wijze van behandeling die geen afbreuk doet aan het gevoel van waardigheid en eigenwaarde van het kind, die de eerbied van het kind voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van anderen vergroot, en waarbij rekening wordt gehouden met de leeftijd van het kind en met de wenselijkheid van het bevorderen van de herintegratie van het kind en van de aanvaarding door het kind van een opbouwende rol in de samenleving.
  2. Hiertoe, en met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van internationale akten, waarborgen de Staten die partij zijn met name dat:
    1. geen enkel kind wordt verdacht van, vervolgd wegens of veroordeeld omwille van het begaan van een strafbaar feit op grond van enig handelen of nalaten dat niet volgens het nationale of internationale recht verboden was op het tijdstip van het handelen of nalaten;
    2. ieder kind dat wordt verdacht van of vervolgd wegens het begaan van een strafbaar feit, ten minste de volgende garanties heeft:
      1. dat het voor onschuldig wordt gehouden tot zijn of haar schuld volgens de wet is bewezen;
      2. dat het onverwijld en rechtstreeks in kennis wordt gesteld van de tegen hem of haar ingebrachte beschuldigingen of indien van toepassing door tussenkomst van zijn of haar ouders of wettige voogd, en dat de juridische of andere passende bijstand krijgt in de voorbereiding en het voeren van zijn of haar verdediging;
      3. dat de aangelegenheid zonder vertraging wordt beslist door een bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige autoriteit of rechterlijke instantie in een eerlijke behandeling overeenkomstig de wet in aanwezigheid van een rechtskundige of anderszins deskundige raadsman of -vrouw, en, tenzij dit wordt geacht niet in het belang van het kind te zijn, met name gezien zijn of haar leeftijd of omstandigheden, in aanwezigheid van zijn of haar ouders of wettige voogden;
      4. dat het er niet toe wordt gedwongen een getuigenis af te leggen of schuld te bekennen; dat het getuigen à charge kan ondervragen of doen ondervragen en dat het de deelneming en ondervraging van getuigen à decharge onder gelijke voorwaarden kan doen geschieden;
      5. indien het schuldig wordt geacht aan het begaan van een strafbaar feit, dat dit oordeel en iedere maatregel die dientengevolge wordt opgelegd, opnieuw wordt beoordeeld door een hogere bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige autoriteit of rechterlijke instantie overeenkomstig de wet;
      6. dat het kind kosteloze bijstand krijgt van een tolk indien het de gebruikelijke taal niet verstaat of spreekt;
      7. dat zijn of haar privé-leven volledig wordt geëerbiedigd tijdens alle stadia van het proces.
  3. De Staten die partij zijn, streven ernaar de totstandkoming te bevorderen van wetten, procedures, autoriteiten en instellingen die in het bijzonder bedoeld zijn voor kinderen die worden verdacht van, vervolgd wegens of veroordeeld omwille van het begaan van een strafbaar feit, en, in het bijzonder:
    1. de vaststelling van een minimumleeftijd onder welke kinderen niet in staat worden geacht een strafbaar feit te begaan;
    2. de invoering, wanneer passend en wenselijk, van maatregelen voor de handelwijze ten aanzien van deze kinderen zonder dat men zijn toevlucht neemt tot gerechtelijke stappen, mits de rechten van de mens en de wettelijke garanties volledig worden geëerbiedigd.
  4. Een verscheidenheid van regelingen, zoals rechterlijke bevelen voor zorg, begeleiding en toezicht, adviezen, jeugdreclassering, pleegzorg, programma's voor onderwijs en beroepsopleiding en andere alternatieven voor institutionele zorg dient beschikbaar te zijn om te verzekeren dat de handelwijze ten aanzien van kinderen hun welzijn niet schaadt en in de juiste verhouding staat zowel tot hun omstandigheden als tot het strafbare feit.

Eerbied voor bestaande kinderrechten

Het principe dat, indien er in de nationale regelgeving of andere van toepassing zijnde internationale regels strengere normen gelden dan in het Verdrag, het de strengste norm is die geldt.

Artikel 41

Geen enkele bepaling van dit Verdrag tast bepalingen aan die meer bijdragen tot de verwezenlijking van de rechten van het kind en die zijn vervat in:

  1. het recht van een Staat die partij is; of
  2. het in die Staat geldende internationale recht.

