©Conseo
 

Kind in de knel

  • Ondersteun de vader en de fantastische moeder die elk willen Có-Ouderen, zelf samen kinderen opvoeden, al dan niet samen wónend. Verbeter taal politiek en cultuur van het maatschappelijk middenveld opdat váder ook in de traditionele gebieden wordt gerespecteerd. Wij moedigen aan vol te houden met grootbrengen van kinderen in voorspoed en geluk …
stop vaderloosheid in Haïti
zaterdag 5 november 2011

Overgangsregering bouwt griekse sociale economie

Ik was in 1979 samen met vriendin éen van pionier vakantie makers in griekenland, net bevrijd van kolonelsregime. Wij werden hartelijk ontvangen. Papandreou is geïnteresseerd in presentatie van het zwart-wit beeld: hoe griekenland gaat uitzien zonder het strengheid plan. Ben voorstander van mensen verantwoordelijkheid geven voor al hun kritiek, alleen protest in de straten is niet genoeg. Met alle woorden die mensen wijzigen en bespreken, zal uitvoering van het plan nooit worden georganiseerd en blijven griekenland en balkan achter. Zet geld in waar monden zijn van sterke mensen die stáan voor sociale groei en welvaart. Eerst moet Papa door het formele proces, het parlement kan niet onder ratificeren uit. En dan in februari kunnen hij en het parlement vol vertrouwen naar het volk.

Spannen van een financieel droom op zich zelf gaat verwachtingen niet waar maken, sociále economie kan niet opgelegd slechts met financiële constructies. Harten hoofden en handen van bevolking gaan maken dat het écht werkt. Giorgos Papandreou heeft een minder harde hand dan zijn vader, hardop wordt gezegd dat je bedelaars niet moet laten kiezen.

Italië is met duitsland en Frankrijk in sterkte de derde economie van europa. Echter heeft hoge schuldenlasten. Ordenen van zo'n groot land gaat Europa geld kosten. Van dit land mag méer verwacht als spil voor onderwijs en sociaal-economische groei in het middellandse zee gebied. Het internationaal monetair fonds gaat controleren of italie genoeg economisch hervormt, heeft de G20-vergadering in Cannes besloten. Het IMF publiceert elk kwartaal een rapport met de stand van zaken. Berlusconi is akkoord gegaan met toezicht door het IMF, al is volgens de italianen officieel geen sprake van controle.

Faciliteer liever het grootbrengen van kinderen van europese middengroepen mensen: vaak hebben ouders naast presteren op hun werk weinig kansen voor kroost. Nederland verliest éen op drie vaders voor grootbrengen van hun kinderen, een knellend europees verschijnsel. Europa kan beter zorgen presterende ouders niet fysiek van hun kinderen te scheiden. Opkomende economieën buiten Europa hebben nog geen bijdrage toegezegd aan het Europese noodfonds, China en Brazilie willen eerst meer duidelijkheid.

Zaterdag

De griekse premier Papandreou heeft vertrouwen van het parlement gekregen, 153 leden stemden vóor de overgangsregering, 145 leden tégen. Het is maar de vraag of de grootste oppositiepartij wil meewerken, ND-leider Samaras wil vervroegde verkiezingen. Tijdens besprekingen over de overgangsregering komt tegelijk aan de orde wie moet leiden, zei de premier.

Update: De week waarin de euro werd gered

Penne recept met toscaanse worst en spinazie blokjes

Een eenvoudig snel en echt lekker pasta recept

Ingrediënten

  • 600g diepvries spinazie blokjes
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 1 kleine ui, fijn snijden
  • 1 teentje knoflook, fijn snijden
  • 75 g gesneden pancetta spek
  • 150 g toscaanse- worstjes, vel verwijderen en in stukken snijden
  • 50 ml slagroom
  • snufje gedroogde spaanse pepers
  • 400 g penne rigate
  • zeezout en versgemalen zwarte peper
  • bij opdienen: vers geraspte parmezaanse kaas

Bereiden

  1. Breek naar behoefte spinazie blokjes uit het diepvries pak en ontdooi deze in een pan kokend water. In een vergiet laten uitlekken
  2. Verhit de olijfolie in een grote steelpan met zware bodem, voeg de ui en de knoflook toe en bak zachtjes 5-6 minuten of tot het zacht is
  3. Voeg pancetta en de worst toe en bak op een laag vuur gedurende 20 minuten, daarna het overtollige vet afgieten
  4. Voeg room bij de saus en breng aan de kook. Voeg de spinazie en gedroogde spaanse pepers toe. Voeg zout toe
  5. Kook de penne in een grote pan met kokend water volgens aanwijzingen op verpakking beetgaar. Grotendeels afgieten echter bewaar 100 ml van het kookvocht met de penne
  6. Voeg de pasta toe aan de saus, roer goed en voeg een klein deel van het gereserveerde water als nodig om de saus los te maken
  7. Kook zachtjes 2 minuten, daarna serveren met vers gemalen zwarte peper en geraspte parmezaanse kaas

Met wijn advies van Susie Barrie: Chianti

Eet smakelijk

Labels:

  •      
maandag 25 juli 2011

Make DNS supervision transparent and accountable

The European Union calls for internet governance as of 1 october.

Labels: ,

  •      
vrijdag 22 juli 2011

Europa wil af van amerikaans beheer internet

NORG - ICANN, de instantie die de infrastructuur van internet beheert moet een onafhankelijke internationale organisatie worden.

Vice President van de EU Viviane Reding is belast met de portfeuille justitie fundamentele rechten en burgerschap. Op dit moment is ICANN formeel onderdeel van het amerikaanse ministerie van handel. ICANN gaat over:

  • De uitgifte van ip-adressen, dit zijn de numerieke codes waarmee servers in het internet netwerk worden aangeduid en
  • Het domain name system (DNS), een soort telefoonboek dat die codes vertaalt naar voor mensen leesbare internet adressen.

De organisatie voert haar toezicht al dan niet uit middels een hiërarchie via de topleveldomeinen (TLD's), het laatste gedeelte van een internetadres - zoals .com .org of .net.

Niet te verdedigen

Critici vinden het kwalijk dat de organisatie in amerikaanse handen is. Zo werd ICANN in het verleden door conservatieve amerikaanse politici onder druk gezet om af te zien van de invoering van het TLD .xxx bedoeld voor erotische websites. De verantwoordelijkheid van de amerikaanse regering voor functioneren van de ICANN is niet vanzelfsprekend. Viviane Reding van de EC in Brussel wil de ICANN omvormen tot een onafhankelijke internationale organisatie.

"Op de lange duur is het niet ter verdedigen dat een overheidsdienst van slechts één land de controle heeft over internet functionaliteit die wordt gebruikt door honderden miljoenen mensen over de hele wereld" meent Reding. Volgens de Luxemburgse moet ICANN geprivatiseerd worden. Tegen beslissingen van ICANN moeten belanghebbenden bij een klein internationaal tribunaal protest kunnen aantekenen. Reding stelt voor dat de grote lijn van internet beleid wordt uitgezet door een G12 van internet met vertegenwoordigers van regeringen uit de amerikaanse europese afrikaanse aziatische en australische regio.

Discussie

Reding is niet de eerste die dit voorstelt. Tegenstanders wezen er na eerdere vergelijkbare plannen op dat internationaal beheer van ICANN kan leiden tot stroperige besluitvorming. Eerder hebben zij gepleit voor behoud van nationaal amerikaans beheer omdat zij vrezen voor:

  • autoritaire regimes
  • scherper overheidstoezicht
  • censuur op het web

The interest in honest and fair internet domain name management is renewed since the US deficit rating is a topic. Some republicans are angry about european intelligence and seems to want bleeding as if european people are hacking. The Vapona advertising and dancing insect with a photograph of social democrat Obama on the same belgian festivalnews page, indeed is below decency. However many publications of civil society organisations are righteous. De EC organiseerde eerder in 2009 een hoorzitting over beheer van internet.

Message

From: Viviane Reding, Europe Direct
Date: 22 July 2011
Subject: Honest and fair internet domain name management

Dear Mr. Kerkhof,

Thank you for your message. Based on the information provided, we believe you refer to the call of the former European Commissioner for Information society and media, for greater transparency and accountability in Internet governance in 2009.

You can find the associated EU press release which also outlines the new model of Internet governance as proposed by Commissioner Reding. In addition, we would like to draw your attention to the competent European Commission’s directorate-general for the Information society and media regarding Internet governance. We hope that this information will be of use to you and remain at your disposal should you have further questions about the EU.

With kind regards
 
Viviane now is EU Vice-president and Commissioner for justice, fundamental rights and citizenship

Labels: ,

  •      
dinsdag 31 mei 2011

Tous les garçon et les filles de mon âge …

Wszyscy chłopcy i dziewczęta w Moim wieku …

Tous les garçons et les filles de mon âge
se promènent dans la rue deux par deux
Tous les garçons et les filles de mon âge
savent bien ce que c'est d'être heureux

wszyscy chłopcy i dziewczęta w Moim wieku
chodzenie po ulicach w parach
wszystkich chłopców i dziewcząt w Moim wieku
oni wiedzą, co to jest szczęście

Et les yeux dans les yeux et la main dans la main
Ils s'en vont amoureux sans peur du lendemain
Oui mais moi, je vais seule par les rues, l'âme en peine
Oui mais moi, je vais seule, car personne ne m'aime

i oczy w jego oczach i ręce są w jego rękach
kochają bez obawy o jutro
tak ale Idę sam tylko ulicami, utracone
tak ale Idę sam nikt Mnie nie kocha

Mes jours comme mes nuits
sont en tous points pareils
Sans joies et pleins d'ennuis
Personne ne murmure je t'aime à mon oreille

Moje dni i moje noce
podobne we wszystkich aspektach
bez radości i pełne zawirowań
nikt nie mezczyzna szepcze Mi do ucha Kocham cię

Tous les garçons et les filles de mon âge
font ensemble des projets d'avenir
Tous les garçons et les filles de mon âge
savent très bien ce qu'aimer veut dire

wszystkich chłopców i dziewcząt w Moim wieku
razem plany na przyszłość
wszystkich chłopców i dziewcząt w Moim wieku
bardzo dobrze wiedzą, co znaczy miłość

Et les yeux dans les yeux et la main dans la main
Ils s'en vont amoureux sans peur du lendemain
Oui mais moi, je vais seule par les rues, l'âme en peine
Oui mais moi, je vais seule, car personne ne m'aime

oczy na każdej ręce innych i przytrzymaniu
kochają bez obawy o jutro
tak ale Idę sam tylko ulicami, lost soul
tak ale sam Idę, nikt Mnie nie kocha

Mes jours comme mes nuits
sont en tous points pareils
Sans joies et pleins d'ennuis
quand donc pour moi brillera le soleil?

Moje dni i moje noce
są podobne we wszystkich aspektach
bez radości i pełne zawirowań
oh! Kiedy słońce świeci dla Mnie?

Comme les garçons et les filles de mon âge
connaîtrais-je bientôt ce qu'est l'amour
Comme les garçons et les filles de mon âge
je me demande quand viendra le jour

jak chlopcy i dziewczeta w Moim wieku
i wkrótce Bede wiedziec, czym jest milosc
jak chlopcy i dziewczeta w Moim wieku
I zastanawiam sie, kiedy przyjdzie dzien

Où les yeux dans ses yeux et la main dans sa main
j'aurai le coeur heureux sans peur du lendemain
le jour où je n'aurai plus du tout l'âme en peine
le jour où moi aussi j'aurai quelqu'un qui m'aime …

gdy oczy w jego oczach i ręce są w jego rękach
Będę, szczęśliwy serce bez obawy o jutro
w dzień Już nikt nie jestem zagubioną duszą
w dzień że ktoś Mnie kocha …

            Françoise Hardy lyrics
            Muzyka z Rogerem Samyn
            Tłumaczenie Bert Kerkhof


Labels: ,

  •      
woensdag 2 maart 2011

Agente werpt steen door ruit bij redacteur Kind in knel

Afgelopen jaren raakten herhaaldelijk waardevolle eigendommen zoek uit de woning, zonder sporen van braak. Zés keren werden nieuwe sloten ingezet en éen-sterren sloten verloren per 1 maart 2010 (tijdelijk) het politie keurmerk. Vorig jaar werd een drie sterren slot gekocht bij een handelaar te Norg (drenthe) bovendien is de woning voorzien van elektronische beveiliging. Afgelopen dinsdag werden daders op heterdaad betrapt, zes agenten van politie pleegden de inbraak en lieten duidelijke sporen na.

Zoals bekend hadden agenten van politie in de tweede wereld oorlog nooit een hekel aan joden, zij droegen te weinig sterren op de jas, dat was het enige.

Te weinig sterren op de jas

Vandaag de dag hebben lokale cops geen hekel aan Co-Ouders, nee van belang is waarom zij zélf denken in te breken en dit keer is het vanwege drugs. Onderstaand verslag klopt overigens, zij het dat niét is aangebeld en geen politie is geroepen, kennelijk om voortijdig wegspoelen in het toilet van coke tegen te gaan. Verder moest niet Melvin maar Henk gestopt worden op de trap omdat hij niet eerst de machtiging aan de huiseigenaar wilde laten lezen. De agenten moesten bekennen niets te hebben gevonden, de huiszoeking was ten ónrechte. Na toezegging van schadevergoeding verlieten ze het pand via de achterdeur.

De ergste ravage werd opgeruimd en glasreparatie werd geregeld, om 10 uur werd naar het wijkbureau te Roden gereden voor een gesprek met politie beheerder Harry Prak. De inbrekers echter stonden bij de uitgangen van de wijk auto's op te wachten en met name éen agente probeerde het gesprek met de heer Prak te verhinderen. Met getergd gezicht vertelde zij een auto in beslag te willen nemen en zij loog dat de heer Prak niet aanwezig zou zijn. Echter Evert Nitrouw was voor rede vatbaar en liet verkeer door.

Papa legt meters …

Op het bureau werd afspraak gemaakt voor gesprek en rond elf uur werd contact opgenomen in de hal van het stadhuis met journalisten van het Roder Journaal en RTV Drenthe. Niet precies weten we wat de wérkelijke reden is geweest van de inbraak, mogelijk is verband met de aflevering van KRO's Brandpunt die de gemoederen van lokale bestuurders in het noorden van het land danig kan bezighouden. Hoe dan ook, in de middag om twee uur kon aan Prak verslag worden gedaan van de meters parket die intussen in Assen zijn gelegd. Hij verklaarde verantwoordelijk te zijn en zegde toe akkoord te zijn met de in te dienen schadefactuur.

politie drenthe noord

basiseenheid noordenveld/tynaarlo

verslag binnentreden woning XX XX te Norg

Ik, verbalisant, Evert Nitrauw, brigadier, basiseenheid Noordenveld/Tynaarlo, politie drenthe, verklaar het volgende:

Op dinsdag 1 maart 2011 te 7:45 ben ik, verbalisant, vergezeld van 5 opsporingsambtenaren, genaamd: Hendrik Luitzen Kuik, Jacqueline Geertruida Maria Schoorl, Wilhelmina Christina Beijer, Melvin Jonker, Martine van der Veen, krachtens een machtiging van de inspecteur van de regiopolitie drenthe regiopolitie Drenthe, Harry Prak, tevens hulpofficier van justitie;

Welke machtiging op maandag 28 februari 2011 werd afgegeven op grond van Artikel 9, lid 1 onder b, van de opiumwet;

binnengetreden in een woning geleggen aan XX XX Norg, binnen de gemeente Noordenveld, zonder toestemming van een persoon die opgaf de bewoner te zijn en te zijn genaamd:
Geboorte land:
Geslacht:
Nationaliteit:
Adres:
Woonplaats:
Vader
Man
Nederlandse
XX XX
Norg
x

Voorafgaande aan het binnentreden van de woning heb ik, de hierboven genoemde machtiging getoond en het doel van het binnentreden medegedeeld.

Wijze van binnentreden op dinsdag 1 maart 2011, omstreeks 07:33 uur, kwamen wij, verbalisanten, aan bij de recreatiewoning xx xx te Norg, gemeente Noordenveld. Na aankomst werd eerst herhaaldelijk op de bel gedrukt. Hier werd niet op gereageerd. Daarna werd er op alle ruiten geklopt en gebonkt en daarbij werd op duidelijke toon geroepen: 'Politie!'. Ook hier werd niet gereageerd door enig persoon die mogelijk in de woning aanwezig zou kunnen zijn.

Op dinsdag 1 maart 2011, omstreeks 07:45 uur, werd door mij, verbalisant Nitrauw, de opdracht gegeven aan verbalisant van der Veen om een ruit in te slaan/gooien. Nadat deze ruit werd ingeslagen en het raam geopend kon worden, werd het pand als eerste betreden door verbalisant Jonker. Verbalisant Jonker liep daarna door de woning en opende de voor-/achterdeur geopend.

Verrichtingen, eventuele voorvallen en bijzonderheden: nadat door verbalisant Jonker de voordeur-/achterdeur geopend was, zijn wij, verbalisanten Nitrauw, Kuik en van der Veen, de woning betreden. Ik, verbalisant Nitrauw, riep bij het betreden van de woning op luidde toon: 'Politie!'. Wij verbalisanten, betraden als eerste de hal met een trap naar boven. Wij, verbalisanten Nitrauw en Jonker, liepen daarop de trap op. Halverwege de trap zagen we dat een deur werd geopend die zich recht tegenover de trap bevond. Ik verbalisant Nitrauw, sprak gelijk die man aan. De man maakte zich bekend als de hoofdbewoner van de woning en verzocht ons dringend zijn woning te verlaten. Ik, verbalisant Nitrauw, toonde hem daarop de machtiging tot binnentreden en deelde hem mede dat we binnengetreden waren op grond van de opiumwet, omdat we het vermoeden hadden dat hij een in werking zijnde hennepplantage/-kwekerij zou hebben in zijn woning. De machtiging tot binnentreden werd vervolgens door mij, verbalisant Nitrauw, aan die man (hoofdbewoner) ter hand gesteld zodat hij deze kon doorlezen.

De bewoner bleef in eerste instantie verzetten tegen het zoeken naar een kwekerij/plantage in zijn woning. Ik, verbalisant Nitrauw, vroeg daarna de man (hoofdbewoner) naar zijn identiteit. Hij weigerde hier ook aan mee te werken; want ik wist wel waar ik nu was. Vervolgens werd de bewoner naar beneden gedirigeerd en overgedragen aan verbalisant Kuik.

Een schriftelijk verslag van binnentreden werd verzonden op dinsdag 1 maart 2011 aan Vader (man).

De woning werd verlaten op dinsdag 1 maart 2011 te 08:00 uur. Waarvan door mij op ambtseed is opgemaakt dit proces-verbaal dat ik sloot en ondertekende te Roden, op 1 maart 2011

Evert Nitrauw op ambtseed

In de woning is geen hash of opium aangetroffen. Opmerkelijk heeft Evert deze bevinding -onderzoek was voorgewend als doel van de inbraak- niet in het verslag vermeld.

Update 4 april

Madiwodo show van 4 april

Lees tevens …

    Aanhoudingen zorghoeve mishandelingen 2009
    Gezag komt te voet en gaat te paard
    Asser rechter in opspraak geraakt

Labels: ,

  •      
woensdag 22 september 2010

Voorspoed en geluk vader zijn met levensgezel Europa

Vaders die in sneerland ongehuwd samenwonen vervreemden steeds vaker van hun kinderen, constateren echtscheidingsadvocaten. Vaders doen van álles wat een vrouw bekoort, stichten bovendien een betamelijk gezin plus doen aangifte van geboorte voor de burgerlijke stand. Echter als automatisme ontneemt de overheid hen ouderlijke verantwoordelijkheid voor het grootbrengen.

Niet chic van sneerland en raar, leidt tot verwarring bij vader, verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw en tot onderontwikkeling en verminderd levensperspectief voor de kinderen die het treft. Volgens europese regels heeft íedere vader ouderlijke zeggenschap tenzij de man uit ouderlijke macht is ontzet. Echter hollandse bureaucraten menen dat vader éxtra formulieren zou moeten hebben ingevuld in een voor hem tóch al drukke periode van het leven.