Deel 2

Uitvoering en inwerkingtreding

De bepalingen van de artikelen 42 tot 54 behandelen het volgende:

  1. De plicht van de Staat om de rechten uit dit Verdrag ruime bekendheid te geven bij volwassenen en kinderen.
  2. De installatie van een Comité voor de Rechten van het Kind, bestaande uit tien experten, dat de rapporten moet behandelen die de Staten die partij zijn bij het Verdrag moeten indienen twee jaar nadat zij het Verdrag ratificeerden, en vervolgens elke vijf jaar. Het Verdrag treedt in werking nadat 20 landen het hebben geratificeerd.
  3. Staten die partij zijn moeten hun rapporten op ruime schaal bekend maken bij het publiek.
  4. Het Comité kan voorstellen dat gespecialiseerde studies worden uitgevoerd betreffende specifieke thema's die betrekking hebben op de rechten van het kind, en kan zijn bedenkingen formuleren ten aanzien van elke Staat die partij is en ten aanzien van de Algemene Vergadering van de VN.
  5. Met het oog op het bevorderen van een effectieve toepassing van dit Verdrag en om internationale samenwerking aan te moedigen, kunnen de gespecialiseerde organisaties (zoals de IAO, de Wereld Gezondheidsorganisatie, UNESCO en het Kinderfonds van de Verenigde Naties de bijeenkomsten van het Comité bijwonen. Samen met om het even welke andere als competent erkende organisatie, met inbegrip van NGO's die een consultatieve status bij de Verenigde Naties hebben, en met andere VN-organen, zoals de Commissie Mensenrechten, kunnen ze het Comité relevante informatie verstrekken of om advies worden gevraagd betreffende een optimale toepassing van het Verdrag.

Artikel 42

De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe de beginselen en de bepalingen van dit Verdrag op passende en doeltreffende wijze algemeen bekend te maken, zowel aan volwassenen als aan kinderen.

Artikel 43

  1. Ter beoordeling van de voortgang die de Staten die partij zijn, boeken bij het nakomen van de in dit Verdrag aangegane verplichtingen, wordt een Comité voor de Rechten van het Kind ingesteld, dat de hieronder te noemen functies uitoefent.
  2. Het Comité bestaat uit tien deskundigen van hoog zedelijk aanzien en met erkende bekwaamheid op het gebied dat dit Verdrag bestrijkt. De leden van het Comité worden door de Staten die partij zijn, gekozen uit hun onderdanen, en treden op in hun persoonlijke hoedanigheid, waarbij aandacht wordt geschonken aan een evenredige geografische verdeling, alsmede aan de vertegenwoordiging van de voornaamste rechtsstelsels.
  3. De leden van het Comité worden bij geheime stemming gekozen van een lijst van personen die zijn voorgedragen door de Staten die partij zijn. Iedere Staat die partij is, mag één persoon voordragen, die onderdaan van die Staat is.
  4. De eerste verkiezing van het Comité wordt niet later gehouden dan zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, en daarna iedere twee jaar. Ten minste vier maanden vóór de datum waarop de verkiezing plaatsvindt, richt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aan de Staten die partij zijn een schriftelijk verzoek hun voordrachten binnen twee maanden in te dienen. De Secretaris-Generaal stelt vervolgens een alfabetische lijst op van alle aldus voorgedragen personen, onder aanduiding van de Staten die partij zijn die hen hebben voorgedragen, en legt deze voor aan de Staten die partij zijn bij dit Verdrag.
  5. De verkiezingen worden gehouden tijdens de vergaderingen van de Staten die partij zijn, belegd door de Secretaris-Generaal, ten hoofdkantoren van de Verenigde Naties. Tijdens die vergaderingen, waarvoor twee derde van de Staten die partij zijn het quorum vormen, zijn degenen die in het Comité worden gekozen die voorgedragen personen die het grootste aantal stemmen op zich verenigen alsmede een absolute meerderheid van de stemmen van de aanwezige vertegenwoordigers van de Staten die partij zijn en die hun stem uitbrengen.
  6. De leden van het Comité worden gekozen voor een ambtstermijn van vier jaar. Zij zijn herkiesbaar indien zij opnieuw worden voorgedragen. De ambtstermijn van vijf van de leden die bij de eerste verkiezing zijn gekozen, loopt na twee jaar af; onmiddellijk na de eerste verkiezing worden deze vijf leden bij loting aangewezen door de Voorzitter van de vergadering.
  7. Indien een lid van het Comité overlijdt of aftreedt of verklaart om welke andere reden ook niet langer de taken van het Comité te kunnen vervullen, benoemt de Staat die partij is die het lid heeft voorgedragen een andere deskundige die onderdaan van die Staat is om de taken te vervullen gedurende het resterende gedeelte van de ambtstermijn, onder voorbehoud van de goedkeuring van het Comité.
  8. Het Comité stelt zijn eigen huishoudelijk reglement vast.
  9. Het Comité kiest zijn functionarissen voor een ambtstermijn van twee jaar.
  10. De vergaderingen van het Comité worden in de regel gehouden ten hoofdkantoren van de Verenigde Naties of op iedere andere geschikte plaats, te bepalen door het Comité. Het Comité komt in de regel eens per jaar bijeen. De duur van de vergaderingen van het Comité wordt vastgesteld en, indien noodzakelijk, herzien door een vergadering van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag, onder voorbehoud van de goedkeuring van de Algemene Vergadering.
  11. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt de nodige medewerkers en faciliteiten beschikbaar voor de doeltreffende uitoefening van de functies van het Comité krachtens dit Verdrag.
  12. Met de goedkeuring van de Algemene Vergadering ontvangen de leden van het krachtens dit Verdrag ingesteld Comité emolumenten uit de middelen van de Verenigde Naties op door de Algemene Vergadering vast te stellen voorwaarden.