In 2009 werden 77.000 kinderen geboren uit samen- en apart- wonende ouders. Meer dan 42 procent van alle kinderen ziet ongetrouwd licht en het percentage stijgt jaarlijks.

Vader en dochter

“Veel ouders denken totaal niet aan het regelen van zeggenschap”, zegt familie advocaat Geoffrey Zeegers in de Telegraaf, “geboorte aangifte doen alleen is niet voldoende”. Bij een scheiding zijn vaders vaak totaal verrast: ze denken dat geboorte aangifte hen zeggenschap geeft. Erkennen in sneerland geeft slechts financiële alimentatie lasten en niet de lusten die bij vader zijn hóren. Later bij ruzies kan de vrouw op de proppen komen met de mededeling dat ze niets met vaders van doen wil hebben en wordt vader door derden die onbekend willen blijven, verplicht jarenlang giro-overschrijvingen te doen voor kinderen die onder vaderloos bestaan lijden.

Jawel je bent in holland !!

Een advocate in Rotterdam meent dat gemeenteambtenaren ouders éerder en béter kunnen voorlichten. Als de ambtenaar van de burgerlijke stand bij de aangifte zogenaamde gezags-formulieren aanrijkt waarmee vader zijn ouderlijke zeggenschap claimt bij een rechtbank, blijft hij gespaard van latere kwesties en gerechtelijke procedures.

Vader en boterbrief

Anderen pleiten voor huwelijk, voor traditioneel getrouwde vaders is slechts geboorte aangifte nodig en bestaan de overige formulieren verplichtingen niet. Bij getrouwde vaders worden europese regels minder door lokale brood- en krijgsheren (bobo's, red) betwist. Een trouwfeest voor vrienden en familie is forméel nooit verplicht geweest en het stadhuis kent dagen waarop trouwerij niet lang hoeft te duren. Toch is waarschuwen op zijn plaats:

  1. Zweren van levenslange trouw aan je partner zelfs tot ná de kinderen de deur uit zijn trekt een wissel op een toekomst die nog zó ver weg ligt dat je er niet aan moet dénken.
  2. Als je de huwelijkse gemeenschap van goederen niét op de koop toeneemt is jouw visie voor een notaris de moeite dubbel en dwars waard.

Vergeet niet dat tegenwoordig kéuze is uit verschillende soorten kontrakten. Beslis zélf over je eigen leven en kies het kontrakt dat het beste pást.

Europa: Vergun Vader ín elk hedendaags NL gezin

Een plek voor Vader gunnen in élke gezinsvorm, vele Ouders zien niets liever. Éen praktische en eenvoudige remedie voor regelen van vader's zeggenschap en respecteren daarvan door regionale justitie, is het aangifte doen door vader binnen een jaar na geboorte. Voor nederlandse pennelikkers is dat van doorslaggevende betekenis, het zou enorm helpen bij het vaak moeilijke werk van handhaven van het europees verdrag rechten van de mens (EVRM) dat voor nederland is ondertekend. Échte europese landen houden zich aan het verdrag. In de praktijk maakt aangifte doen het handhaven nog niet gemakkelijk genoeg. De noodzaak van ontwikkelingswerk in nederland kost: politie op MBO niveau zal veel voorkomende kromme toestanden en scheefgroei kunnen rechtzetten en op den duur voorkomen. Overigens met repareren en voorkomen van gedoe houdt het nog niet op. Daarnaast meldde Boris van der Ham in de herfst van 2011 met trots dat hij vader is van een prachtige zoon. Een lesbisch stel zal het jongetje opvoeden. Ik wens élke vader méer geluk van deze wereld toe!

Allen die voor moderne mensen willen werken ter wille van voorspoed en geluk in de maatschappij, bescherm vaders zoals een herder met hart en ziel zijn schapen beschermt en help mee einde maken aan middeleeuwse heks- en huishouderij. De praktijk van verduistering van vader's zeggenschap blijkt té vaak een donkerbruine trutten put waarin een vergunning voor vader ver te zoeken is: oorzaak van crisis. Overigens is Boris goed bevriend met de potten die zijn zoon in huis hebben. Wie en wat sneerlands is dient europese cultuur te om-armen en zeggenschap te gunnen aan de fítte vader: kies voor Bert's principes van vader bij geboorte en bedenk dat de vader Vergunningen reeds in vele europese landen béter zijn …

Vader's zeggenschap is veilig geregeld in …

  • In belgië hebben beide ouders altijd gelijke zegggenschap. Dus indien ouders apart leven blijft voor elk afzonderlijk ouderlijke zeggenschap:

  • In frankrijk hebben beide samen- of apart- wonende ouders gelijke ouderlijke zeggenschap. Niet direct maar binnen een jaar na geboorte moeten ouders aantonen verwant te zijn aan het kind. Een voor vader sterke regel.
  • In noord-ierland kan vader ouderlijke zeggenschap verkrijgen eenvoudig door zich als vader te registreren. Dat zet de deur open voor een frauderende would-be vader en DNA bewijs kan de eerlijke vader helpen.
  • In polen hebben beide ouders altijd gelijke ouderlijke zeggenschap of ze nu getrouwd zijn en/of samen- danwel apart- wonen.
  • In letland hebben beide ouders gelijke ouderlijke zeggenschap. Ouders kunnen slechts sámen beslissen om één van hen uit ouderlijke macht te ontzetten.
  • Volgens ests recht hebben beide biologische ouders gelijke ouderlijke zeggenschap. Aantonen van biologisch verwant zijn volstaat.
  • In litouwen hebben beide ouders gelijke rechten en plichten, getrouwd en/of gescheiden wonend elk mét danwel zonder zowel tafel en/of bed of niet dan.
  • In tjechië hebben de twee biologische ouders gelijke zeggenschap, al dan niet trouwen maakt niet uit. Toch laat hier de ambtenarij een opmerkelijke steek vallen: Ouderlijke verantwoordelijkheid zou pas bij geboorte ontstaan.
  • In slowakije wordt ouderlijke zeggenschap door béide ouders gelijk uitgeoefend.
  • In hongarije wordt ouderlijke zeggenschap door béide ouders gelijk uitgeoefend.
  • In spanje hebben beide ouders gelijke zeggenschap over minderjarigen en hun goederen, behoudens uitzonderingssituaties.

Gezagspapieren vaardigheden

In bepaalde landen worden bureaucratische eisen gesteld aan bevolking. Mensen met minder formulieren invul vaardigheden zouden gestrafd en/of gediscrimineerd moeten worden met als doel hen op een recht pad te houden, hierbij enkele kanttekeningen:

  1. Waarom samen- en apart- wonende vaders testen op bureaucratische vaardigheden, deze zijn evenmin nodig voor moeders en getrouwde vaders.
  2. Red tape van overvloedige paperassen remt het ondernemen van ondernemende ouders.
  3. Ouders die minder bedreven zijn met formulieren kunnen dikwijls wél goed grootbrengen, iemand met papieren vaardigheden is niet vanzelfsprekend een goede ouder.
  4. Disciplineren van burgers om overheidsformulieren in te vullen heeft functie, echter het belang van behoud vaderrechten voor het kind mag daaraan niet ondergeschikt wezen.

De eis van gezagspapieren vaardigheid drukt een stempel op onze huishouding die naar blijkt, geen enkele garantie biedt voor een toekomst van grootbrengen van kinderen in het verleden. De huidige crisis is naar mening een brevet van onvermogen voor sneerlands sociale economie- en onderwijs- constitutie.

Verkeerde justitie drukt tevens stempel op bepaalde landen …

  • In duitsland krijgen ouders slechts gelijke ouderlijke zeggenschap indien ze gemeenschappelijk zorgverklaringen in een openbare akte vast laten leggen bij lastige 'kinder-ontzorgers' of dure notaris. Overigens mogen ouders zelf kiezen tussen lastig of duur en dat is winst.

    Alle kinderen beide ouders

  • In engeland kregen ouders pas op 1 dec 2003 gelijke rechten indien zij samen geboorte aangifte doen. Iedereen weet hoe het voor een vrouw voelt om daartoe uit het kraambed te komen. Desalniettemin kan nu voor gemotiveerde ouders wat eerst niet mocht.
  • In het maltees sprekende gedeelte van europa heeft de alleenstaande moeder het alleenrecht, tenzij net als in engeland vader moeder uit het kraambed hijst om samen voor een loket te verschijnen. Dóorgaan met tolken in Straatsburg (voor de franse werkgelegenheid bedachte kantoor-lokatie) is de énige kans om oost-indisch doof (maltezen verstaan europees engels wel dégelijk) te overkomen.
  • Ook in zweden moeten ouders samen aangifte doen voor toewijzing van hoederecht wat dit ook betekenen mag, zweeds is thans nog moeilijke taal.
  • In het door grieken en turken verdeelde cyprus is de toestand als in sneerland.

Bijdragen aan de strijd

Hoe ernstig het ook gesteld is in de lage landen, haïtiaanse vaderverstoting heeft zelfs ernstiger huisgehouden waar op vuilnisbelten wordt geleefd en vrouwen kinderen van school houden. Maak voor het verbeteren van drinkwatervoorziening en het inhuren van praktijkdocenten geld over naar giro 555 van de samenwerkende hulporganisaties onder vermelding van: 'Stop vaderloosheid'.

Karin Bloemen en André van Duin werkten mee aan het benefiet concert met het lied Het Dorp. Dit wordt op Youtube overwegend als leuk beoordeeld en is veilig in onderwijs aan te bieden. Rond de brugklas leeftijd kan geleerd van ervaringen uit traditionele dorpen en verwacht van oudere leeftijden haalbare plannen voor plattelandsontwikkeling. Grote én kleine donaties voor grootbrengen in de europese regio zijn welkom bij:

Bert Kerkhof

In dit soort landen zitten haken en ogen aan de procedure voor het verkrijgen van vader's zeggenschap, de eis van gezamenlijkheid blijkt voor een niet te verwaarlozen deel van de bevolking een te hoge drempel. In de praktijk leidt alléenrecht voor de vrouw tot polygamie, een klap in het gezicht voor alle vaders die het kinderrechtenverdrag van de verenigde naties (IVRK) respecteren. Het europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) waardeert béide ouders. Wees bedacht op individuen die alleenrecht toedichten aan een vrouw, voor je het weet sta je als vader tegenóver jugendamt in plaats dat ambt vader hélpt tegen gevolgen van misplaatst alleenrecht. Niet de éerste vaders en moeder emigreren met het doel elders veiliger te kunnen grootbrengen.

Maak voor kinderen mogelijk vader terug te vinden. Erken vader en leg vader gegevens eerlijk vast in gemeentelijke basisregistraties verbetert genieten van vaders zorg:

In voorspoed en geluk vader en kinderen zijn middels Europese mensenrechten :

Leve het beschaven

Andere bronnen …

Lees verder …

  • Maak bij geboorte zélf een certificaat en verspreid deze onder zoveel mogelijk vrienden.
  • Beoefenen van ADHD helpt neuzelende loket beambten aan paperassen.
  • Commercieel gewin van geneesmiddelen industrie loopt in de pas: hol van rechtbank naar gerechtshof tot hoge raad en hou energie over met farmaceutisch puffen.
  • Vrijheid deed haïtianen sociaal en economisch de das om, wij kunnen daaruit leren voor het grootbrengen in de lage landen voor ons belang en ons eigen kroost.

Labels: ,

  •      
maandag 26 juli 2010

Vele doden bij Love Parade

Vanuit beide richtingen liep de menigte de tunnel in, mensen die vielen konden niet meer opstaan. Doden vielen vanaf 17:44 tot 18:00. Televisie verslaggever Thomas Münten van de ZDF was in Duisburg en hij verklaart dat bezoekers een half uur vòor het ongeluk aan de hulpdiensten zoals het Rode Kruis en ook aan de politie zeiden dat het zo niet gaat, dat de tunnel te smal is en de situatie uit de hand loopt. Zij hebben gevraagd de tunnel af te sluiten. Het is nog niet bekend wat de politie met deze melding heeft gedaan.

Op het Pinkpop festival is nooit een dode gevallen dankzij tijd en geld (1 miljoen euro) dat wordt uitgetrokken voor veiligheid. Organisator Jan Smeets houdt vergunningverlener Duisburg verantwoordelijk. Volgens Jan moet geen toestemming zijn voor gratis festivals en hij pleit voor kleinere evenementen in Duitsland. De verklaring van Jan Smeets zou te vinden moeten zijn (indien de ongelukkige labels 'homeland security' niet zijn genoemd) via de YouTube zoek-opdracht: Jan Smeets over Duisburg, in ieder geval is deze via het Kindindeknel kanaal beschikbaar.

Labels: ,

  •      
dinsdag 13 april 2010

Belgische wet Co-Ouders bestaat 15 jaar

In belgië werd vanouds ouderschap bij scheiding slechts aan één ouder toegekend. De ándere niet-inwonende ouder kon nagenoeg geen rechten meer uitoefenen over zijn kinderen, hij kreeg slechts bezoekrecht. Aan dit alles kwam op 13 april 1995 voorgoed een einde.

Vanwege de Wet op Co-Ouders kunnen ouders belangrijke beslissingen over schoolkeuze sámen nemen. Er is een uitzonderingsbepaling voor het geval de verstandhouding tussen de ouders (grondig) is verstoord. In de beginperiode bleven rechters op grond van die bepaling het gezag toekennen aan één van de ouders en in sommige gearceerde gebiedsdelen is bij uitstek de vader de pineut. Tegelijk in 1995 werd een omgangsrecht tot stand gebracht tussen de kinderen en de grootouders en met álle personen met wie de kinderen een affectieve band hebben. Zelfs in de uithoeken van het land hebben de magistraten waarop gedoeld wordt daartegen geen bezwaar.

De Co-Ouder regeling kon niet voorkomen dat kinderen na scheiding veelal slechts op één adres gehuisvest bleven: bij de moeder. In discussie is nu het Verblijfs Co-Ouderen. Daarvoor is er een wet van de sociaal-democratische justitie minister Onkelinx. Doel van de wet is het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn. Uitgangspunt is dat kinderen op 50-50 basis bij beide ouders verblijven. Dit zal de volgende grote stap zijn naar volledig gelijkwaardig ouder zijn. Het houdt in dat voor minderjarige kinderen een tweede thuis mogelijk is, ook op het adres van de vader. Het is dus niét zo dat de 50-50 verdeling verplicht wordt opgelegd in geval beide ouders niet willen, als de ouders samen tot ándere afspraken komen zal een rechter dit bekrachtigen. Ghislain Duchâteaux, coördinator van het belgische Samenwerkingsverband van ouder- en belangenverenigingen bij scheiding, noemt de wet van 13 april 1995 daarom slechts een eerste stap naar gelijkwaardig ouder zijn.

In nederland kwam de wet op Co-Ouderen drie jaar later in werking, in 1998. Een verschil tussen nederland en belgië zit in de afstammingswetgeving. In belgië worden ongehuwde ouders bij een geboorte beiden als ouder geregistreerd en erkend. De nederlandse administratie kent vanouds een onderscheid tussen de biologische vader en het ouderlijk gezag van de vader. Dit maakt het mogelijk burgerrechten van een biologische man over te nemen voor een volwaardig pleegvader. Door toedoen van de vele administratieve medewerksters die in nederland rijk zijn, vallen vele vaders tussen de wal en het schip: bij geboorte wordt niet hun band met het kind geregistreerd en bovendien wil de vrouw de vaderrechten niet aan een pleegvader toekennen. Dit is oorzaak van crisis in persoonlijke levens én daarbuiten, het geeft ontwikkelingsachterstanden voor hun kinderen, een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het familierecht.

Bijdragen aan de strijd

Hoe ernstig het ook gesteld is in de lage landen, haïtiaanse vaderverstoting heeft zelfs ernstiger huisgehouden waar op vuilnisbelten wordt geleefd en vrouwen kinderen van school houden. Maak voor het verbeteren van drinkwatervoorziening en het inhuren van praktijkdocenten geld over naar giro 555 van de samenwerkende hulporganisaties onder vermelding van: 'Stop vaderloosheid'.

Karin Bloemen en André van Duin werkten mee aan het benefiet concert met het lied Het Dorp. Dit wordt op Youtube overwegend als leuk beoordeeld en is veilig in onderwijs aan te bieden. Rond de brugklas leeftijd kan geleerd van ervaringen uit traditionele dorpen en verwacht van oudere leeftijden haalbare plannen voor plattelandsontwikkeling. Grote én kleine donaties voor grootbrengen in de europese regio zijn welkom bij Bert Kerkhof

De vele ten kantore gemaakte fouten kunnen slechts worden overruled nadat formulieren zijn ingediend bij de rechtbank. Vele paren die het wél lukt een koopwoning te bemachtigen alvorens te bevallen, lukt het dan weer niét de bureaucratische gang langs medewerksters te doorlopen in de drukke periode er ná. Daar schieten dus al tijdens het samenleven de burgerrechten te kort. Dit valt pas op nádat ouders gescheiden gaan wonen, wanneer rechtbanken en de dienst kinderbescherming de juridische status van de vader meewegen in haar oordeel over de mate van gewenste vadervervreemding. Deze oordelen doen conflictstof opwaaien, waar erkenning door de omgeving van beide ouders en rust nodig is om de hechtingsrelatie met de kinderen voort te zetten.

De verschillen tussen belgië en nederland raken geaccentueerd nu een sterk toenemend aantal ouders een concubinaat vormt alvorens te huwen, zelfs kinderen uit religieuze milieu's doen dit. In 2003 was slechts 69 procent voor het stadhuis gehuwd ten tijde van de geboorte van het eerste kind. Vooral onder hoog opgeleiden is het krijgen van een kind alvorens te huwen in zwang. Men geeft prioriteit aan het opstarten van een eigen bedrijf of het behalen van een doctorstitel middels een dissertatie, daarna komt het genieten in de huiselijk kring, van later zorg is het delen van spiritualiteit met de familie achterban, laat staan een huwelijksfeest.

Huwelijk

Grote fuiven zijn snel vergeten, je kunt je afvragen hoe het huwelijk aantrekkelijk genoeg kan worden. De verruimde gelegenheid die Imca Marina biedt in Midwolda biedt beperkte capaciteit, voornamelijk showbiz-paren en homoseksuelen lijken aan de beurt te kunnen komen. Er is behoefte aan evenementen die tot uitdrukking brengen en het bruidspaar doen ervaren wie zij eigenlijk zijn. En waar de vriendenkring het innerlijke gemoed van het paar versterkt opdat de gelukkige dag langer zal heugen.

De burgerrechten beweging voor jonge mensen blijft achter, zij die hun leven communicatief en actief willen voortzetten lopen het risico de familiebetrekking met de vader en de kinderen te verliezen. Verloedering van gezinsbanden en vatbaarheid voor aanhoudende crisis is het gevolg. Ook in belgië wordt huwelijk uitgesteld en neemt gescheiden wonen toe. Vergelijkbaar met nederland is de stijging van het aantal kinderen dat vòor het huwelijk wordt geboren. In belgië blijven in principe de burgerrechten van ongehuwde vaders en hun kinderen ook ná scheiding onbesproken, dit voldoet aan de europese normen en principes. Volgens professor Ron Lesthaeghe van de VUB is dit land qua huwelijken en echtscheidingen typisch west-europees.

Update 18 juli 2006

Wet op verblijfs Co-Ouderen aangenomen

Tot gisteren waren rechters vrij om over de verblijfsplaats van de kinderen te beslissen ook al waren de ouders het eens over een andere regeling. Zo kon een rechter die principieel tegen Co-Ouderen was, alleenstaand ouderschap opleggen. In de praktijk is dat eerder de moeder dan de vader.

Sociaal democratisch voorzitter van de parlementaire commissie familierecht Guy Swennen werkte de nieuwe regeling op Co-Ouders uit, sociaal democratisch minister van Justitie Laurette Onkelinx voerde deze in. Die regeling bepaalt dat de rechter kinderen van gescheiden mama's en papa's voortaan meestal aan beide ouders toegewijst. Daarbij verblijft het kind afwisselend bij de twee gescheiden wonende ouders wanneer beide ouders het hierover eens zijn. Volgens wetenschappelijk onderzoek is het beter voor de kinderen wanneer ze om beurt bij moeder en vader intrekken. Sinds Onkelinx begin 2006 Cde regeling Co-Ouderen invoerde, kan men gewagen van een heuse omwenteling in de organisatie van het gezinsleven van vele honderdduizenden gezinnen. Het gaf de beide ouders de verantwoordelijkheid over de opvoeding van hun kind.

Terwijl vroeger automatisch van werd uitgegaan dat de moeder de kinderen zou opvoeden was dat de laatste jaren vaak niet meer zo, vooral sinds in 1995 werd gestemd voor Co-Ouders. Als de ouders het niet eens geraken, mag de rechter wel nog zelf beslissen. Hij moet de bekvechtende partijen op de hoogte brengen van de mogelijkheid bemiddeling aan te vragen. Volgens de huidige wet is een gelijkmatige verdeling tussen beide ouders de norm, waarbij de kinderen afwisselend en gedurende even lange periodes bij vader en moeder verblijven. Een rechter kan daar alleen van afwijken als daar goede argumenten voor zijn. "Dat zal vooral gebeuren om materiële redenen", zegt initiatiefnemer sociaal-democraat Guy Swennen.

Wanneer één van de twee ouders het Co-verblijfsrecht voorstelt, moet de rechter die vraag onderzoeken. Wijst hij het voorstel af, dan moet de rechter dat uitgebreid motiveren met objectieve redenen. Het wetsontwerp geeft de rechter ook meer mogelijkheden om het omgangsrecht met de kinderen af te dwingen. Ouders die zich niet houden aan de regeling, kunnen makkelijker aangepakt worden. De rechter kan onder meer het verblijfsrecht omkeren ten nadele van de ouder die de afspraken niet naleeft. De deurwaarder kan worden ingezet en als dwangsommen worden opgelegd, kan beslag worden gelegd op het loon van de betrokkene.

Guy Swennen
Guy Swennen

“Vroeger werd het kind ook toegewezen aan een van de ouders wanneer de andere ouder niets van Co-Ouderen wilde weten”, zegt Swennen. “Nu zal een rechter ook in dat geval de situatie moeten bekijken en eventueel toch de Co-Ouder toewijzen. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat er meer voordelen dan nadelen zijn aan de nieuwe regeling. We hebben ook meer dan een jaar aan deze regeling gewerkt in de commissie Familierecht.”

Onthouding bij de vlaamse christen democraten
Bij de stemming was niemand tegen, CD&V en cdH onthielden zich, zij vinden het niet goed dat een algemeen model wordt opgelegd, aldus Servais Verherstraeten. De magistraten moeten volgens hem wel een motiveringsplicht krijgen en dienen pedagogisch en psychologisch opgeleid te worden, het vlaams belang was bij de stemming niet aanwezig.

Update 7 sept 2006

Evenredige betaling van kindertoeslagen

Het is nuttig dat ook de problematiek van het kindergeld wordt geregeld. Als twee ouders elk het kind (of kinderen) opvoeden lijkt het logisch dat beiden een evenredig deel van het kindergeld krijgen. Op verzoek van beide ouders kan de uitbetaling van de kinderbijslag gebeuren op een gemeenschappelijke rekening waartoe zij beiden toegang hebben. Dit geeft vaak aanleiding tot problemen en betwistingen. Ook al komen de ouders goed overeen op het moment van de scheiding, later kunnen er spanningen ontstaan. De bestaande regels leiden er meestal toe dat al het kindergeld aan één van de twee ouders wordt uitbetaald, de andere moet bepaalde uitgaven die hij of zij doet dan vragen aan de ex-partner. Daardoor zit deze in een afhankelijke positie en leidt dit tot vernederende situaties als het tussen beiden niet meer goed klikt in een stadium van de echtscheiding. Vandaar het voorstel om bij het uitspreken van de scheiding een mogelijkheid tot gesplitste uitbetaling van het kindergeld over te gaan.

Ons systeem van kindertoeslagen werd in loop der jaren telkens zo goed als mogelijk aangepast wanneer zich belangrijke evoluties in het gezinsleven voordeden. Wij vragen om de invoering van een optie waarbij de ouders in onderling overleg een verdeling, kunnen afspreken welke evenredig is met de geleverde inspanningen van de ouder in de opvoeding van het kind. Gelet op de huidige regeling inzake Co-Ouders dringt deze mogelijkheid zich meer en meer op. Zodoende verzoeken we om de samengeordende wetten betreffende de kindertoeslagen voor loonarbeiders aan te passen aan de werkelijkheid van het Co-Ouderen.

Update 7 maart 2010

Verzekering van gezinsleven in nederland

Het uitzenden van medewerkers naar het buitenland heeft voor exporterende bedrijven en instanties economisch belang. Deze medewerkers verdienen verzekering van hun gezinsleven, ook wanneer de andere ouder in nederland werk- of thuisverplichtingen heeft. Achterklap van de traditionele omgeving over een uithuizige man kan de relatie tussen de echtelieden verstoren. In wetgeving en overheids-administraties dient de band tussen vader en kinderen vastgelegd en dit helpt de vaderrechten en het gezinsleven te behouden voor de duur van de jeugd.

Voorzitter college van het bestuur van de delftse universiteit Derk Jan van de Berg was eerder ambassadeur in china. Hij ziet kennis en techniek als enige grondstof die europa heeft. Fossiele brandstoffen, landbouwgrond en jonge bevolking heeft europa niet, zegt hij.

Onderzoek best practices

De ervaringen met al dan niet vaders in de belgië en nederland opgedaan, vormen materiaal voor comparatief onderzoek dat kan leiden tot baanbrekende best practices op gebied van opvoeden en milieu. Aan de wetenschap van verkrijgen en behouden van burgerrechten voor gescheiden wonende vaders is bovendien in andere delen van de wereld behoefte, ook al ontbreekt beregening van de dorre grond waarop de kennis gezaaid wordt. De komende tien jaren wordt bepaald hoe mijn zoon het de komende vijftig jaar gaat doen.

Bert Kerkhof

Lees verder…

Labels: ,

  •      
dinsdag 6 april 2010

Jolie en Pitt bezoeken ontheemde gezinnen in bosnië

Angelina Jolie onderbrak met de paasdagen haar werk voor een nieuwe film om samen met haar partner Brad Pitt een bezoek te brengen aan bosnië. Meer dan 113.000 bosniërs en 7.000 vluchtelingen uit kroatië hebben nog steeds te maken met de na-weeën van de oorlog voor onafhankelijkheid van Joegoslavië meer dan 14 jaar geleden. Jolie en Pitt bezochten een collectief centrum in Gorazde waar veel ontheemde families onder erbarmelijke omstandigheden wonen. Volgens de UNHCR is gebrek aan basisvoorzieningen zoals stromend water.

“Na het zien van deze mensen en het horen van hun verhalen vraag ik om méer welbevinden voor de meest kwetsbare individuen”, zegt Jolie in een UNHCR persbericht. “Door hen een betere plek te geven en door verzekering van kwaliteit van leven kunnen we vooruitgang en stabiliteit brengen”.

Angelina Jolie in bosnië

Pitt en Angelina brengen het bewustzijn naar vele landen dat het verkeerd is om vaders te verwijderen uit het leven van hun kinderen (het gebeurt óok in ons land). “Wij willen oplossingen vinden voor de resterende tienduizenden ontheemden” aldus Jolie, “alleen dan kunnen we éen van de meest tragische hoofdstukken uit de moderne geschiedenis afsluiten”.

Jolie is een UNHCR goodwill ambassadeur en hoopt spoedig terug te keren voor een ontmoeting met politieke leiders.

Lees verder…

  • Bradd Pitt trouwt pas als homo's het óok mogen.

Labels: ,

  •      
maandag 2 februari 2009

Crisis in ouderschap en economie

Verklaring door Fathers-4-Justice Canada woordvoerder Kris Titus

My name is Kris Titus and I am a mother …
of four boys, two sons and two stepsons
I serve on the board of directors for …
the global Fathers-4-Justice organization
We are a non-violent direct action group
We are committed to changing …
the rules ánd laws in Civil society
To make equal-parenting a statement in law
So that we can stop the systemic male bias …
happening in our family law systems …
around the world.
This system is designed specifically to bankrupt …
the father and force him out of his family
This is not acceptable in today's civil society

(…)

01:58
It is time for our legislators…
It is time for our parliamentarians
You must recognize that this problem is affecting…
every area of our society
If you have a complaint about your taxes …
maybe you need to look at how much of …
those taxes are going to incarcerating good fathers …
who have fallen down on their luck
How much of your taxes are going to pay …
for a health care system where mental illness is …
the largest growing factor in our society
We have men who are in …
the most desperate of states …
flying our airplanes and driving our trains
And we have a society of children …
that is growing up with no value system
This should concern all of us greatly
If you are a mother …
If you are a father …
If you are a grandparent …
or a grown child of divorce
You must make this an issue …
that concerns your daily life
You must make it something worth fighting for.

Now listen… you have to take care …
of adult children that are now bankrupt …
and have to be brought back into our homes
A bankrupt society is not going to be able …
to maintain the demands that our senior population…
is going to make on our system
In every single way we are tearing at …
the fabric of our society.

Labels: , , ,

  •      
dinsdag 18 november 2008

Fiscaal Co-Ouderen in de Benelux

Steeds meer uit de echt gescheiden ouders kiezen ervoor om hun kinderen op te voeden als Co-Ouders. Volgens SP.A-senator Guy Swennen is de wetgeving echter nog niet genoeg aangepast aan de veranderende samenleving.

De tijd dat kinderen na een scheiding automatisch aan de moeder werden toegewezen, ligt ver achter ons. Vandaag kiezen scheidende koppels vaak voor Co-Ouder afspraken. Bij zo'n regeling verblijven de kinderen de helft van de tijd bij de ene ouder en de andere helft bij de andere ouder. Afwisselend een week bij mama en een week bij papa is voor veel kinderen daardoor heel gewoon geworden. Daarnaast komt het klassieke Co-Ouderen voor, waar de kinderen door de week bij mama zijn en in het weekend bij papa. Onze wetgeving, die nog vaak uitgaat van een traditionele gezinssituatie, past zich mondjesmaat aan dit nieuwe fenomeen aan.

In 1995 kwam er voor het eerst een wet voor Co-Ouders, onder impuls van huidig SP.A-senator Guy Swennen, en in 2006 kwam er een tweede. Sinds de belastingaangifte van dit jaar is ook de fiscus voor Co-Ouders vriendelijk.

Een belangrijke vraag voor hen is immers welke ouder de kinderen fiscaal ten laste neemt. Belangrijk, aangezien het deel van het inkomen dat belastingvrij is, wordt verhoogd per kind ten laste. In geval van Co-Ouders kunnen de kinderen nu voor de helft fiscaal ten laste worden genomen door de moeder en voor de andere helft door de vader, zodat die allebei voor een stuk genieten van het extra belastingvrije inkomen. In België geldt dit momenteel enkel zolang de ouders als alleenstaande belast zijn, en vervalt dus wanneer ze gaan samenwonen of hertrouwen. In Nederland blijven het kindgebonden budget en de kinderbijslag doorgaan, en vervalt na samenwonen of hertrouwen slechts de aanvullende alleenstaande ouder korting.

Guy Swennen en Wouter Bos
Guy Swennen en Wouter Bos

Beide ouders moeten bovendien akkoord gaan met het fiscaal delen van de ten laste zijnde kinderen, in een geregistreerde of een door een rechter gehomologeerde overeenkomst. Die is wel eenmalig en wordt daarna automatisch toegepast. Is er geen overeenkomst, dan zijn de kinderen in principe ten laste bij de ouder bij wie ze gedomicilieerd zijn op één januari van het aanslagjaar.

Belangrijk om te weten is bovendien dat zowel in België als in Nederland de fiscale Co-Ouder regeling nooit wordt toegepast als éen van de ouders de onderhoudsuitkeringen, die hij of zij betaald heeft voor de kinderen, fiscaal aftrekt.

Volgens senator Guy Swennen is er nog heel wat werk aan de winkel om de gevolgen van het Co-Ouderen wettelijk te regelen. Hij diende daarom opnieuw een wetsvoorstel in, dat afgelopen woensdag werd besproken en ingeleid. Swennen constateert daarin onder meer dat er nog geen enkel document bestaat om je Co-Ouder zijn mee te bewijzen. 'Heel veel diensten bieden korting aan als je kinderen op je domicilie hebt', aldus Swennen. 'Maar om aan te tonen dat je als Co-ouder voor je kinderen zorgt, is er geen document. Die mensen moeten dan langsgaan bij de burgerlijke stand voor een uittreksel uit de huwelijksakte of bij de notaris voor het ouder-plan.

Een papiermolen die nergens voor nodig is, en eenvoudig verholpen kan worden door een Co-Ouder pas van de gemeente. Swennen ziet ook een oplossing in het Franse model, waar kinderen dubbel gedomicilieerd worden, bij elke ouder waar ze afwisselend wonen.

Thomas Verbeke en Bert Kerkhof

Labels: , ,

  •      
zondag 26 maart 2006

Verklaring van Madrid over ouderverstoting syndroom

English flag Spanish flag

De ondergetekenden hieronder: advocaten, medici, psychiaters en psychologen, die deelnemen aan het Eerste Nationaal Symposium over het ouderverstotingssyndroom besluiten als volgt:


  • De manipulatie van kinderen door één ouder of binnen de familiekring van die ouder met de bedoeling de andere ouder te verwerpen is een vorm van psychologisch geweld dat valt onder Kindermishandeling.

    Dit misbruik omvat de verstoring van de relatie van de kinderen met de andere ouder en bij uitbreiding zijn verdere familie, valse beschuldigingen van seksuele agressie en misbruik, fysieke afweermechanismen en inprenting van misprijzende en beledigende argumenten die in de geest van de kinderen overtuigingen en gedragingen verankeren waarvan de kinderen geloven dat zijzelf ze tot stand hebben gebracht, waarin zij haat uitdrukken tegenover de verworpen ouder samen met een extreme vorm van verdediging van de vervreemdende ouder.

    Het is noodzakelijk de onderzoekingen naar die acties opnieuw te versterken binnen het gerechtelijk domein op het medisch, psychiatrisch en psychologisch vlak met het doel analytische hulpmiddelen te ontwikkelen die gebruikt kunnen worden om de ontwikkeling van zulke gedragingen te voorkomen, die in het proces kunnen ingrijpen en die een behandeling kunnen verschaffen.

    De representatieve professionele organisaties van advocaten, dokters en erkende psychologen moeten aandacht schenken aan dit type van kindermisbruik met het doel het ontstaan, de ontwikkeling en de volle innesteling te voorkomen. Zij moeten hun professionelen trainen in het herkennen en erkennen van het bestaan van dit misbruik binnen het kader van de sociale, medische en humane gedragscodes voor hun professioneel handelen…

Deze verklaring werd ondertekend in Madrid in het beroemde officieel medisch college op 26 maart 2006.

José Manuel Aguilar Cuenca, psycholoog
Asunción Tejedor, psychologe
Juan José Cruz Senovilla, arts
Antonio Luengo Dos Santos, arts
Javier San Sebastián Cabases, arts
José Luis Péres Heredia Flores, arts
Tomas Daroca Martínez, arts
Julian Fitzgerald vertaalde naar het spaans

Labels:

  •      
woensdag 27 juli 2005

Lettre d'un enfant a ses parents separes

Chère Maman et Cher Papa :

  • N’oubliez jamais: je suis l’enfant de vous deux. Maintenant, je n’ai plus qu’un parent avec lequel je vis et qui me consacre le plus de temps. Mais j’ai besoin aussi bien de l’un que de l’autre.
  • Ne me demandez pas si j’aime plus l’un ou l’autre. Je vous aime tous les deux tout autant. Ne critiquez donc pas l’autre devant moi. Car cela me fait mal.
  • Aidez-moi à maintenir le contact avec celui d’entre vous chez qui je ne suis pas tout le temps. Formez son numéro de téléphone pour moi, ou écrivez-moi son adresse sur une enveloppe. Aidez-moi, à Noël ou à l’occasion de son anniversaire, de lui confectionner ou de lui acheter un beau cadeau. De mes photos, faites-en toujours une copie pour l’autre.
  • Conversez comme des adultes. Mais conversez. Et ne m’utilisez pas comme messager entre vous – encore moins pour des messages qui rendront l’autre triste ou furieux.
  • Ne soyez pas triste quand je vais chez l’autre. Celui que je quitte ne doit pas penser que je ne l’aimerai plus d’ici quelques jours. Je préférerais toujours être avec vous deux. Mais je ne peux pas me couper en deux – seulement parce que notre famille s’est déchirée.
  • Ne prévoyez jamais rien durant le temps qui m’appartient avec l’autre. Une partie de mon temps est à ma Maman et à moi; une partie de mon temps est à mon Papa et à moi. Soyez compréhensifs.
  • Ne soyez ni étonnés ni fâchés quand je suis chez l’autre et que je ne donne pas de nouvelles. J’ai maintenant deux maisons. Et je dois bien les distinguer – sinon je ne m’y retrouve plus du tout.
  • Ne me passez pas à l’autre, à la porte de la maison, comme un paquet. Invitez l’autre pour un court instant à l’intérieur et conversez comment vous pouvez me faciliter la vie. Quand je suis recherché ou ramené, laissez-moi un court instant avec vous deux. Ne détruisez pas ce moment en vous fâchant ou vous disputant.
  • Laissez-moi être ramené par quelqu’un d’autre de la Maternelle ou de chez des amis si vous ne pouvez supporter le regard de l’autre.
  • Ne vous disputez pas devant moi. Soyez au moins aussi poli que vous le seriez avec d’autres personnes, comme vous l’exigez aussi de moi.
  • Ne me racontez pas des choses que je ne peux pas encore comprendre. Discutez-en avec d’autres adultes, mais pas avec moi.
  • Laissez-moi amener mes amis chez tous les deux. Je souhaite qu’ils puissent connaître ma Maman et mon Papa et les trouver sympa.
  • Mettez-vous d’accord au sujet de l’argent. Je ne souhaite pas que l’un en ait beaucoup et l’autre très peu. Il faut que ce soit bien pour tous les deux, ainsi je pourrai être à l’aise chez tous les deux.
  • N’essayez pas de m’habituer à la surenchère. De toutes les façons, je ne pourrais jamais manger tout le chocolat que j’aimerais.
  • Dites-moi franchement s’il vous arrive de ne pas pouvoir boucler le budget. Pour moi, le temps est bien plus important que l’argent. Je m’amuse bien plus avec un jouet simple et comique qu’avec un nouveau jouet.
  • Ne soyez pas toujours « actifs » avec moi. Cela ne doit pas toujours être quelque chose de fou ou de neuf quand vous faites quelque chose avec moi. Pour moi, le plus beau c’est quand nous sommes simplement heureux en train de jouer et que nous ayons un peu de calme.
  • Laissez le plus possible de choses identiques dans ma vie, comme c’était avant la séparation. Cela commence par ma chambre, ensuite sur les petites choses que j’ai faites tout seul avec mon Papa ou ma Maman.
  • Soyez aimable avec les autres grands-parents – même si lors de leur propre séparation ils penchaient davantage pour leur propre enfant. Vous seriez aussi à mes côtés si je n’allais pas bien ! Je ne veux pas perdre, en plus, mes grands-parents.
  • Soyez « fairplay » avec le nouveau compagnon que l’un d’entre vous rencontre ou a déjà rencontré. Je dois aussi m’entendre avec ces autres personnes. Je préfère quand vous ne vous espionnez pas jalousement l’un l’autre. Ce serait de toute façon mieux pour moi si vous rencontriez rapidement tous les deux quelqu’un que vous aimiez. Vous ne serez plus aussi fâché l’un envers l’autre.
  • Soyez optimistes. Vous n’avez pu gérer votre couple – mais laissez-nous au moins le temps que cela se passe ensuite bien. Relisez toutes mes demandes. Peut-être en discuterez-vous. Mais ne vous chamaillez pas. N’utilisez pas mes demandes pour faire des reproches à l’autre, aussi mal qu’il ait pu être avec moi. Si vous ne faites pas cela, vous n’aurez pas compris comment je me sens et ce dont j’ai besoin pour me sentir heureux.