Artikel 44

  1. De Staten die partij zijn, nemen de verplichting op zich aan het Comité, door tussenkomst van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, verslag uit te brengen over de door hen genomen maatregelen die uitvoering geven aan de in dit Verdrag erkende rechten, alsmede over de vooruitgang die is geboekt ten aanzien van het genot van die rechten:
    1. binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag voor de betrokken Staat die partij is;
    2. vervolgens iedere vijf jaar.
  2. In de krachtens dit artikel opgestelde rapporten dienen de factoren en eventuele moeilijkheden te worden aangegeven die van invloed zijn op de nakoming van de verplichtingen krachtens dit Verdrag. De rapporten bevatten ook voldoende gegevens om het Comité een goed inzicht te verschaffen in de toepassing van het Verdrag in het desbetreffende land.
  3. Een Staat die partij is die een uitvoerig eerste rapport aan het Comité heeft overgelegd, behoeft in de volgende rapporten die deze Staat in overeenstemming met het eerste lid, letter b, overlegt, basisgegevens die eerder zijn verstrekt, niet te herhalen.
  4. Het Comité kan Staten die partij zijn verzoeken om nadere gegevens die verband houden met de toepassing van het Verdrag.
  5. Het Comité legt aan de Algemene Vergadering, door tussenkomst van de Economische en Sociale Raad, iedere twee jaar rapporten over aangaande zijn werkzaamheden.
  6. De Staten die partij zijn, dragen er zorg voor dat hun rapporten algemeen beschikbaar zijn in hun land.

Artikel 45

Teneinde de daadwerkelijke toepassing van het Verdrag te bevorderen en internationale samenwerking op het gebied dat dit Verdrag bestrijkt aan te moedigen:

  1. hebben de gespecialiseerde organisaties, het Kinderfonds van de Verenigde Naties en andere organen van de Verenigde Naties het recht vertegenwoordigd te zijn bij het overleg over de toepassing van die bepalingen van dit Verdrag welke binnen de werkingssfeer van hun mandaat vallen. Het Comité kan de gespecialiseerde organisaties, het Kinderfonds van de Verenigde Naties en andere bevoegde instellingen die zij passend acht, uitnodigen deskundig advies te geven over de toepassing van het Verdrag op gebieden die binnen de werkingssfeer van hun onderscheiden mandaten vallen. Het Comité kan de gespecialiseerde organisaties, het Kinderfonds van de Verenigde Naties en andere organen van de Verenigde Naties uitnodigen rapporten over te leggen over de toepassing van het Verdrag op gebieden waarop zij werkzaam zijn;
  2. doet het Comité, naar zij passend acht, aan de gespecialiseerde organisaties, het Kinderfonds van de Verenigde Naties en andere bevoegde instellingen, alle rapporten van Staten die partij zijn, toekomen die een verzoek bevatten om, of waaruit een behoefte blijkt aan, technisch advies of technische ondersteuning, vergezeld van eventuele opmerkingen en suggesties van het Comité aangaande deze verzoeken of deze gebleken behoefte;
  3. kan het Comité aan de Algemene Vergadering aanbevelen de Secretaris-Generaal te verzoeken namens het Comité onderzoeken te doen naar specifieke thema's die verband houden met de rechten van het kind;
  4. kan het Comité suggesties en algemene aanbevelingen doen gebaseerd op de ingevolge de artikelen 44 en 45 van dit Verdrag ontvangen gegevens. Deze suggesties en algemene aanbevelingen worden aan iedere betrokken Staat die partij is, toegezonden, en medegedeeld aan de Algemene Vergadering, vergezeld van eventuele commentaren van de Staten die partij zijn.