Traduction de l’original allemand : Philippe Maillard (avec l’aimable autorisation d’ACALPA). Source: Cochemer Praxis - Arbeitskreis Trennung-Scheidung im Landkreis Cochem

Labels:

  •      
zaterdag 4 december 2004

Co-Ouder zijn is de norm in België

Minister Laurette Onkelinx

De Belgische ministerraad heeft vrijdag een wetsontwerp goedgekeurd dat streeft naar Co-Ouders over het kind bij scheiding. De ouder die Co-Ouder wenst te zijn hoeft de gegrondheid ervan niet meer aan te tonen. Het zal de ouder zijn die zich ertegen verzet, die dit voor de rechter zal moeten verantwoorden.

Het ontwerp zorgt voor de vereenvoudiging van de procedures in de jeugdrechtbanken op het gebied van ouderlijk gezag en bewaring. Als de beslissing van de rechter niet wordt gerespecteerd, kan de rechter de toestand opnieuw onderzoeken en zo nodig een beroep doen op dwangmaatregelen. Dat is vandaag te lezen in de Belgische krant de Morgen

Nu moet minister van justitie Laurette Onkelinx het ontwerp van wet voorleggen aan de volksvertegenwoordigers. Doel van de wet is “het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn”. Een deel van de wettelijke regeling gaat over gedwongen tenuitvoerlegging.

Voor ouders die niet samenleven en hun geschil bij de rechtbank voorleggen, regelt de wet dat de huisvesting van het kind door de rechtbank wordt vastgesteld.

Wanneer er geen overeenstemming is tussen de ouders en ze hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag, dan onderzoekt de rechtbank bij voorrang de mogelijkheid van de gelijkmatig verdeelde huisvesting tussen de ouders. Op de meest passende wijze in het belang van het kind en van de ouders.

Als volgens de rechtbank de gelijkmatig verdeelde huisvesting door omstandigheden niet de meest passende wijze is, kan besloten worden tot een beurtelingse huisvesting met tijdvakken van verschillende duur. Het wetsvoorstel voorziet in een uitzonderingssituatie. Is namelijk de regeling die de rechter wil opleggen strijdig met het belang van het kind, dan komt het niet tot een beslissing.

Zelfs ambtshalve kan de rechtbank nu een voorlopige maatregel vaststellen, bijvoorbeeld om zo tijd te winnen voor onderzoek. Zo’n voorlopige regeling is standaard als een zaak voor het eerst aanhangig wordt gemaakt. Bij de jeugdrechtbanken wordt van elke zaak een dossier bijgehouden, tot de kinderen meerderjarig zijn. De bedoeling is dat het dossier boven tafel komt als een zaak opnieuw voor de rechter wordt gebracht.

Als de beslissing van de rechter niet wordt nageleefd, moet opnieuw aan de rechter een verzoek worden gedaan. Dit keer voor het opleggen van een boete. In principe wordt dezelfde rechter die de beslissing heeft genomen opnieuw ermee belast. Die moet de zaak met voorrang boven andere zaken behandelen. De partij die het verzoek doet om dwangmiddelen in te zetten, moet stukken overleggen waaruit blijkt dat de andere ouder daadwerkelijk is aangemaand en dat zij zich er tegen heeft verzet. Aan het indienen van het verzoek zijn geen kosten verbonden.

De wet voorziet in maatregelen waaronder het machtigen van personen die de gerechtsdeurwaarder vergezellen bij de tenuitvoerlegging van de beslissing. Hij kan ook een dwangsom opleggen die kan worden geïnd in de vorm van beslagname op het loon of de sociale uitkering, zoals dat het geval is bij alimentatie. De beslissing van de rechter wordt niet geschorst mocht de dwarse ouder in hoger beroep gaan.

Het ontbreken van een vader in de opvoeding is aantoonbaar nadelig voor kinderen. Maar als beide exen onderling ruzie blijven maken na een scheiding is dat ook niet goed. In de traditionele Nederlandse opvatting was er twijfel of de voordelen opwegen boven het nadeel. Het merendeel van onderzoek op dit gebied wijst uit dat de balans ten gunste is van gedeeld ouderschap. De Belgische regering is niet gezwicht voor geluiden als zouden mannen in het algemeen en een enkeling in het bijzonder geen interesse hebben in zorg voor kinderen.

Co-Ouderen, het lijkt soms ver weg, het is een europees ideaal.

Contact: Bert Kerkhof

Labels: ,

  •      
zaterdag 8 november 2003

France Gall - Resiste - lyrics

Si on t'organise une vie bien dirigée
Où tu t'oublieras vite
Si on te fait danser sur une musique sans âme
Comme un amour qu'on quitte
Si tu réalises que la vie n'est pas là
Que le matin tu te lèves
Sans savoir où tu vas
Résiste

Prouve que tu existes
Cherche ton bonheur partout, va,
Refuse ce monde égoïste
Résiste

Suis ton coeur qui insiste
Ce monde n'est pas le tien, viens,
Bats-toi, signe et persiste
Résiste

Tant de libertés pour si peu de bonheur
Est-ce que ça vaut la peine
Si on veut t'amener à renier tes erreurs
C'est pas pour ça qu'on t'aime
Si tu réalises que l'amour n'est pas là
Que le soir tu te couches
Sans aucun rêve en toi
Résiste

Prouve que tu existes
Cherche ton bonheur partout, va,
Refuse ce monde égoïste
Résiste

Suis ton coeur qui insiste
Ce monde n'est pas le tien, viens,
Bats-toi, signe et persiste
Résiste

Danse pour le début du monde
Danse pour tous ceux qui ont peur
Danse pour les milliers de coeurs
Qui ont droit au bonheur...
Résiste (ter)
Résiste

Prouve que tu existes
Cherche ton bonheur partout, va,
Refuse ce monde égoïste
Résiste

Suis ton coeur qui insiste
Ce monde n'est pas le tien, viens,
Bats-toi, signe et persiste
Résiste…

Labels: ,

  •      
dinsdag 15 juli 2003

Koen Wauters - Passie - Zie me graag ♫

Passie - Zie me graag

Sex vóor het huwelijk is ín, sinds in de zestiger jaren de pil is ingeburgerd, het is in nederland gewoon. De Vpro maakte vorig jaar een programma Het nahuwelijk over seriële monogamie, dat nadrukkelijk voor een select publiek van hoger opgeleiden is bedoeld. Daarentegen zijn het vooral christelijke omroepen die seksuele vrijheid propageren door middel van dating programma's, de EO had vorig jaar een serie over dating voor jongeren, de KRO maakt het programma Boer zoekt vrouw en Memories.

In nederland is op straat naar andere mannen kijken geen probleem sinds de vrouwen emancipatie van de zestiger jaren. Het op straat naar andere vrouwen kijken echter, blijkt jammer genoeg keer op keer voldoende reden een relatie te verbreken. Het ontbreekt op de radio niet aan liederen over uitbundige liefde en ook aan liederen over het uitraken van relaties. Maatschappelijk is het liefhebben van meerdere mensen een geaccepteerd verschijnsel en verschillende politieke partijen staan positief ten opzichte van sexualiteit. Vrijheid wordt in verschillende landen van europa anders beleefd, in Frankrijk is het vreemdgaan populair, waarbij de gehuwden desondanks meestal levenslang bij elkaar blijven en dat is voor kinderen van belang.

In landen als nederland is hechting binnen de sociale organisatie op de werkplek vaak niet optimaal. Intieme vriendschappen tussen collega's zijn een knellend taboe en vreemdgaan is al helemaal niet gebruikelijk. Segregatie tussen mannen en vrouwen clubjes kan het gevolg zijn en verminderde kansen op sociale mobiliteit. Het lijkt wel of de nederlandse justitie is dolgedraaid door vrouwenliefde en scheidingen te stimuleren en vaderlijke- en opvoedings-relaties juist te ontmoedigen. De vaderloze kinderen en bijstandsmoeders komen de productiviteit niet ten goede. Het niet benutten van vaderschap in al zijn facetten is de hele reden van de huidige sociaal-economische crisis.

Voor het combineren van vrije opvattingen met het grootbrengen van kinderen is vaderlijk toezicht vereist om excessen te voorkomen. In het lied Passie - Zie me graag, uitgevoerd door Koen Wauters (Clouseau) zijn de partners zich bewust dat liefde eindig kan zijn. Wanneer éen van hen hier moeite mee heeft, blijft het stel bij elkaar.

Lees verder …

  • Traditionele en uitgebluste professionals en overheids-instellingen zijn onvoldoende voorbereid op de opwarming van de aarde. Traditionele huwelijksverbanden vertonen kenmerken van vutloosheid, gebrek aan liefde en zelfs huiselijk geweld. Nieuwe omgangsvormen zijn nodig vanwege het grootbrengen van kinderen door ouders die actief en communicatief in het leven staan: seriële monogamie en de opwarming van de aarde.

Labels: ,

  •      
dinsdag 8 oktober 2002

Diagnostik und Interventionen entfremdener Eltern

Zusammenfassung

Der Beitrag untersucht Persönlichkeitsdynamik und Verhaltensmuster von Elternteilen, welche nach Scheidung/Trennung versuchen, den Kontakt eines Kindes zum anderen Elternteil z.B. durch Umgangsbehinderungen zu erschweren. Das für nicht beteiligte Beobachter und aus der Distanz oftmals unbegreifliche Mitagieren von Psychotherapeuten, Sozialarbeitern, Gerichtssachverständigen, Richtern, Verfahrenspflegern, Anwälten, Lehrern und KindergärtnerInnen mit den ‚Tricks‘ und Strategien entfremdender Eltern, kann nur vor dem Hintergrund eines tieferen Verständnisses für deren Persönlichkeitsund Familiendynamik und durch eine daraus abgeleitete Interventionsphilosophie überwunden werden. Es werden daher Kriterien entwickelt, um entfremdendes Verhalten nach Trennung/Scheidung frühzeitig erkennen und zum Wohle der betroffenen Kinder gegensteuern und ggf. die notwendigen Sorgerechts- und Umgangsregelungen einleiten zu können. Es werden jene Entfremdungstechniken beschrieben, die im Ergebnis beim betroffenen Kind zu einem ‚elterlichen Entfremdungssyndrom’ (nach Gardner 1998) führen und die Bedeutung deklaratorisch-grenzsetzender Interventionsstrategien hervorgehoben.

Einleitung

In diesem Beitrag sollen stereotype Verhaltensweisen entfremdender Eltern und ihre Persönlichkeitsdynamik in Auswirkung auf die psychosozialen Entwicklungschancen der betroffenen Kinder untersucht werden. Für Psychotherapeuten, Sozialarbeiter, Gerichtssachverständige, Richter, Verfahrenspfleger, Anwälte, Lehrer, Kindergärtnerinnen, Ärzte, Bekannte und Nachbarn entstehen damit auch Kriterien, um entfremdendes Verhalten nach Trennung/Scheidung frühzeitig erkennen, zum Wohle der betroffenen Kinder gegensteuern und ggf. die notwendigen Sorgerechts- und Umgangsregelungen einleiten zu können. Wo ein konsequentes Grenzensetzen erforderlich wäre, funktionalisieren entfremdende Eltern professionelle Helfer aufgrund ihrer spezifischen Familien- und Persönlichkeitsdynamik oft mit erstaunlicher Mühelosigkeit für die eigene Zielsetzung und Sichtweise des Elternstreits um.

Das für nicht beteiligte Beobachter und aus der Distanz oftmals unbegreifliche, kritiklose oder ohnmächtig wirkende Mitagieren mit den ‚Tricks‘ und Strategien entfremdender Eltern kann nur vor dem Hintergrund eines tieferen Verständnisses für deren Persönlichkeits- und Familiendynamik und durch eine daraus abgeleitete Interventionsphilosophie überwunden werden.

Thema sind jene Verhaltensweisen, die im Endergebnis zu einem Phänomen führen, das in seinen verschiedenen Facetten durch Gardner (1998) als “elterliches Entfremdungssyndrom” (parental alienation syndrome, PAS) bekannt wurde. Dabei beginnen manche Kinder nach einer Trennung der Eltern und mit Beginn eines Sorgerechtstreites (oft nach einer nicht abgesprochenen Kindesmitnahme, Umgangsboykott und Abwertungen des anderen Elternteils) ohne nachvollziehbaren Anlass im Verhalten des nicht betreuenden Elternteils den Kontakt zu ihm und seinem familiären Umfeld zu verweigern. Sie erfinden eigene Gründe hinzu und betonen, dass alles “ihr Wille” sei. Sie weisen dabei eher absurde Begründungen vor und solche, die sie wörtlich vom entfremdenden Elternteil (eE) übernommen haben. Nach verschiedenen Studien in den USA wandten sich bei hochstreitigen Scheidungen 30-45% der Kinder zwischen 7 und 14 Jahren gegen einen Elternteil, ohne dass dafür Gründe im Verhalten dieses Elternteils feststellbar waren (Johnston und Campbell, 1988; Lampel, 1986, 1996). Nach den Erfahrungen des Autors liegt Verdacht auf PAS auch in Deutschland etwa in jedem zweiten Fall vor, für den ein psychologischer Sachverständiger von einem Familienrichter mit Klärung von Fragestellungen wie “ob der Umgang des xx-Elternteils dem Wohl des Kindes dient” oder “welchem Elternteil ggf. das alleinige Sorgerecht für xx übertragen werden sollte” beauftragt wird. Das in Deutschland nur fragmentarisch rezipierte PAS-Konzept wurde mittels “übergestülpter” Kriterien vorschnell angezweifelt, ohne dass zwischen “Kindesentfremdung” und “elterlichem Entfremdungssyndrom” unterschieden wurde (vgl. Salzgeber und Stadler, 1998; Stadler und Salzgeber, 1999; Fegert, 2001) oder auch nur der Erkenntnisgewinn gegenüber früheren Konzepten herausgearbeitet wurde.

Bei der psychologischen Begutachtung finden sich zwar komplexe Problemkonstellationen, wenn tatsächliches Fehlverhalten eines vom Kind abgelehnten Elternteil vorliegt (z.B. Schläge, mangelnde Zuwendung zum Kind), wenn neue Partner und Kinder hinzukommen und ein mehrfacher Loyalitätskonflikt entsteht (vgl. Warshak, 2000), wenn die geschlechtsspezifische Identifikation und gleichzeitiger Loyalitätskonflikt vorliegen oder Schuldzuschreibung des Kindes gegenüber dem verlassenden Elternteil. Diese Randbedingungen sind jedoch von Ursachen und Erscheinungsbild des PAS abzuheben: Erstere können lediglich Präferenzen des Kindes für einen Elternteil begründen, keinesfalls jedoch ein Verhalten, das die Merkmale von PAS umfasst. In allen Fällen von PAS kann in der psychologischen Familienuntersuchung ein massiv entfremdendes und den Kontakt des Kindes zum anderen Elternteil (aE) behinderndes Verhalten nachgewiesen werden, welches die Reaktionen des Kindes inhaltlich und im zeitlichen Auftreten erklärt (vgl. Klenner, 1995).

PAS als Ergebnis von Elternstreit zu deklarieren und die aus massiver Beeinflussung des Kindes und Behinderungen seines Kontaktes zum anderen Elternteil resultierende Manipulation des Kindeswillens zu leugnen (vgl. Lehmkuhl, 1999), verdreht bewusst die empirischen Sachverhalte und verkennt das Vorliegen verschiedener Abwehrmechanismen der Psychodynamik, z.B. der Identifikation mit dem Aggressor.

Ein Entfremdungssyndrom ist durch mehrere Merkmale definiert und stets Resultat eines emotionalen Missbrauchs eines Kindes mit dem Ziel, den Kontakt zum anderen Elternteil auf Dauer abzubrechen. Dabei liegen alle fünf von Rogers (1992) definierten Typen des emotionalen Kindesmissbrauchs vor: Zurückweisung, Terrorisieren, Ignorieren, Isolieren und Bestechen des Kindes. In Abgrenzung zu den häufigeren Loyalitätskonflikten, die Kinder (nicht nur) in Trennungsprozessen haben, tritt ein Entfremdungssyndrom zudem erst dann auf, wenn Scheidungsstreitigkeiten in Sorgerechts- oder Umgangsstreitigkeiten übergehen.

Was das Alter angeht, innerhalb dessen sich ein Entfremdungssyndrom ausbilden kann, betont Gardner (1998, S. 124), dass die Suggestibilität des Kindes umso höher ist, je jünger es ist. Aus Entwicklungspsychologie und Sozialisationsforschung leitet sich ab, dass Kinder bereits ab dem 8. Lebensmonat unterschiedliche Wiedererkennungsreaktionen zeigen, also personal zu unterscheiden vermögen. Wenngleich die sprachliche Beeinflussbarkeit bis zum 2. Lebensjahr noch begrenzt ist, lernt das Kind über nonverbale Konditionierungen nach dem Modell der Verhaltensformung (shaping), z.B. wenn das Kind bei Abwendungsreaktionen gegenüber dem anderen Elternteil belohnt wird oder Liebesentzug seitens des entfremdenden Elternteils erfährt, wenn es sich dem aE zuwendet. Es entsteht ein Ablehnungsverhalten gegenüber dem aE, das sich mit wachsender sprachlicher Kompetenz als “Ich will nicht zum aE” äußert. Ablehnungsreaktionen aufgrund von Manipulationen des eE und ohne nachvollziehbare Gründe sind daher bereits ab ca. dem zweiten Lebensjahr zu beobachten. Typischerweise erfolgen Trennungen mit späterer Entfremdungsdynamik zwischen 3. und ca. 7. Lebensjahr eines Kindes, wenn das Kind libidinöse Bindungen entwickelt und den aE als Interaktionspartner sukzessive und partiell ersetzen kann.

Einen Nährboden für entfremdendes Verhalten bilden Rahmenbedingungen und Konflikte, wie sie ganz generell nach einer Scheidung auftreten. Dazu zählen nach der Erhebung von Proksch (2000) u.a.:

  • Die ungleich verteilte Betreuung der Kinder durch Vater bzw. Mutter: Betreut werden die Kinder von 66% bzw. 68% der Mütter mit alleinigem bzw. gemeinsamem Sorgerecht, aber nur von 12 bzw. 19% der Väter.
  • Je nach Sorgerechtsverteilung zeigen 37-47,5% der Kinder Sorge, einen Elternteil zu verlieren, 32% psychische Veränderungen, 20-22% Aggressionen.
  • Väter ohne Sorgeberechtigung zeigen mit 18% doppelt so häufig Angst, dass die Kinder den Kontakt zu ihnen ablehnen, wie Väter mit gemeinsamer Sorge.
  • Besonders konfliktträchtig ist die Abwertungstendenz gegenüber dem jeweils aE: 65 bzw. 74% der Väter bzw. Mütter mit alleiniger Sorge, aber nur 42% der Eltern mit gemeinsamer Sorge halten den Ex-Partner für weniger oder überhaupt nicht „verantwortlich für die gemeinsamen Kinder“.
  • Einem erheblichen Teil der Väter (17%) und Mütter (13%) mit alleiniger Sorge wäre es lieber‚ die Kinder gingen nicht zum anderen Elternteil. Probleme mit dem Umgangsrecht bekunden insg. 38,5% (!) der N=7008 befragten Elternteile. Etwa jeder dritte Vater bzw. Mutter (34%), bei dem/der das Kind nicht lebt, möchte häufigeren Umgang, 37 bzw. 31% auch einen längeren Umgang mit ihren Kindern haben (Proksch, 2000, S. 97).

1 Typische Verhaltensweisen entfremdender Eltern

Die detaillierte Kenntnis der acht Kriterien und der drei Schweregrade von PAS ist hilfreich, um z.B. im Rahmen psychotherapeutischer oder sozialarbeiterischer Beratung mit den Eltern, bei der Befragung des Kindes vor Gericht oder in der psychologischen Begutachtung die Authentizität kindlicher Willensäußerung kritisch zu hinterfragen. Da der “Produktionsprozess” von PAS bisher noch wenig geklärt ist, werden zunächst die empirisch beobachtbaren Verhaltensweisen entfremdender Elternteile zusammengefasst.

1.1 Interaktionsdynamik beider Eltern

Schon die vorangegangenen Partnerbeziehungen des eE sind hochgradig ambivalent, von vielfältiger Unzufriedenheit, zeitweiligen Trennungen und gewalttätigen Auseinandersetzungen bestimmt. Die Zeugung erfolgte oft zu einem Zeitpunkt, wo ein Elternteil innerlich die Beziehung schon beendet hatte. Es wird aber z.B. noch ein gemeinsamer Urlaub verbracht, oder ein Elternteil hatte bereits beschlossen, nach Australien auszuwandern, lernt auf dem Abschiedsfest dann aber die spätere Mutter (der dieser Umstand auch bekannt ist) kennen und schwängert sie. Das Kind wird für den später entfremdenden Elternteil nun zum Garanten für eine unauflösliche Beziehung: Selbst wenn äußerlich keine Kontakte mehr bestehen, spielt der ausgegrenzte Partner für die seelische Homöostase als Sündenbock eine entlastende Rolle. Im projektiven Wahrnehmungsmodus wird er im Nachhinein als sehr unterschiedlich, meist oberflächlich und ohne Tiefgang bezeichnet, das eigene Defizit an Selbstsicherheit und Strukturlosigkeit kann projektiv nur im Mangel an narzisstischer Bestätigung durch den Partner wahrgenommen werden, der nicht genug Wärme oder Unterstützung gibt. Nach einer Phase anfänglicher Idealisierung entstehen bei den später entfremdenden Eltern mit wachsender Enttäuschung unrealistische Erwartungen an den Partner und narzisstische Wut. Allein der Partner wird nun für das Scheitern der Beziehung verantwortlich gemacht, jeglicher Eigenanteil daran wird geleugnet. Schon während der Beziehung wird der aE vom eE vielfach vor den Kindern herabwürdigt und als Identifikationsobjekt entwertet. Der eE (überwiegend Mutter) hat den aE während der Ehe/Partnerschaft oftmals körperlich misshandelt, was sich dieser aus Angst vor Stigmatisierung als gewalttätiger Mann oder in Helferhaltung (Verständnis) gefallen ließ (vgl. als Fallbeispiel Jäckel, 2001). Beispiele aus Begutachtungsfällen sind neben Ohrfeigen und Tritten, an den Haaren über den Tisch ziehen, Einsperren im Keller, hysterische Ausbrüche extremster Art (ins Lenkrad greifen, Haushaltsgegenstände in das Gesicht werfen, Wertobjekte zerstören).

Während der Geburt bei einer gesunden Mutter häufig eine Phase verminderten sexuellen Interesses folgt, die sich nach einigen Monaten normalisiert, beginnt bei eE nun eine kontinuierliche Abnahme des gesamten Interesses an der Person des Vaters, er wird nur noch in seiner Helferrolle wahrgenommen, das Kind wird mit seinen sich entwickelnden Ich-Funktionen zum Partnerersatz, wobei die Mutter jenes Machtgefühl genießt, das sie im Verhältnis zu erwachsenen Partnern entbehren muss. Gleichzeitig beginnt mit der Existenz des Kindes eine Auseinandersetzung um Lebensenergie: dem anfänglichen Ausgesaugtfühlen, ein für eE typisches Motiv, folgt nun die Forderung, Zeit für sich haben. Die emotionale Überforderung äußert sich dann in erbitterten Diskussionen, wer wie oft nachts aufstehen soll, um das aufgewachte Kind wieder zum Schlafen zu bringen, wer wie oft die Windeln gewechselt hat, es werden “freie Tage” eingefordert. Rückblickend charakterisieren eE ihr Verhältnis oft folgendermaßen: “Früher habe ich ja immer versucht, ihm immer alles recht zu machen, aber als dann das Kind da war, musste ich auch an das Kind denken.”

Häufig sind auch Kommunikationsverweigerung und -reglementierung: Der eE weigert sich, über vom aE geäußerte Sorgen um das Kind (oftmals ärztliche, medizinische Dinge wie fehlende Zahnbehandlungen etc.) zu sprechen. Aufgrund seiner Hypersensibilität gegenüber Kritik kann der eE auch berechtigte Sorgen nur als Kritik an seiner Person wahrnehmen (etwas unterlassen oder falsch gemacht zu haben). Er vermag darüber nicht in eine inhaltliche Klärung einzutreten. Typisch ist daneben eine bis ins Groteske gesteigerte Kommunikationsreglementierung: So äußerte ein eE anlässlich eines begleiteten Umgangs, der Sachverständige habe ihr gesagt, sie solle möglichst direkt mit dem Vater kommunizieren, und so habe sie ihm zu verstehen gegeben, er solle nur zuhören und keine Kommentare zu ihren Äußerungen geben. Dann wurde ihm vor dem Kind mitgeteilt, was Petra *) zu essen bekommen solle und was nicht …’ Handlungen des aE werden in abwertendem Sprachstil codiert, z.B.: Als sie “im Krankenhaus war und die fürsorglichen Krankenschwestern gern mit einem Trinkgeld belohnen wollte”, habe ihr der aE “nach dreimal Fragen schließlich eine Hand voll Banknoten auf das Bett geworfen”. Nach ausgiebigen Provokationen hervorgerufene Reaktionen beim aE werden mit “Ich habe Angst bekommen” und dem Gefühl, “Petra vor ihm schützen zu müssen”, kommentiert. Bei Anhörungen von eE wird deutlich, dass jegliches selbstkritisches Moment in der Beziehungsschilderung fehlt, der eE stellt sich ausschließlich als Opfer dar (“Ich bin am Ende meiner Kräfte, Der aE will mich fertigmachen, Bin mit den Nerven fertig”).

*) Namen und Orte sind verändert, Zitate wörtlich.

Aus generationsübergreifender Perspektive zeigt sich in den Familien von eE häufig eine Tradition männerausgrenzender Symbiose von Mutter/Tochter bzw. Söhnen, in den Familien der aE eine dominante, das Kind emotional als Partnersatz missbrauchende Mutter-Sohn-Beziehung bei wenig präsentem, ich-schwachem Vater. Fragen an eE, welche Rolle sie z.B. dem Vater für die Sozialisation des Kindes zumessen, enthüllen oftmals Muster wie “Er war für mich eigentlich nur der Samenspender”, oder er sei für die Erziehung verzichtbar. Die Täter-Opfer-Dynamik in Entfremdungsprozessen spiegelt zumeist die verinnerlichten Familienkonstellationen der Beteiligten wider (vgl. 2.3).

1.2 Soziale Kontakte

Bei geringem sozialem Netzwerk nach der Trennung (Fixierung auf eine Freundin oder die eigene Familie) werden Kontaktbedürfnisse des eE über das (institutionelle) Beziehungsumfeld des Kindes (u.a. Mütter-Treffs, Eltern anderer Kinder, Alleinerziehende-Vereine, Kinderärzte/-ärztinnen, Kindergarten- und Schulfeste) befriedigt. Zu mit den Kindern befassten Kindergärtnerinnen, Sozialarbeitern/-arbeiterinnen und Jugendgruppenleitern werden persönlich-freundschaftliche Beziehungen kultiviert. Oft sind es diese Personen, die bei späteren Umgangs- und Sorgerechtsstreitigkeiten Atteste und Bescheinigungen für die eE ausstellen. Das Kind fungiert im Sozialkontakt des eE als drittes Objekt und puffernder Beziehungsvermittler. Aufgrund dieser Konstellation stellt jeder Kontakt des aE zu Kindergarten, Lehrern, Freund(inn)en des Kindes, zu anderen Eltern eine Verunsicherung dieses über das Kind vermittelten sozialen Netzwerkes dar, das gegenüber dem aE rigoros abgeschottet wird: Der aE darf keine Gespräche mit der Kindergärtnerin führen, er wird von Schulfesten ferngehalten, der eE instruiert Lehrer, dem aE keine Auskünfte zu geben. Clawar und Rivlin (1991, S. 163) fanden, dass der eE den Kontakt des aE zum Kind eher so erlebt, dass ihm etwas weggenommen wird, als dass er eine Bereicherung für das Kind darstellt (that something is being taken away from them, rather than being added to the life of the children). Eigenständige emotionale Beziehungen des Kindes, spielerische Kreativität und neugieriges Herangehen an seine Umwelt werden vom eE eingeschränkt, da sie als Gefährdung der Symbiose eE – Kind erlebt werden – und sei es das Anschaffen eines Tieres wie Kaninchen oder Hamster.

Das soziale Umfeld wird vom eE aufgespalten in einen Personenkreis, der das Entfremdungsbestreben und die teils so erlebte, teils inszenierte Opferrolle des eE kritiklos unterstützt und in solche Personen, die Einwände gegen die Ausgrenzung des aE erheben. Sozialarbeiter, Richter und Gutachter werden für befangen erklärt, Berater/Therapeuten, Lehrer/-innen, Anwälte, Kirchenzugehörigkeiten, Bekannte/Freunde und Ärzte/Ärztinnen werden so lange gewechselt, bis solche gefunden sind, welche bereit sind, die aversive Haltung des eE gegenüber dem aE kritiklos zu teilen und zu bestärken.

1.3 Erziehungsverhalten

Bei der Exploration von Alltagsinteraktionen und Sanktionsverhalten zwischen eE und Kind finden sich stereotyp die Begriffe Grenzen setzen und an die Regeln halten. EE erleben im Gegensatz zu kooperativen Eltern die zahlreichen Stressfaktoren der Nachtrennungssituation (vgl. Kunkel, 1997, S. 25) als wesentlich belastender und reagieren mit erhöhtem Anpassungsdruck auf das Kind. Im Vergleich zu diesem eher autoritativen und anpassungsorientierten Erziehungsstil praktizieren aE häufiger einen bedürfnisorientierten Stil, was zu Vorwürfen des eE führt (Bei ihm darf er/sie alles). Eine auf die Frage nach dem Erziehungsstil typische Antwort eines eE ist: “Ich achte schon darauf, dass die Kinder ordentlich beim Essen sitzen, die Mahlzeiten gemeinsam eingenommen werden, man wartet, bis alle am Tisch sitzen, sich guten Appetit wünschen, man sich nicht den Teller vollpackt und dann alles liegen lässt, nicht nur die Wurst gegessen wird, sondern auch das Brot dazu, dass man “bitte” und “danke” sagt, Rücksicht aufeinander nimmt.”

Typische Strafen sind Stubenarrest, Fernsehverbot, “Klaps”, “Tonfall ändern”. Die Angst des eE vor Autonomie und Identitätsbestreben des heranwachsenden Kindes äußert sich oft in kleinkindhafter Kleidung, was Konflikte mit dem auf Autonomie und Bedürfniserfüllung ausgerichteten Umgangsstil des aE heraufbeschwört. Die Infantilisierungsbestrebungen des eE drücken sich auch in Unterforderung und fehlender Förderung spezieller Fähigkeiten des Kindes aus. Das gegenläufige Engagement des aE wird als Überforderung gebrandmarkt und dem Kind der Eindruck vermittelt, dass der aE etwas Verkehrtes mit ihm unternehme. Dem Kind wird die meist natürliche Lust genommen, ihm der Spaß vergällt, bis es eine gleichgültige Haltung zum Engagement des aE einnimmt oder angibt, die zuvor gerne betriebenen Aktivitäten (meist Ausflüge, Sportarten, Liebhabereien) nicht mehr zu wollen. Diese Konfliktkonstellation ist durch die allgemein stärkere Förderung von Autonomiebestrebungen, mehr Freizeit-, Sportund Bewegungsaktivitäten seitens Vätern und vergleichsweise mehr Versorgungsaktivitäten seitens der Mütter, prädisponiert (vgl. Seiffge-Krenke, 2001).

In schweren Fällen wird das Kind bereits im ersten Lebensjahr als eine Bedrohung des narzisstischen Gleichgewichts des eE erlebt, was sich besonders beim Stillen bemerkbar macht. Eine Mutter, die in einem jahrelangen Sorgerechtsstreit mit mehreren Begutachtungen dem Vater die Kinder vorenthielt, schrie den stillenden Säugling an: “Ich kann dich nicht mehr sehen, du saugst mich aus”, reißt das Kind förmlich von der Brust und wirft es dem Vater zu. EE sind den Zuwendungsbedürfnissen des Kindes nicht gewachsen, sie erleben dabei verstärkt die in der eigene Kindheit nicht erfüllte emotionale Bedürftigkeit wieder und fühlen sich ausgesaugt.

Sobald sich die Ich-Funktionen des Kindes entwickeln (zweites/drittes Lebensjahr) dient es dem eE als Quelle emotionaler Zufuhr: Auf die Frage, was er/sie am Kind schätzt, sagt er/sie dann typischerweise: “dass wir zusammen schmusen”, “dass Michaela die Mama toll findet”.

Expressives und bedürfnisäußerndes Verhalten des Kindes wird vom eE oft als “Herumkaspern”, den “Willen haben wollen”, das Kind als ein “ganz Witziger, Pfiffiger” beschrieben. Es wird stets ‚von oben herab‘ gesehen, ein warmherziges Verhältnis zum Kind als eigener Persönlichkeit mit eigenen Rechten und Vorlieben fehlt. Die Alltagskommunikation zwischen eE und ihren Kindern stellt sich als Kette von Mikroreglementierungen dar, welche bis in die Wahrnehmungslenkung reicht (“Lass das jetzt”, “Das hast du eben schon gehabt”, “Hör auf damit”, “Guck mal dort den Vogel”). Reaktiver Unwille/Aggression des Kindes wird als Müdigkeit oder Überdrehtsein definiert, der provokative Charakter des eigenen Verhaltens ist ego-synton und wird nicht wahrgenommen. Die Kinder plappern ihrerseits ganze Sätze wie in Trance nach und bewegen sich roboterhaft. Introspektion, Bedürfniswahrnehmung, Verbalisierung von Gefühlen und kreative Situations-Interpretationen verkümmern rasch, wenn nach Trennung/Scheidung der autonomiefördernde Partner als Modell nicht mehr zur Verfügung steht, es entsteht nun ein hohes Maß an Feldabhängigkeit, Lenkbarkeit und Suggestibilität beim Kind. Da es aufgrund seines Loyalitätskonfliktes und Angst vor Verlassenwerden keinen Elternteil direkt angreifen möchte, sind gelegentlich eigentümliche, objektlose Aggressionsformen zu bebachten, wie z.B. “Karateschläge in die Luft” oder “in die Luft beißen”.

1.4 Sprachstil

Die Sprache des eE enthält einen neurotischen Code, der von einem narzisstischen Defizit zeugt: Der/die frühere Partner/in wird als unzureichender Mutter-Ersatz geschildert. Aufgrund des Liebesmangels in seiner Kindheit bricht sich dieses Defiziterleben des eE via Übertragung in einer längeren und enger werdenden Beziehung stets aufs Neue Bahn. Kein noch so großer Eifer eines/einer Partner/in bei der Mithilfe im Haushalt und der Versorgung der Kinder wäre in der Lage, dieses “Loch im Ich” zu füllen. Die entsprechenden stereotypen Vorwürfe, welche die Anwaltsschreiben, Gerichts- und Jugendamtsakten von eE füllen, haben meist wenig mit der äußeren Realität zu tun, sondern sie sind Spiegel dieses archaischen emotionalen Defizits des eE. Metaphorisch lassen sie sich im stereotypen Satz “Er/Sie hat sich nie gekümmert” zuammenfassen, der projiziert auf den aE lautet: “Es geht ihm/ihr nur vordergründig um Kontakt zu Max, tatsächlich darum (in Wirklichkeit), die Streitigkeiten mit der Mutter/Vater mit anderen Mitteln fortzuführen.”

Insofern die Äußerungen des eE projektiver Natur sind, zeugen sie gleichermaßen von seiner augenblicklichen Befindlichkeit, in der sich ggf. tatsächlich niemand mehr um ihn/sie kümmert. Sie weisen auch auf eine eingeschränkte Erziehungsfähigkeit des eE hin: Wenn das Nichtkümmern des aE schon vielfach in Anwaltsschreiben und Ausführungen des eE als Grund für alle möglichen Vorfälle und Defizite des eE gegenüber dem Kind herangezogen wird, dann gibt der tatsächliche Wegfall der meist vorliegenden Stützfunktionen des aE nach einer Trennung Anlass zur Frage, wieweit der eE bei nun erhöhtem Stress allein in der Lage sein soll, für sein/ihr Kind da zu sein und als erziehungsfähig zu gelten.

Zur Person des aE finden sich folgende Stereotype: Dieser sei psychisch gestört, sei in der Ehe fremdgegangen, er bezahle keinen Unterhalt, sei uneinsichtig, verbohrt, habe sich in seinen Ansichten verrannt, er locke das Kind mit viel zu viel Geschenken, verkehre in asozialen Kreisen, trinke, habe geschlagen, störe den Alltagsablauf, er ziehe über den eE her, der aE habe kaum Zeit für das Kind, könne mit dem Kind nicht spielen, er mache zu viele Aktionen, er solle erst mal Verantwortung übernehmen, er halte sich nicht an die Regeln des eE, die wenigen Wochenenden/Ferienwochen mit dem Kind wolle der aE dem eE nun auch noch wegnehmen; er quäle das Kind mit seinen Umgangswünschen, sehe nicht ein, dass es nicht will, er treibe sich in der Nähe des Hauses/Kindergartens/Schule herum; bespitzele den eE. Der Wunsch des aE, Kontakt zu seinem Kind zu halten, wird vom eE beschrieben als “Er lässt uns nicht in Ruhe”. Mit dem Satz “Er will die Kinder nur, um seine eigenen Bedürfnisse zu befriedigen, er denkt gar nicht an die Kinder” wird der Eindruck erweckt, der aE missbrauche das Kind irgendwie, gleichzeitig werden dem Kind eigenständige Bindungen und Kontaktwünsche abgesprochen.

Die Motive sind umso stereotyper, je direkter sie eine Vernachlässigung des eE durch das Kind oder den aE umschreiben, z.B. wenn das Kind nicht wie vorher angemahnt regelmäßig aus dem Urlaub mit dem aE anruft. Beispiel aus einem Anwaltsschreiben bezüglich eines 12-jährigen Mädchens, Übergang von leichtem zu mittlerem PAS:

  • Die Tochter Maria war zwei Wochen mit ihrem Vater in Urlaub. Auch hier hielt sich der Kläger nicht an die entsprechenden Absprachen. Es war vereinbart, dass die Tochter Maria sich bei der Mutter in kürzeren Abständen während der Urlaubszeit über das eingeschaltete Handy meldet. Der Urlaub fand zunächst im Sauerland, dann in München statt. Maria rief zu Beginn des Urlaubs dreimal an und in den restlichen zweieinhalb Wochen nicht mehr. Nach dem Urlaub behauptete der Kläger, dass er die Handynummer seiner geschiedenen Frau nicht mehr gehabt habe, was nachweisbar nicht stimmte. Im Gegenzug hierzu erklärte die Tochter, dass von dem Telefonapparat der Großmutter, wohin der Urlaub führte, ein Telefonat mit einer Handynummer nicht möglich sei. Auch die Tochter Maria ist zwischenzeitlich so verständig, dass sie die Täuschungsmanöver ihres Vaters durchschaut und seit diesem Urlaub erhebliche Schwierigkeiten bereitet, Besuche bei ihrem Vater durchzuführen. Bereits Anfang der Woche kommt die Frage unter Tränen an die Mutter, ob sie wieder am Wochenende zu ihrem Vater müsse.