Deel 3

Artikel 46

Dit verdrag staat open voor ondertekening door alle Staten.

Artikel 47

Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 48

Dit Verdrag blijft open voor toetreding door iedere Staat. De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 49

  1. Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste dag die volgt op de datum van nederlegging bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties van de twintigste akte van bekrachtiging of toetreding.
  2. Voor iedere Staat die dit Verdrag bekrachtigt of ertoe toetreedt na de nederlegging van de twintigste akte van bekrachtiging of toetreding, treedt het Verdrag in werking op de dertigste dag na de nederlegging door die Staat van zijn akte van bekrachtiging of toetreding.

Artikel 50

  1. Iedere Staat die partij is, kan een wijziging voorstellen en deze indienen bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De Secretaris-Generaal deelt de voorgestelde wijziging vervolgens mede aan de Staten die partij zijn, met het verzoek hem te berichten of zij een conferentie van Staten die partij zijn, verlangen teneinde de voorstellen te bestuderen en in stemming te brengen. Indien, binnen vier maanden na de datum van deze mededeling, ten minste een derde van de Staten die partij zijn een dergelijke conferentie verlangt, roept de Secretaris-Generaal de vergadering onder auspiciën van de Verenigde Naties bijeen. Iedere wijziging die door een meerderheid van de ter conferentie aanwezige Staten die partij zijn en die hun stem uitbrengen, wordt aangenomen, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Algemene Vergadering.
  2. Een wijziging die in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel wordt aangenomen, treedt in werking wanneer zij is goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en is aanvaard door een meerderheid van twee derde van de Staten die partij zijn.
  3. Wanneer een wijziging in werking treedt, is zij bindend voor de Staten die partij zijn die haar hebben aanvaard, terwijl de andere Staten die partij zijn gebonden zullen blijven door de bepalingen van dit Verdrag en door iedere voorgaande wijziging die zij hebben aanvaard.

Artikel 51

  1. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ontvangt de teksten van de voorbehouden die de Staten op het tijdstip van de bekrachtiging of toetreding maken, en stuurt deze rond aan alle Staten.
  2. Een voorbehoud dat niet verenigbaar is met doel en strekking van dit Verdrag is niet toegestaan.
  3. Een voorbehoud kan te allen tijde worden ingetrokken door een daartoe strekkende mededeling gericht aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die vervolgens alle Staten hiervan in kennis stelt. Deze mededeling wordt van kracht op de datum van ontvangst door de Secretaris-Generaal.

Artikel 52

Een Staat die partij is, kan dit Verdrag opzeggen door een schriftelijke mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De opzegging wordt van kracht één jaar na de datum van ontvangst van de mededeling door de Secretaris-Generaal.

Artikel 53

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is aangewezen als de depositaris van dit Verdrag.

Artikel 54

Het oorspronkelijke exemplaar van dit Verdrag, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, is neergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Personen die daartoe behoorlijk gemachtigd zijn door hun regering, hebben dit Verdrag ondertekend. In de landen die meedoen, dienen alle anderen hun ouderlijke macht te erkennen en te respecteren.

Bert Kerkhof

Labels:

  •      

Jongerenrecht

Slecht opgeleid naar afghanistan

Ongeloof in seks voor het huwelijk

Vele doden bij Love Parade

Krappe bovenkamers duurder dan studiebeurs

Laura Dekker en rechten van jongeren in nederland

Moeders pap pot binding hindert jongeren bij vinden werk

Ex-moeders vaker gedaagd door justitie

Kinderrechten en de plichten van een arts

Opvoeden

Inhuren praktijk-docenten MBO uit bedrijfsleven

Dirk Janssen nederlandse jongeren vertegenwoordiger

Opvoeden van arrogant, regentesk populisme

Noodgebouwen basis onderwijs aanpakken

Ontbrekend in Kopenhagen waarop de wereld wacht

Generation Islam - Children of afghanistan and gaza

Foto materiaal LTO Nederland actie

Voortgezet onderwijs na een mindere basisschool

Jeugdzorg

Manifest privacy, rechtshulp en waarheidsvinding

Jeugdzorg in nederland, drama van de eerste orde

Manifest Jongleur over de schreef

Coalitie wil groei aantal uithuisplaatsingen stoppen

Leger des heils haalt bakzeil bij uithuisplaatsing

Herstel van gezinnen en goedkope hulp

Debat over wantoestanden bij jeugdzorg

Zorgen met betrekking tot jeugdzorg

Mysterie van jeugd zonder gezin op een rijtje

Dure feestjes van jeugdzorg

Gezondheid

Baby verlof voor vader naar minimaal twee weken

Snel afgeleide mensen zijn meer creatief

Plan voor behandelen benauwde Co-Ouders

Onderzoek sport voor vaderloze kinderen

Honderden kinderen gaan jaarlijks de separeercel in

Geef huisarts grotere rol bij probleemgezinnen

Handhaven

Jill Egizii: Effect change and get court judges

Stop gemeentelijke vervreemding van kinderen

Behoud van familieleven bij scheiden is feestje waard

Moeders vaker gedaagd door justitie

Strafbare onttrekking aan de ouderlijke macht

EénVandaag over handhaven omgangsregeling

Televisie discussie over zorgplicht van beide ouders

Rechter negeert vader rechten bij scheiding

Rechter overtreedt te vaak wet bij scheiding

Klachtencommissie: Informeren béide ouders

Klassieke Co-Ouder regeling

Muziek

Jeffrey zingt voor zijn vader

Marco Borsato - Dochters uit beklemming

Jeff van Vliet - 't Is niet mijn fout

Dio - Alles doen om het weer aan te maken

Lawineboys - Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben

Kinderen voor kinderen - Foto album - Willem Wilmink

Koen Wauters - Passie - Zie me graag

Kinderen voor kinderen - Ha ha ha je vader

Economie

Opbouwen met elkaar en financiëel kringlopen

Nieuwe kans op kwaliteiten spoorlijn A'dam-Groningen

Drie keer nadenken over kinderopvang

Toekomst gloort hoop tegen sociaal culturele achterstand

Stop gemeentelijke vervreemding van kinderen

Vrijheid deed haïtianen sociaal en economisch das om

De economie van haïti in drenthe

Noodhulp actie haïti heeft cholera ramp niet voorkomen

Ontbrekend in Kopenhagen waarop de wereld wacht

Moeders pap pot binding hindert jongeren bij vinden werk

Vader crisis en economie

Cijfers

Vaderen over nederland

Vaderverstoting in nederland

Problemen van kinderen in kaart met onderzoek

Moderne rolopvattingen en herleving sociale economie

Aanvragers van echtscheidingen

Cijfers van CBS over aantal scheidingen

Eerste proefschrift ouderverstoting goedgekeurd

Flitsscheiding beëindigde 30.000 relaties

Geld

Co-Ouders zijn kredietwaardig

Co-Ouders en fiscale regels voor de Benelux

Kinderbijslagplan voor gescheiden vaders

Omgangsregeling en naleven regelen in éen rechtszaak

Steeds meer fricties tussen mensen en traditionele justitie

Affectieschaden aanpakken

Relaties

CO-Ouder clubs online

Regionale justitie contactgegevens

Politiek 1.0

Eén op drie kinderen in problemen door scheiding

Collegevorming na raadsverkiezing drenthe

Ronald Palsterk over pvda verkiezingsnederlaag

Brief aan tweedekamer lid Fatma Koser Kaya van D66

Repressie

Politiebureau zet vader onder druk: 'afstand doen van kinderen'

Negatief advies welstandscommissie is vaag

Ongeloof in seks voor het huwelijk

'Kinderen van mensen die nooit getrouwd zijn geweest'

échte zoon van zijn éigen vader

Agente werpt steen door ruit bij redacteur Kind in de knel

Dissidente mensenrecht activist Cuba verhongert

Nicolaas Beugeling, vrouw en kind te Veenhuizen

Nobel Prijs Vrede naar mensenrecht activist Liu Xiaobo

Omgangsonrecht - het boek van Tjerk Bakker

Steeds meer fricties tussen mensen en traditionele justitie

Écht regelgeven 3.0

Manifest Integriteit van Co-Ouderen

In voorspoed en geluk vader zijn met levensgezel europa

Uitspraak vervangende toestemming erkenning

Belgische wet Co-Ouders bestaat 15 jaar

Brad Pitt trouwt pas als homo’s het óok mogen

Koppel alimentatieplicht en omgangsregeling

Fiscaal Co-Ouderen in de Benelux

Omgangsonrecht met kinderen na scheiden

Co-Ouder na scheiding is de norm in België

Claim na geruchtmakend Bolderkar drama

Open knowledge and freedom of communication
StatCounter geeft relevante overzichten
CSS validator test Tidy test
Een ánder Europa is mogelijk