Das Nächstliegende, dass nämlich das Kind kein weiteres Bedürfnis verspürte, sich ständig zu melden, wird nicht in Erwägung gezogen, wenngleich die Kontrollprozedur schon abwegig und unbegründet erscheint angesichts der Tatsache, dass der aE natürlich keine Meldungen empfängt, wenn sich der eE mit dem Kind in Urlaub befindet. Tatsächlich hatte das Kind mehrfach angerufen, den aE jedoch nicht erreicht, dafür jedoch den Bruder. Dieser Sachverhalt wurde vom eE unterschlagen, um den aE beim Gericht anzuschwärzen.

1.5 Verhalten in der Trennungssituation

Während in etwa der Hälfte meiner begutachteten Fälle der aktive Entfremdungsprozess erst einige Wochen oder Monate nach der Trennung einsetzte bzw. nachdem der aE Umgangswünsche äußerte (vgl. Solomon, 1991), hebt sich davon eine gezielterere Variante ab: Der eE nimmt das Kind nach einer längeren geheimen Vorbereitung ohne weitere Ankündigung und Zustimmung des aE mit (“spurlos verschwunden”, “abends war die Wohnung leer”), ohne dem aE eine neue Adresse anzugeben, sie/er bleibt ggf. für mehrere Wochen oder Monate unauffindbar. In anderen Fällen werden Umzüge an über mehrere hundert Kilometer entfernte Wohnorte vorgenommen mit dem Ziel, damit den Umgang des aE auf Dauer zu erschweren bzw. zu vereiteln (vgl. Brown, 1994).

Beim spurlosen Verschwinden werden oft auch das Auto, Kreditkarten und Wertgegenstände des aE entwendet und hohe Beträge vom gemeinsamen auf das neue Konto des eE übertragen. Im Verhalten von eE finden sich häufig die in einschlägigen “Ratgebern” (z.B. Sprünken, 2001, S. 12, 18, 68) aufgeführten Tricks:

  • Die Frau wartet, bis der Ehemann freiwillig die Wohnung verlassen hat, und wechselt dann das Türschloss aus.” – “Die Umgangsrechtstitulierung kann faktisch unterlaufen werden, indem das Kind schlicht und ergreifend nicht herausgegeben wird … Hierdurch tritt eine weitere Entfremdung des Kindes vom anderen Elternteil ein. Dies kann letztlich sogar dazu führen, dass bei einer erneuten Entscheidung angesichts der mittlerweile eingetretenen Entfremdung nur noch ein kürzeres Umgangsrecht ausgesprochen wird.” –“Die Ehefrau bietet dem Ehemann an, für den Fall, dass er jetzt einer Übertragung des alleinigen Sorgerechts auf sie alleine zustimme, ihm ein sehr großzügiges, inhaltlich nicht begrenztes Umgangsrecht einzuräumen … Folge: Die Kindsmutter ist alleinige Sorgerechtsinhaberin und bestimmt letztlich auch den Umfang des Umgangsrechtes … das Umgangsrecht sich faktisch nicht vernünftig vollstrecken lässt. … Die Frau kann vor Gericht dauernde Streitigkeiten zwischen Ehepartnern als Grund angeben, dass die Ausübung des gemeinsamen Sorgerechtes weiterhin unmöglich ist. … Der Ehemann hat nunmehr beides verloren, Sorgerecht und großzügiges Umgangsrecht.

1.6 Entfremdungstechniken und -phasen

Neben diesen allgemeinen Verhaltensindikatoren für eE stellt sich der aktiv betriebene Entfremdungsprozess in Phasen dar, für die bestimmte Strategien und Argumente typisch sind. Nach Clawar und Rivlin (1991, S. 10 ff.) werden acht Stufen als Brainwashing/Programming unterschieden:

  1. Ideologische Auswahl des thematischen Fokus (choosing the thematic focus): Die ‚Themen‘ können eigenen Erziehungsvorstellungen, der Religion, persönlicher Philosophie entnommen sein; häufig wird z.B. der Lebensstil des aE angegriffen, z.B. bestimmte Filme oder Sportereignisse zu sehen, bestimmte Nahrungsmittel zu essen, Kleidung, Musik, Freundschaften, Interessen. Hintergrund kann z.B. eine religiöse Orientierung (“Alkohol ist Ausdruck von Immoralität”) oder eine persönliche Philosophie (“Einen Babysitter anstellen ist Ausdruck von Lieblosigkeit”) bieten.
  2. Stimmungsveränderungstechniken einsetzen (moodinduction techniques)
  3. Sympathie erzeugende Techniken (brainwashing): In diesen zwei Stadien werden Gefühle der Unterstützung, Trauer, Verständnis, Ärger oder andere Emotionen erzeugt, die eine Verbindung zum Kind erleichtern. Das “Programm” wird mit emotionaler Ladung versehen (verlassen, missbraucht, zurückgewiesen, ökonomisch ausgebeutet, unterdrückt, geschlagen, als dumm bezeichnet, lächerlich etc. gemacht worden zu sein). Das Kind dient als Vehikel, das innere Gleichgewicht wiederzufinden. In Interviews lassen sich diese “emotionalen Ladungen” bei Erheben der Beziehungs- und Trenungsgeschichte leicht identifizieren. Häufigste Techniken sind: a) einschüchtern und bedrohen, b) Schuldgefühle auslösen, c) “buy-off”, d) das Opfer spielen, e) suggerieren, dass der aE oder das Kind einsam und ängstlich ist, f) versprechen, sich oder die Situation zu ändern, g) Nachgiebigkeit, h) dem Kind “die Wahrheit sagen über frühere Ereignisse”.
  4. Einhalten der Vorgaben (gaining compliance)
  5. Die Effizienz testen (feedback assessment): Nach erfolgreicher Gefühlseinbindung und Sympathiereaktionen des Kindes beginnt es zu demonstrieren, dass es die Gefühle, Überzeugungen des eE teilt, z.B. “möchte es den aE weniger sehen”. Das Stadium kann im Interview dadurch festgestellt werden, indem der eE gefragt wird, welche Verhaltensweisen er am Kind beobachtet und diese dann mit den Einstellungen des eE dem aE gegenüber vergleicht. Mit Fragen wie “Glaubst du, die Freunde deiner Mutter sind gut genug für dich?” oder “Hast du nicht das Gefühl, du möchtest weniger Zeit beim Papa bleiben?” wird die Effizienz der bisherigen Programmierung getestet.
  6. Loyalität messen (measuring loyality): Das Kind wird gefragt, worüber es mit dem aE gesprochen hat, wen das Kind für den besseren Elternteil hält, bei wem es lieber wohnen möchte. Der Gebrauch von Worten wie “wir”, “uns”, “sie”, “die” kreieren Zusammengehörigkeitsgefühl (Wir haben jetzt unsere neue Familie). Das Kind soll in “Parteien” denken. Auf dem Anrufbeantworter meldet sich “Familie Peters”, wenn es sich z.B. um eine Mutter und die 5-jährige Tochter handelt.
  7. Eskalieren, Intensivieren, Generalisieren: Wenn die ersten sechs Stufen implementiert und erfolgreich “getestet” sind, werden die Themen erweitert, z.B. vom Lebensstil bis zum Freundeskreis, von mangelnder Erziehung bis zum Beruf des aE – letztlich alle Dimensionen des Lebens des aE. Es ist unüblich, dass ein Kind ohne Gehirnwäsche eine generell negative Meinung von einem leiblichen Elternteil hat. Typische Äußerungen von Kindern in diesem Stadium lauten: “Ich will überhaupt nicht zum aE gehen”, “Ich weiß nicht genau, was mir nicht gefällt, ich will einfach nicht da sein” (Clawar und Rivlin, 1991, S. 13).
  8. Erhaltung (continuation/modification of particular brainwashing techniques): Wenn die Programme implantiert sind, genügen leichte Suggestionen oder Erinnerungen zur Erhaltung, wenn ein Richter, Psychologe oder der aE gegen die Beeinflussung arbeitet. Das Kind wird dann (z.B. bei entsprechender Vorgabe des aE) gefragt: “Ja, es stimmt, dein Vater war bei der Geburt dabei, aber frag ihn einmal, wie lange er im Krankenhaus geblieben ist!”

Nach Gardner (1998), der neben diesen aktiven Techniken mehr den eigenen Beitrag des Kindes betont, gibt es auch geschlechtsspezifische Entfremdungstechniken. Einige der folgenden Beispiele entstammen Begutachtungsfällen des Autors:

Mütter

  • Manche zerstören beim Auszug des Ehemannes demonstrativ alle möglichen Wertgegenstände und Bilder, die eine Erinnerung darstellen.
  • Mit den Kindern werden Schriftstücke der Rechtsanwälte oder des Gerichts diskutiert, um zu beweisen, dass der Vater sie holen will. Dem Kind wird Angst gemacht, der aE könne es z.B. auf dem Schulweg abfangen, es solle die Haustüre nicht aufmachen, da er es sonst holen käme.
  • Schleichende Allianzen: Mit diesem Begriff lässt sich eine schwer aufzudeckende (da mit positiver Konnotation versehene) Technik umschreiben, welche darauf beruht, dem Kind besondere Autonomie zuzubilligen, wenn es um die Beantwortung von Fragen des aE geht: Fragt der aE den eE z.B., wo nach einem Umzug im Wohnzimmer die Bilder hängen sollten, dann wendet sich der eE demonstrativ erst an das Kind, das darüber entscheiden solle. Dieses fühlt sich aufgewertet und wird künftig eher dahin tendieren, den Wünschen des eE entsprechend zu entscheiden.
  • Einem Kind wird gesagt, wenn es zum Vater Kontakt aufnähme, müsse es für immer dort bleiben und würde die Mutter nie mehr wiedersehen. Da die Eltern des Vaters im Ausland lebten, hieß es zusätzlich, es würde dort “einkassiert” und zu den Großeltern entführt werden. Das Kind entwickelte paranoide Panikzustände, verkroch sich weinend unter Tische und in Ecken, wenn es an der Haustür klingelte, bei gerichtlich angeordneten Umgangsterminen entwickelte es massive psychosomatische Störungen, welche schlagartig einen Tag vor den Terminen einsetzten und am folgenden Tag ebenso abrupt aufhörten.
  • Es wird erzählt, der Vater bezahle zu wenig Geld, den Kindern wird auch Angst gemacht, sie hätten bald nicht mehr genug zu essen; in einem Fall regte die Mutter an, dem Vater Geld zu stehlen, sonst könne sie nicht einkaufen, ein anderes Kind bestahl den Vater daraufhin von selbst.
  • Es wird den Kindern vermittelt, der Vater habe uns, d.h. nicht die Mutter, sondern die Kinder verlassen.
  • Kleine Mängel werden übertrieben, aus geringem Alkoholkonsum wird ein Süchtiger, aus einem Falschparker ein Krimineller.
  • Einzelne Begriffe werden aus ihrem Kontext genommen: So warf eine Mutter dem Vater vor, er habe zum Sohn gesagt, er sei geldgierig. Tatsächlich hatte der Vater mit dem Kind auf einem Ponton im Neckar Pirat gespielt, man hatte zusammen Muscheln gesammelt, dabei war diskutiert worden, ob der Sohn nun „muschelgierig“ oder „geldgierig“ ist.
  • Der aE erhält Horrornamen, z.B. “der Teufel”, “der Dummkopf”, “der Blödmann”.
  • Bei Auseinandersetzungen mit dem Kind bemerkt der eE: Wenn du das nicht sofort bleiben lässt, musst du bei deinem Vater wohnen.” Der Satz vermittelt dem Kind den Lebensraum des Vater als Straflager.
  • Sucht die Mutter nach der Trennung mit der Behauptung, der Vater schlage oder bedrohe sie, wolle das Kind entführen etc., Zuflucht in einem Frauenhaus, dann entsteht ein entfremdender Effekt auf das betroffene Kind dadurch, dass es dort tatsächlich misshandelte und missbrauchte Kinder vorfindet und die Anschuldigungen des eE an Glaubhaftigkeit gewinnen.
  • Eine der krassesten Entfremdungsmethoden besteht darin, ein Kind, das wegen der Trennung vom aE in Verzweiflung gerät, in kinderpsychiatrische Behandlung zu geben, wo es dann wegen Hyperaktivität unter Umständen mit dem umstrittenen Medikament Ritalin behandelt wird. Das nachvollziehbare Verhalten des Kindes wird zunächst vom eE als Ausdruck einer Krankheit definiert, die Eigendynamik des auf Symptome fixierten medizinischen Systems führt dann vielfach zu einer psychiatrisch-medikamentösen Beeinflussung, mit der dem Kind letztlich sein natürlicher Wunsch nach Kontakt zum aE wegtherapiert wird. Es werden ärztliche Atteste verlangt, die beweisen sollen, dass Verhaltensauffälligkeiten/Aggressionen vor bzw. Nach den Besuchen des aE auf dessen unangemessenes Verhalten zurückzuführen seien (Andritzky, 2002, 2002a).
  • Die kreativen Möglichkeiten, den Vater schlecht zu machen, sind unerschöpflich: Ruft z.B. der aE an und will seinen Sohn sprechen, dann wartet der eE eine Zeit lang schweigend und sagt dann so laut, dass es das Kind horen kann: “Es ist gut, dass Peter dich jetzt nicht hören kann”, oder: “Wenn er das gehört hätte, würde er sicher kein Wort mehr mit dir reden”. Noch raffinierter wird dem Kind ein negativer Eindruck vermittelt, der Vater halte ihn für unnormal, wenn die Mutter in den Hörer ruft: “Das ist deine Meinung, meiner Meinung nach ist er ein völlig gesunder Junge!” Sobald das Gespräch beendet ist, erklärt der eE dem Kind, der aE halte es für krank oder gestört und bietet sich selbst als Beschützer an.
  • Manche Mütter empfangen den Vater bei einem Besuch an der Haustür, stürzen dann in eine Ecke und schreien, wenn die Tochter noch im ersten Stock auf den Vater wartet: “Nein, schlag mich nicht schon wieder.” Der Vater soll dem Kind als Schläger erscheinen.
  • Ältere Geschwister mit ausgeprägtem PAS dienen jüngeren als Vorbild, diese orientieren sich an deren Äußerungen (“Ich mache dasselbe, was Monika auch sagt”)
  • Weitere Standardtechniken sind: Der aE wird als unfähig zur Betreuung des Kindes bei Krankheit gebrandmarkt
  • Jede Kontaktaufnahme wird als Belästigung definiert, welche die Routine unterbricht (“Wir essen jetzt zu Abend!”, “Petra ist jetzt in der Badewanne!”). Andere eE beginnen, vor den Übergaben an den aE demonstrativ zu weinen und vermitteln dem Kind dadurch intensive Schuldgefühle.
  • Jeder Wunsch nach Erweiterung des Kontaktumfanges ist “noch zu früh”, “es geht zu schnell”. Wenn nach erfolgreichem Umgangsboykott ein Gerichtsbeschluss die Wiederaufnahme des Umgangs mit dem aE anordnet, heißt es: “Das Kind muss sich erst langsam wieder an den Vater gewöhnen.” Tatsächlich lässt sich beobachten, dass auch nach längerer Kontaktunterbrechung (1/2 bis 1 Jahr) der Umgang in kürzester Zeit ungezwungen erfolgt (sofern beim Kind keine schwere Form des PAS vorliegt).
  • Einen den aE herabwürdigenden Effekt haben sarkastische Bemerkungen des eE wie z.B. bei Entgegennahme eines Geschenks: “Das soll ein Geschenk sein?”, bei einer Einladung des Kindes zum Fußball: “Ist es nicht toll, dass er dich zum Fußball mitnimmt?”
  • Das Kind wird mit Aussagen konfrontiert, welche ihm unterstellen, es sei ihm eine Qual, den aE zu besuchen (“Du musst den Vater besuchen, wenn nicht, bringt er uns vor Gericht”). Wenn das Kind das Haus verlässt, ruft ihm die Mutter nach: “Ich habe alles getan, um dir die Besuche zu ersparen, aber der Richter bestand ja darauf, Ich bin bei dir und bete für dich! Es ist ja nur das eine Wochenende!” Ein eE sagte bei der Rückkehr des Kindes vom Besuchswochenende an der Haustür zu ihm: “Jetzt bist du kaputt, nicht?”
  • Eigenständige, dem Kind wichtige emotionale Kontakte werden auf ein Minimum reduziert. Hier ist insbesondere der Wunsch des Kindes, ein Tier zu besitzen, zu nennen. Wenn es sich dabei um Hunde, Katzen, Hasen handelt, die man streicheln kann und mit denen sich spielen lässt, so wird dies vom eE meist abgelehnt, lediglich Kanarienvögel werden zugelassen. Wenn das Kind seinem Wunsch nach einem Tier dem aE gegenüber Ausdruck verleiht, dann geschieht es, dass das Kind z.B. einen Hamster zu Weihnachten geschenkt erhält, den der aE dann nach erbitterten Diskussionen wieder zurücknehmen muss.
  • Fortwährende Selbstinszenierung des eE als Opfer (“geschlagen werden”, “sich bedroht fühlen”, “immer putzen müssen”, “hat sich nie gekümmert”) führt beim betroffenen Kind auf suggestivem Wege zur unbewusster Identifikation und Ablehnung des aE.
  • Das wenig ausgeprägte Zeitempfinden des Kindes wird genutzt: Zu einem anstehenden Umgangstermin, den das Kind zeitlich nicht berechnen kann, bietet der eE dem Kind ein attraktives Ereignis an (z.B. Kindergeburtstag) und teilt dem aE mit, der Termin müsse leider ausfallen, da das Kind gerne dorthin wolle. Besteht der aE auf seinem Besuchstermin, wird er als egoistisch bezeichnet. Im Unterschied zu kooperativen Eltern, welche jeweils einen Ersatztermin anbieten oder den aE das Kind zu dem Ereignis begleiten lassen, geht es eE darum, den Kontakt einzuschränken und mit jedem ausgefallenen Termin zu halbieren.
  • Typisch für die Anfangsphase eines Entfremdungsprozesses ist die Frage des eE an das Kind, es könne den aE selbstverständlich besuchen, “wenn du das gerne willst”. Gleichzeitig betont der eE : “Ich wäre die/der Letzte, die ihr/ihm da Steine in den Weg legen würde.” Die scheinbar auf den freien Willen abhebende Frage suggeriert dem Kind, der eE könnte sehr wohl Gründe haben, dass es den aE nicht besuchen solle und induziert damit erste Zweifel.

Väter

Grundsätzlich finden sich die für die Mütter beschriebenen Methoden auch bei entfremdenden Väter (Gardner, 1998, S. 156 ff.). Besonderheiten sind:

  • Es werden aus Zeitmangel spezielle Programmiersitzungen veranstaltet
  • Kleidung mit Flecken wird fotografiert und dem Kind gesagt: “Ich muss das fotografieren, um es dem Richter zu zeigen, dass die Mutter nicht richtig für euch sorgt.”
  • Die Mutter wird gegen 17 statt zum Schulschluss um 15 Uhr an die Schule bestellt und wird vom Sohn begrüßt: “Du kümmerst dich nicht um mich, kommst immer zu spät, wahrscheinlich warst du mit deinem neuen Freund im Bett.”
  • Den Kindern wird erzählt: “Sie behandelt euch wie ein Stück Scheiße und merkt gar nicht, was sie euch antut”; das ältere Kind wird angehalten: “Deine Aufgabe ist es, die anderen vor ihr zu schützen.”
  • Die Fantasie wird angeregt durch Andeutungen wie: “Ich könnte dir Sachen über die Mama erzählen, da würden dir die Haare zu Berge stehen, aber ich gehöre nicht zu der Sorte, die den anderen Elternteil vor den Kindern kritisiert.”
  • Als sich der Gutachter mit der Mutter vor dem Gerichtssaal Sabrina nähert, klammert sie der Vater und sagt: “Keine Angst Sabrina, ich pass auf dich auf.” Zu beiden gewandt: “Wenn ihr nicht verschwindet, hol ich die Wache!”
  • Dem neuen Partner der Mutter wird vorgeworfen, “Analsex mit dem Jungen gehabt zu haben”. Während des Gottesdienstes (Beispiel aus den USA!) geht der Vater vor den Altar und bittet die Gemeinde, für seinen Sohn zu beten, da er vom Freund der Mutter sexuell belästigt würde.
  • Ein Vater ließ die Kinder Kriegslieder singen, sammelte Militärandenken, machte Militärübungen mit ihnen und ließ sie die Mutter angreifen. Auf Anrufe der Mutter, damit aufzuhören, sollten sie einfach nicht reagieren.
  • Als die Kinder ihre Mutter trotzdem weiter besuchen wollten, nachdem der Vater das Sorgerecht erhielt, rief der Vater demonstrativ die Mutter an und kündigte (fiktiv) an, der Junge werde sogleich vorbeikommen. Der Vater setzte den Jungen auf dem Weg zur Arbeit an der Tür der Mutter ab, die gar nicht anwesend war. Das Kind bekam Panik, lief zu Nachbarn, beschimpfte die später zurückkehrende Mutter als Lügnerin und wollte sogleich zum Vater zurückgebracht werden.
  • Ein anderer Vater erklärte den Kindern, die Mutter habe sie an ihn verkauft, zeigte als Beleg dafür Unterhaltsschecks der Mutter vor. Zur Mutter sagten die Kinder: “Du bist nicht länger unsere Mutter, du hast uns an den Vater verkauft!”

Gemeinsames Ziel der verschiedenen Entfremdungstechniken ist es, die emotionalen Bindungen des Kindes an den aE zu zerstören. Retrospektive Befragungen beider Eltern ergeben meist, dass vor Beginn der Umgangs- bzw. Sorgestreitigkeiten das Kind die für eine sog. sichere Bindung typischen Reaktionen (vgl. Bowlby, 1975) flexiblen Explorierens und freudiger Begrüßung bei der sog. Wiederannäherung nach Trennung zeigte und beim Weggang der Bindungsperson Nachlaufen, -blicken, Trauer etc. Zum Untersuchungszeitpunkt sind bei Fällen mit einem Entfremdungssyndrom dagegen sowohl gegenüber dem aE wie auch beim eE die Merkmale unsicherdistanzierter (Ignorieren, keine oder unmerkliche Begrüßungsund Trennungsreaktionen) oder desorganisierter Bindung (z.B. bizarres Verhalten, Hinfallen, Selbstverletzungen) anzutreffen.

Vor dem Hintergrund der Entfremdungstechniken im Zusammenhang mit dem Sorgerechts- oder Umgangsproblem wird deutlich, dass der Begriff “Elternstreit” (parental conflict) hier fehl am Platze ist: Der Elternteil, der das Kind an sich gebracht hat oder bei dem es vor der Trennung lebte, tritt nun aktiv als Angreifer auf, der aE gerät aufgrund fehlender Rechtsposition oder Durchsetzbarkeit in eine Opferrolle, sein Streitbeitrag resultiert zunehmend aus (reaktiven) Frustrationen. Der Entfremdungsdynamik entspricht damit weniger ein Streit-Paradigma, sondern eine Täter-Opfer-Beziehung.

2 Zum Persönlichkeitstyp entfremdender Elternteile und zu den Entwicklungsrisiken betroffener Kinder

Wenn im Weiteren die Person des eE thematisiert wird, soll damit keine Gleichung vom Typ “eE ist krank – aE ist gesund” und damit ein Gewinner-Verlierer-Modell (Lund, 1995) suggeriert werden, sondern lediglich der den Entfremdungsprozess vorantreibende und damit das Kindeswohl schädigende Elternteil in den Mittelpunkt gestellt werden. Die Frage nach den Persönlichkeitsstrukturen der aE, der Partnerwahl und Beziehungsdynamik bleiben eigenen Studien vorbehalten.

2.1 Entfremdendes Verhalten als Ausdruck einer Borderline-Persönlichkeitsstörung

(Borderline Personality Disorder, BPD)

Bei näherer Betrachtung der unter Punkt 1 phänomenologisch und psychodynamisch imponierenden Erlebens-, Denk- und Verhaltensmuster entsprechen die Selbst- und Fremdbeschreibungen von eE, deren Kinder mittlere bis schwere Entfremdungs-Symptome aufweisen, den Merkmalen und der Psychodynamik der Borderline-Persönlichkeit. Die Symptombeschreibungen von Borderline-Persönlichkeiten durch verschiedene Autoren überschneiden und ergänzen sich gegenseitig:

  1. Eine der ersten Beschreibungen von BPD stammt von Stern (1938), der Narzissmus (überhöhtes, aufgeblähtes Selbstbild), geringe Frustrationstoleranz bei Stress, Überreaktionen bei milder Kritik bis hin zu paranoiden Reaktionen, Projektion als Abwehrmechanismus (an allem was schief geht, ist jemand anders schuld) und Unfähigkeit, Routine und Regelmäßigkeit zu ertragen, beschrieb.
  2. Grinker et al. (1968) betonen Ärger als Hauptemotion, wenige persönliche Beziehungen, chronische Depression; Kernberg (1967) das falsche Ego (fassadäre Persönlichkeit) und die Spaltung in gute und böse Objekte (jemand ist “nur gut” , der/die andere “nur schlecht”).
  3. Nach dem psycho- und gruppendynamischen Ansatz (Ammon, 1979, S. 327 ff.) ist der Borderline-Patient nur schwer als psychisch krank zu erkennen, er funktioniert in der Arbeitswelt oft gut, kann mit sich selbst jedoch wenig anfangen, er hat ein Gefühl der inneren Leere, Verhaltensweisen können wie bei einer multiplen Persönlichkeit innerhalb weniger Stunden wechseln. Zwei Haupttypen werden unterschieden: der Depressive mit Hunger nach Beziehungen und der Schizoid-Zurückgenommene, der sich von Bezugspersonen eher gestört fühlt, hat häufig wechselnde Partnerschaften; in seiner Kindheitsgeschichte wurde nicht mit ihm, sondern über ihn gesprochen, das Familienleben ist an äußeren Maßstäben (Geld, Erfolg, Schulnoten) ausgerichtet. Ein Defizit an Fürsorge und Liebe und eine repressiv-autoritäre und aufs Äußere bedachte Erziehung (Regeln, Grenzen setzen) zeichnen die ersten Lebensjahre späterer Borderline-Persönlichkeiten aus. Andererseits sind die sog. sekundären Ich-Funktionen wie Sprache, Denken, Gedächtnis und Intelligenz bei Borderline-Störungen oft gut ausgeprägt (vgl. Ammon, 1979, S. 334). Dem Kind wird jedoch unbewusst ein Wahrnehmungs- und Kontaktverbot vermittelt, welches es am Verlassen der Symbiose mit der Mutter hindert (vgl. “narzisstischer Missbrauch”). Es darf “die Realität nur mit den Augen der Mutter wahrnehmen, d.h. im Sinne der Bedürfnisse der Mutter”. Stimmungsmäßig ist ein Umkippen fantasierter Omnipotenz in tiefe Minderwertigkeitsgefühle bei Konfrontation mit der Realität zu beobachten; Versuche von eE, die Umgebung zu lähmen, Eindeutigkeit und Klärung zu vermeiden, sind im Rahmen von Beratungs-, Therapie- und Gerichtssituationen häufig zu beobachten.

    Mangels eigener Identität leihen sich Borderline-Persönlichkeiten denkerisch die jeweilige Position von anderen: “Der Borderline-Patient projiziert eigene Gefühle, Ängste und Probleme auf andere Menschen und verhält sich dann entsprechend seiner projektionsbedingten Realitätswahrnehmung.” (Ammon, 1979, S.335) Dieser Umstand zeigt sich nicht nur in Diskussionen, die jeweils streng spiegelbildlich verlaufen, sondern auch in den Akten der Familiengerichte, wo in den Anwaltsschreiben objektivierbare Argumente gegen den eE als dessen eigene Argumente umfunktioniert und (in einem zirkulären Prozess endlos) weiterverwertet werden.

    Nach Masterson (1980) werden von BPD-Eltern bereits in der Separations-, Individuationsphase (18.-36. Lebensmonat) regressive Verhaltensweisen des Kindes belohnt. Da der eE nur formal (Versorgung), jedoch nicht emotional für das Kind verfügbar ist, fehlt ihm ein gefühlsmäßiger und kognitiver Spiegel, Selbst- und Objektrepräsentanzen differenzieren sich nicht aus, es imponieren zeitweise tranceartige Zustände. Da die Integration “guter” und “böser” Objektrepräsentanzen misslingt, kann das Kind auch keine Objektkonstanz aufbauen, es wirkt weinerlich und abhängig von der gerade anwesenden Person. Die für eE typische Infantilisierung des Kindes äußert sich auch darin, dass es für einen eigenen Willen unreif und generell als entscheidungsunfähig angesehen wird, eine emotional begründete Präferenz zu äußern, bei wem es z.B. nach der Trennung lieber leben möchte.

  4. Die am häufigsten verwandte Symptomliste ist das DSMIV (American Psychiatric Association, 1994) mit neun Leitsymptomen:
    1. Große Anstrengungen, Verlassenheit zu vermeiden (Verlassenheitsängste auch nach Kurzzeitkontakten, Panik, wenn jemand zu spät kommt)
    2. Instabile und intensive persönliche Beziehungen (rascher Wechsel von anfänglicher Idealisierung zu Abwertung)
    3. Identitätsverwirrung und instabiles Selbstbild (plötzliche Änderungen im Selbstbild, Wertungen, Zielen, Meinungen; Gefühl, “schlecht” zu sein, gar nicht zu existieren (insbesondere in Situationen ohne Partnerbeziehung und Unterstützung)
    4. Selbstschädigende Impulsivität in zwei Bereichen (z.B. Verschwendung, Sexualität, Drogenmissbrauch, gefährliche Fahrweise)
    5. Suizidale und Selbstverstümmelungs-Tendenzen
    6. Affektive Instabilität (dysphorische Grundstimmung wechselt mit Ärger, Panik, Verzweiflung, Depression)
    7. Chronisches Gefühl der Leere (dauernde Suche nach Beschäftigungen)
    8. Unangemessener Ärger (Wutausbrüche, physische Auseinandersetzungen, insb. Bei Vernachlässigung durch Liebhaber, Sorgeperson)
    9. Stressabhängig paranoide oder dissoziative Symptome

Im Rahmen von Sorgerechts- und Umgangsstreitigkeiten ist das Vorliegen der Borderline-Symptome und –Psychodynamik mit den Abwehrmustern der Projektion, Spaltung, Verleugnung und anfänglicher Idealisierung bei den eE anhand folgender Merkmale zu erkennen:

  • den Erlebensbeschreibungen aus der Vorgeschichte der Beziehung
  • den Hauptkonflikten während der Beziehung (“ewiges Hin und Her”, Kommunikationsstörungen, Gewaltepisoden)
  • den Ausführungen zum Trennungsprozess (“Angst”, “Gewalt”, fehlende Selbstkritik)
  • em Erziehungsstil (anpassungs- und regelorientiert)
  • den Beschreibungen der “Defizite” des aE (“kümmerte sich nicht genug um mich”)
  • den (irrationalen) Begründungen für Umgangsboykott oder Ausgrenzung des aE
  • der Beschreibung der Beziehung des eE zum Kind (“Schmusen”, “findet mich gut”, narzisstische Bestätigung)
  • Der Kommunikationsstil mit dem Kind entspricht dem “double-bind”-Muster: Das Kind wird tendenziell handlungsunfähig bzw. im ‚eigenen Willen’ verunsichert, wenn ihm auf zwei Kommunikationskanälen widersprüchliche Botschaften vom eE gesandt werden, z.B. verbal: “Ich ware die Letzte, die xy den Umgang mit dem Vater verwehren würde” oder: “Wenn du willst, kannst du deinen Vater jederzeit anrufen”. Nonverbal: Ärgerliche Reaktionen bei Anrufen oder Schweigen beim Thema aE, Weinen und Verstimmtheit des eE bei Übergaben des Kindes an den aE.

Testpsychologisch fanden Siegel und Langford (1998) im MMPI-2 beim Vergleich mit einer unauffälligen Kontrollgruppe bei 34 weiblichen alienators signifikant erhöhte Kund niedrigere L-Skalenwerte, d.h. ein Bestreben, als möglichst fehlerlos und ohne emotionale Probleme zu erscheinen. Zuzuordnende Abwehrmechanismen sind Projektion, Verleugnung und Spaltung. Eine geringe Bereitschaft, mit dem anderen Elternteil und zum Wohle eines Kindes zu kooperieren, fanden auch Ehrenberg et al. (1996) bei Eltern mit narzisstischen Störungen. Die Skalenwerte deuten auch auf einen Spaltungsmechanismus dergestalt hin, dass sich der entfremdende Elternteil als nur gut, den anderen Elternteil als nur schlecht darstellt.

Das PAS-Merkmal fehlende Ambivalenz beim Kind stellt offensichtlich eine Übernahme dieses Persönlichkeitsmerkmals des entfremdenden Elternteils dar: Die K- und L-Skalenwertverteilung der alienators verweist auf ein niedriges Strukturniveau, eine Tendenz zur Verleugnung und Realitätsverzerrung (vgl. Green, 1991; Graham, 1993) und deutet die Nähe zu Suchtpersönlichkeiten an.

Die Schwierigkeit, eE als Borderline-Persönlichkeiten zu erkennen, besteht wie bereits erwähnt in deren chamäleonhafter Anpassungsfähigkeit, sie sind redegewandt und “normaler als normal”, fühlen sich erst in dem Moment bedroht, wenn die Beziehung des Kindes zum anderen Elternteil thematisiert und auf den Kontakt des Kindes zum anderen Elternteil als ein Recht des Kindes aufmerksam gemacht wird.

Die für eE typische Distanzlosigkeit und das Saugende im Kontakt mit ihnen, ihre abstrakt-entseelte Sprache (“immer”, “nur”) und Unfähigkeit zu selbstkritischer Reflexion sind auch charakteristisch für Suchtverhalten, das das Leeregefühl reduziert (vgl. Heigl-Evers et al., 1992, S. 12 ff.). Anstelle eines Suchtstoffes ist es hier das abhängige Kind, das dem eE ein grandioses Selbstgefühl verschafft, mit dem er seine Selbstunsicherheit kompensiert und das ihm Selbstbestätigung sichert. Wird eE durch Kontaktansprüche des aE (Umgang, Sorgerecht) das Suchtmittel Kind auch nur zeitweilig entzogen, reagieren sie ebenso panikartig und mit vegetativen Begleitsymptomen wie Drogenabhängige in der Entzugsphase.

Spezielle Forschungen zu Struktur und Dynamik in den Herkunftsfamilien der entfremdenden Elternteile sind noch selten. Bei Vergleichen von kinderentführenden (abductors) und den zurückgebliebenen (left behind) Elternteilen fanden Johnston und Girdner (2001) bei den abductors folgende Merkmale:

  • Verleugnen des Wertes des anderen Elternteils für das Kind, nur sie selbst wissen, “was gut für das Kind ist”.
  • Die Kinder sind meist zwischen 2 und 3 Jahre alt, leicht mitzunehmen, sie zeigen keinen verbalen Protest, können sich anderen nicht mitteilen.
  • Die Entführer/-innen erfahren Unterstützung von ihrer Familie, Freunden und kultähnlichen Gruppen.
  • Ihre (illegalen) Aktionen werden nicht als moralisch verwerflich betrachtet, nicht einmal bei gerichtlichen Anhörungen.

Es ließen sich zusätzlich sechs Risikotypen identifizieren:

  1. Eltern, die bereits glaubhafte Androhungen von Entführungen gemacht haben oder den Umgang behinderten, besonders wenn sie arbeitslos und ohne emotionale Bindungen am Wohnort sind und bereits hohe Geldbeträge abgehoben haben.
  2. Wenn ein Elternteil Missbrauchsvermutungen äußert und ernsthaft glaubt, der andere Elternteil vernachlässige oder missbrauche ein Kind. Es wird dann versucht, das Kind durch Umgangsbehinderungen oder Entführung zu “retten”.
  3. Paranoide Wahnbildungen über den anderen Elternteil, z.B dass dieser mit dem Kind Gehirnwäsche betreibe. Ferner Gefühle, früher betrogen und ausgebeutet worden zu sein, Rachegefühle.
  4. Vorliegen psychopathischer Züge, Selbstbezogenheit, hochgradig manipulativer Umgang, Überzeugung eigener Überlegenheit, meist vor dem Hintergrund häuslicher Gewalt in der eigenen Kindheit. Das Kind kann nicht als eigenständiges Wesen wahrgenommen werden, sondern als Instrument der Rache oder als Trophäe.
  5. Wenn eine binationale Ehe geschieden wird bzw. Partnertrennung vorliegt, intensive Bindungen an eine Großfamilie im Heimatland bestehen und dieses idealisiert wird.
  6. Eltern ohne Kenntnisse der Rechtslage; mit schlechten Vorerfahrungen mit Familiengerichten; Angehörige ethnischer Gruppen mit speziellen Erziehungsidealen; außereheliche Mütter mit kurzem Kontakt zum Vater betrachten das Kind als exklusives Eigentum; Opfer tatsächlicher häuslicher Gewalt seitens des anderen Elternteils.

Insbesondere die Merkmale zu 1, 2, 5, 6 ergänzen diejenigen zur Borderline-Persönlichkeit und ermöglichen eine recht sichere Einschätzung, ob man einen Risiko-Elternteil vor sich hat, der beabsichtigt, ein Kind zu entfremden oder zu entführen.

2.2 Narzisstischer Missbrauch

Wie bereits erwähnt ist für die Borderline-Persönlichkeit ein Gefühl innerer Leere typisch, das mit dem allgegenwärtigen Bestreben kompensiert wird, Bestätigung und narzisstische Zufuhr zu erhalten, weshalb der entfremdende Elternteil sich an das Kind wie ein Ertrinkender an einen Strohhalm klammert. Heyne (1993) charakterisierte die für ein Kind daraus resultierende Psychodynamik treffend als narzisstischen Missbrauch und schildert anschaulich die Verhaltens- und Erlebensweisen:

“Hierunter verstehe ich Beziehungskonstellationen zwischen Mutter und Kind, in denen die Befriedigung der narzisstischen Bedürfnisse der Mutter unter Ausnutzung der Abhängigkeit des Kindes im Vordergrund steht. Narzisstisch ausbeuterische Beziehungen zeichnen sich durch ihren symbiotischen Charakter aus: Das Kind ist sozusagen ein von der Mutter geschaffenes ‚Ding’, das sie wie einen unabgegrenzten Teil ihrer selbst erlebt, über den sie beliebig verfügen kann. Sie kann das Kind nicht als eigenständiges Wesen wahrnehmen und in seiner Eigenart anerkennen; statt dessen stülpt sie ihm narzisstische Bedeutungen über, die auf ihre eigene Person bezogen sind; sie idealisiert das Kind und spricht ihm Eigenschaften und Verhaltensweisen zu, die allein ihren Vorstellungen darüber, wie das Kind sein sollte, entspringen. Das Kind hat in einer solchen Beziehung die Aufgabe, das als mangelhaft empfundene Ich der Mutter zu vervollständigen und das ‚Loch im Ich’ der Mutter wie eine Plombe zu füllen. Zuwendung erfährt es nur, insoweit es den Erwartungen der Mutter entspricht. Autonomiebestrebungen des Kindes werden unterbunden, bestraft und mit der Erzeugung von Schuldgefühlen belastet bzw. nur soweit zugelassen, wie sie im Dienste der mütterlichen Bedürfnisbefriedigung narzisstisch ausbeutbar sind. Jedes Abweichen von den Erwartungen der Mutter wird von ihr als verletzender oder aggressiver Akt, als Ausdruck der Verrats empfunden. Innere wie äußere Trennungen aber müssen um jeden Preis vermieden werden. Daher entbrennt ein Machtkampf nicht nur hinsichtlich des Verhaltens des Kindes, sondern auch hinsichtlich der Kontrolle seiner Gefühle und Gedanken. Die Mutter ist davon überzeugt, das Kind besser zu kennen, als es sich selber kennt. Besser als das Kind meint sie zu wissen, was es wirklich denkt, fühlt, will und braucht und was es demzufolge zu denken, zu fühlen, zu wollen und zu tun hat. Es reicht ihr aber nicht aus, wenn es sich ihren Erwartungen lediglich beugt: Es soll selber wollen, was es soll, sich also ganz und gar mit dem Bild, das sie von ihm entworfen hat, identifizieren, und sei es ihm auch noch so wesensfremd. Negative Gefühle wie Verletztheit, Ärger, Wut und Haß sind dem Kind nicht bzw. nur insoweit, als sie auch für die Mutter einen Zweck erfüllen, gestattet, da sie eine Art von Abgrenzung darstellen, die Konflikt und damit zumindest vorübergehend innere Trennung mit sich bringt. Hinsichtlich eigener Gefühle und Bedürfnisse unterliegt das Kind einem regelrechten Denk- und Wahrnehmungsverbot, und da es sie weder wahrnimmt noch zum Ausdruck bringen darf, erlebt es diese Gefühle als nicht zu sich gehörig und insofern als unwirklich. Irgendwann wird es sie schließlich gar nicht mehr identifizieren können; statt dessen wird es fühlen, was es meint fühlen zu müssen, und diese fremdbestimmten Regungen wird es mit authentischen Gefühlen verwechseln …”

Da das Kind wie ein lebendes Antidepressivum mittels Rollenumkehr (Parentifizierung) die emotionale Leere des eE ausfüllt, entstehen bei ihr/ihm Therapiemotivation und Leidensdruck erst, wenn die symbiotische Bindung an das Kind durch einen gesicherten Umgang mit dem anderen Elternteil aufgelockert ist und die Verlustangst unmittelbar gespürt werden kann. Jedes Mitagieren mit den Ausgrenzungsabsichten des entfremdenden Elternteils stellt hier einen behandlungstechnischen Kunstfehler dar und belastet das Kind weiter mit dem emotionalen Sog.

Als Theaterstück wurde die Geschichte eines narzisstischen Missbrauchs von August Strindberg im leider nur selten gespielten Stück “Mutterliebe” zwischen einer Mutter und ihrer Tochter dargestellt: Als der Vater, von dem die Tochter bisher nichts wusste, Kontakt zur Tochter aufnehmen will, zieht die Mutter alle Register der Manipulation der Tochter. Nach einem nicht leichten Kampf der Tochter mit der übermächtigen Mutter resigniert die Tochter und beschließt, das Leben nicht zu wagen und in der Abhängigkeit von der Mutter zu verbleiben.

2.3 Entwicklungsrisiken für Kinder von Borderline-Elternteilen

In den auf Mütter ausgerichteten empirischen Untersuchungen (die z.B. für allein erziehende BPD-Väter analog gelten dürften) wurden für die Kinder zahlreiche Risikofaktoren gefunden: Psychiatrisch zu erkranken, geringe Impulskontrolle, eigene BPD-Erkrankung, Aufmerksamkeitsdefizit-Störungen (Weiss et al., 1996), traumatische Eigenerfahrungen (Shachnov et al., 1997), negatives Familienbild (Gunderson, 1997), Irritierbarkeit, sexueller Missbrauch (James und Vereker, 1996). Von sozialen Unterstützungssystemen (z.B. Vater, Familie, Freundeskreis) abgeschnittene Familien (nach Trennung/Scheidung z.B. durch Wegzug in eine andere Stadt) erzeugen eher BPD (Corwin, 1996). In einer Untersuchung zur Mutter- und Vater-Kind-Interaktion fanden Bezirganian et al. (1993), dass mütterliches inkonsistentes Erziehungsverhalten das Auftreten oder Andauern einer BPD vorhersagt.

Kinder von Borderline-Persönlichkeiten haben im Vergleich zu einer Kontrollgruppe ein signifikant erhöhtes Risiko, ebenfalls an BPD, an Alkoholismus, affektiven Störungen und dissozialem Verhalten zu erkranken (Baron et al. 1985). Die Eltern von BPD-Kindern hatten signifikant höhere Raten an Psychopathologien, insbesondere Substanzabhängigkeiten, Depression und dissozialem Verhalten (Goldmann et al., 1993). Im Vergleich einer Gruppe von Borderline-Schulkindern zu einer Kontrollgruppe sprechen Guzder et al. (1996,1999) von cumulative parental dysfunction scores. Hauptrisikofaktoren waren physischer und sexueller Missbrauch, schwere Vernachlässigung (severe neglect), Familienzerfall (family breakdown), elterlicher Substanzmissbrauch oder Kriminalität (Guzder, 1996). Bei Mädchen finden sich eine geringere positive feminine Identifizierung, erhöhte Trennungsangst, Objekthunger nach männlichen Bezugsobjekten. Mit 63% Wahrscheinlichkeit entstehen psychologische Probleme wie Angst, Trauer, Phobien, Depression, mit 43% Aggressivität gegenüber den Eltern (Lohr et al., 1989); mit 30% eine deutlich niedrigere intellektuelle Leistung (Bisnaire et al., 1990), signifikant erhöhte Alkohol- und Drogengefährdung (Frost und Pakiz, 1990), geringes Selbstwertgefühl, vorzeitige sexuelle Betätigung (Parish, 1987; Kalter, 1987), negatives Vaterbild (Drill, 1986).

Kinder von Borderline-Müttern erwarten, dass sich Menschen ihnen gegenüber ebenso verhalten (Borderline-Übertragung), sie z.B. bei kleinen Ungeschicklichkeiten, dem Vertreten eigener Meinung oder Normübertretungen heftig zurückzuweisen. Als Erwachsene geben sie dann an, sich “wie Kinder zu fühlen, die vorgeben, Erwachsene zu sein”. Trotz durchschnittlichem äußerem Erfolg haben sie häufig das Gefühl, bestandene Prüfungen und Examen nur durch Betrug geschafft zu haben. Das basale Selbstwertdefizit des Borderline-Patienten wird äußerlich durch Überanpassung abgewehrt, innerlich fluktuiert das Selbstgefühl zwischen attraktiv, kompetent und sozial einerseits und hässlich, inkompetent, unsozial andererseits (Glickauf-Hughes und Mehlmann, 1998, S. 301).

Borderline-Mütter verursachen im Vergleich zu einer Kontrollgruppe (Mütter mit anderen Persönlichkeitsstörungen) für die Kinder häufigeren Wohnortwechsel, Schulwechsel, Gefährdung durch Substanzmissbrauch und Suizid, was das Risiko künftiger Psychopathologien der Kinder erhöht (Feldman et al., 1995). Als Risikofaktoren für BPD fanden Links et al. (1988) BPD bei den Eltern, Alkoholismus, affektive und antisoziale Persönlichkeitsstörungen. Nach der Studie von Shachnow et al. (1997) weisen die Mütter von BPD-Patienten hohe Raten an depressiven Störungen, die Väter hohe Raten an Substanzmissbrauch auf.

Borderline-Mütter fühlen sich von den Kindern überwältigt, ganz normale Bedürfnisse des Kindes erleben sie als Forderungen, auf die sie mit Ärger reagieren (Holman, 1985). Eigene Erregungszustände werden in das Kind projiziert, sie sind unfähig, das Kind vor traumatischen Stimuli zu schützen und Nähe/Distanz angemessen zu regulieren. Bei der Untersuchung von neun 5-7-jährigen Kindern fanden Danti et al. (1985), dass alle Kinder einfache Bedürfnisse nur mit hohem emotionalem Aufwand befriedigt bekamen: Sie drückten Bedürfnisse durch Verweigerung, aggressives Agieren, selbstverletzendes Verhalten und Rollenumkehr aus; sie zeigten Verlassenheitsängste, bewerteten sich selbst abwechselnd als gänzlich schlecht oder gänzlich gut. Ihr Verhalten wurde bei affektiver Stimulation desorganisiert, sie zogen sich in Fantasiewelten zurück.

Im Rahmen von familienpsychologischen Begutachtungen bei Sorgerechts- und Umgangsstreitigkeiten gewinnen Studien über das Vorliegen protektiver Faktoren eine praktische Bedeutung: Während früher davon ausgegangen wurde, dass “die Mutter eines jeden Borderliners selbst ein Borderliner war” (Masterson, 1972, S. 7), können nach neueren Studien Faktoren definiert werden, welche die Folgerisiken für das Kind mindern. Zunächst zeigen Borderline-Mütter unterschiedliches mothering, je nach Geschlecht, Geburtsreihenfolge, Temperament des Kindes und beider Eltern, sie können sich feinfühlig zeigen, ebenso jedoch auch die bekannten symbiotischen, missbrauchenden und misshandelnden Verhaltensweisen, welche meist hinter einer freundlichen Fassade verborgen auftreten. Glickauf-Hughes und Mehlmann (1998) untersuchten neun neurotische, Nicht-Borderline-Patienten, die sich mit Symptomen instabilen Selbstwertgefühls, Abhängigkeitswünschen und Depressionen – aber stabilem Selbstbild und sozial integriert – in einer Langzeitanalyse befanden. Sie beschrieben ihre Borderline-Mütter als gespaltene Personen – freundlich in einem Moment, wütend im nächsten – (“Dr. Jekyll und Mr. Hyde”), als klammernd, als mit Rückzug bestrafend (z.B. durch tiefes Schweigen), wenn sie autonome Impulse zeigten, oder sie befürchteten Selbstmord. Das Verhalten der Mütter wurde als nicht vorhersagbar, wütend, hilflos, brüchig, bedürftig und repressiv geschildert. Berichtet wurde ferner, dass eine Mutter zubiss, eine andere den Arm des Kindes brach, eine weitere ein Hühnerbein ins Gesicht der Tochter warf, als deren Freund beim Essen anwesend war.

Im Gegensatz zu Borderline-Patienten, welche symbiotischambivalent an ihre Mütter gebunden bleiben, gelang es allen neun Patienten tragfähige Beziehungen zu Personen wie Vater, Geschwister, Großeltern oder Freunden zu entwickeln, welche die von der Mutter nicht erfüllten Bedürfnisse teilweise ausglichen.

Diese protektive Fähigkeit:

  1. konnte sich bei ältesten Geschwistern entwickeln, die der Symbiose mit der Borderline-Mutter entkamen, wenn ein weiteres Geschwister geboren wurde.
  2. Sie war damit gekoppelt, die negativen Seiten der Mutter (Ärger, Unvorhersagbarkeit des Verhaltens) wahrzunehmen und sich davon zu distanzieren oder entgegengesetzte Verhaltensweisen oder Einstellungen zu entwickeln, welche Überlebensfunktion gewannen.
  3. Zusätzlich zur negativen Identifikation mit der Mutter hatten die Nicht-Borderline-Patienten alternative Rollenmodelle, vor allem Väter, die psychosozial kompetenter als die Mütter waren. Insbesondere im Kontakt zu Müttern, welche Probleme mit dem Loslassen und der Individuation der Tochter haben, benötigt diese den Vater, um die symbiotische Bindung zur Mutter aufzulösen und eine eigene Identität entwickeln zu können (“Thus, for children with mothers who have borderline characteristics, the father can serve a crucial developmental function and compensate, to some extent, for maternal pathology”; Glickauf-Hughes und Mehlmann, 1998). Der von Fthenakis (1988) zusammengefasste internationale Forschungsstand unterstreicht die protektive Wirkung des Kontaktes zum anderen Elternteil: Je mehr Kontakt ein Kind z.B. zum eigenen Vater (in geringerem Maße zu einem sozialen Ersatzvater) hat, desto weniger funktionsmindernd wirken sich Trennung/Scheidung auf fast alle psychologischen Funktionsbereiche (kognitiv, affektiv, Sozialbeziehungen, Selbstsicherheit, Sexualität, soziale Anpassung etc.) aus.
  4. Anstelle positiver Erfahrungen mit der Mutter gelang es den Nicht-Borderline-Patienten, sich Möglichkeiten positiven Selbstausdrucks (z.B. Sport, Kunst) und von Beziehungen zu imaginieren (using fantasy constructively) und umzusetzen. Diese Kinder erinnern positive Erlebnisse (z.B. Sandburgen bauen, Ballspielen, Malen, Ausflüge, Urlaube etc.). Obgleich diese Patienten auch Rollenumkehr (Parentifizierung) zeigten, gewannen sie hierüber Felder der Selbstbestätigung und Kontrolle über ihr Leben.
  5. Nicht zuletzt waren sie in der Lage, die schwierige Familiensituation reflexiv durch intellektuelles Verstehen zu bewältigen.

Wenngleich diese Kinder auch keine BPD entwickelten, zeigten sie doch klinische Störungen wie ängstliche Bindung, Pseudoreife, Parentifizierung, Angst vor Streit mit der Mutter. Die Angstbindung wurde vor allem durch Drohungen erzeugt, aus erzieherischen Gründen das Kind zu verlassen (Bowlby, 1975), viele Kinder erinnern äußerst erschreckende Rückzugsaktionen der Mütter (Trout, 1991).

Während in den Kindheitsgeschichten von Borderline-Persönlichkeiten bislang hauptsächlich physischer und sexueller Missbrauch, häusliche Gewalt und elterliche Charakterpathologien gefunden wurden (Beatson, 1995), sollte künftig auch den Vorgängen um elterliche Trennung und Umgangsboykott nach Trennung/Scheidung mehr Aufmerksamkeit gewidmet werden. Die vorliegenden Symptomlisten und Kriterien protektiver Faktoren erlauben es dem familiengerichtlichen Sachverständigen jedoch schon jetzt, im Einzelfall das jeweilige pathogene oder Kindeswohl-schädliche Potenzial recht genau zu erkennen und entsprechende Empfehlungen und Interventionen zu planen.

3 Interventionsgrundsätze

3.1 Soziale und normative Rahmenbedingungen

Voranzuschicken ist, dass die aus der Borderline-Dynamik entspringenden Entfremdungstechniken nur dann ihre volle Wirksamkeit entfalten können, solange

  • allgemein verfügbare Ideologien und Rechtfertigungen bestehen, wie z.B. männer- und väterfeindliche Ideologien, bestimmte Erziehungsideale, Mütterlichkeits-Mythos etc.;
  • entfremdendes Verhalten von Bezugspersonen/Institutionen toleriert oder unterstützt wird (z.B. Ärzte, Lehrer, Jugendleiter, Gerichte, Freundeskreis);
  • Gesetzesnormen, Rechtsauslegung und Gerichtspraxis entfremdende Praktiken bagatellisieren und ggf. Vorhandene Sanktionsmöglichkeiten nicht einsetzen.

Strategien, die in der Öffentlichkeit Unrechtsbewusstsein und Sensibilität für entführungsgleiche Kindesmitnahmen, Umgangsboykott und Ausgrenzungsbestrebungen eines Elternteils fördern und sanktionsbewehrte gesetzliche Standards sollten daher Priorität vor Empfehlungen zu individueller Beratungen haben. In Form verbindlich angeordneter Teilnahme an Eltern-Erziehungs-Programmen (parent education programs), wie sie in mehreren Staaten der USA bestehen, würde sowohl dem notwendigen direktiven Ansatz gegenüber eE entsprochen als auch ineffektiven Diskussionen vorgebeugt (vgl. 3.2). Die Teilnahme an derartigen Programmen (vgl. Biondi, 1996) sollte vor dem Scheidungsverfahren oder vor Umgangsbeschlüssen gerichtlich angeordnet werden können. Ein Beispiel: ”Connecticut legislation provides that the family division of the judicial department shall order any divorcing parent of minor child to attend a parenting education program.” Es umfasst z.B. Unterricht zu:

  1. Entwicklungsstufen von Kindern,
  2. Reaktionen von Kindern in der Scheidungssituation,
  3. Streitschlichtung,
  4. Richtlinien für die Besuchsregelung,
  5. Stress-Reduktion fürs Kind,
  6. kooperatives Planen (Biondi, 1996, S. 84).

Darüber hinaus könnten freiwillige Kurse von Rechtsanwälten, Ärzten, Richtern etc. den Eltern empfohlen werden.

3.2 Individuelle Interventionen und Beratung

Bei Beratungsgesprächen, gegenüber Ärzten, Lehrern oder bei gerichtlichen Anhörungen stellen sich eE in sehr spezifischer Weise dar, um sich Zustimmung zu sichern und sie in ihr realitätsverzerrtes Netzwerk gegen den aE einzubinden: Sie sprechen wenig (die angeblichen Tatsachen sollen statt ihrer sprechen), sie wirken bedrückt und erzeugen Impulse, sie aufzumuntern; sie stellen sich als hilfsbedürftig, schwach, bedauernswert dar; der Blick wird tränenumflort, sobald das Thema auf den Kontakt des Kindes zum aE kommt, es setzen Weinkrämpfe ein und es werden absurde Besorgtheitsmotive geäußert, etwa das Kind “könne ohne den eE nicht auskommen, wenn es mit dem aE in Urlaub führe”. Die latente Botschaft jeder verbalen und nonverbalen Äußerung lautet, dass es dem eE und dem Kind besser ginge, wenn der aE nur aus ihrer Welt verschwände.

3.2.1 Psychodynamik/Gegenübertragung:

Bei Adressaten, die die Borderline-Psychodynamik als Hintergrund dieses Selbstdarstellungs-Szenarios beim eE nicht kennen und ihre Gegenübertragungsreaktionen nicht reflektieren, treten nun Schuldgefühle auf: Sie aktivieren einen Beschützerreflex gegenüber dem eE. Sie neigen dazu, der Verführung der vom eE suggerierten Problemlösung zu erliegen, und beginnen selbst, den aE auszugrenzen bzw. negativ zu bewerten (zum Problem ärztlicher Bescheinigungen siehe: Andritzky, 2002, 2002a). Per Identifikation mit dem eE entwickeln sie oftmals eine regelrechte Wut auf den aE. Aufgrund der massierten Präsentation von Opfermotiven durch den eE (Geschlagenwerden durch den aE, Angst vor dem aE, berufliche, finanzielle, Wohnungsprobleme, Verhaltensauffälligkeiten des Kindes, evtl. Missbrauchsvorwurf, aggressiv-forderndes Auftreten des aE) erliegen im sozialen Bereich Tätige (auch: Richter, Verfahrenspfleger) leicht dieser Verführung, die als Problemlösung anbietet, den aE als Ursache allen Übels auszugrenzen, anstatt das Kind zu schützen und gegenüber dem eE eine konsequent Grenzen setzende Haltung zu entwickeln.

In dem Maße, wie der Adressat den vom eE bei ihm induzierten Impulsen (Gegenübertragung) nachgibt und der eE sein gewünschtes Ziel erreicht (z.B. eine Krankheitsbescheinigung für das Kind am Umgangswochenende, einen Bericht des Jugendamtes, in dem der Umgang des aE abgelehnt oder das Sorgerecht für den eE empfohlen wird, ein für den aE negatives Sachverständigengutachten), wird das Kind dem emotionalen Missbrauch des eE weiter bzw. verstärkt ausgesetzt. Für alle Berufsgruppen, die mit eE zu tun haben, ist die Kenntnis der Borderline-Psychodynamik daher unerlässlich, um die genuinen Interessen des Kindes auf unbeschwerten Kontakt zu seinen beiden Eltern konsequent vertreten zu können. Dem Verführungspotenzial der vom eE angebotenen Problemlösung “Ausgrenzung des aE” erliegen vermutlich auch deshalb viele professionelle Akteure, da es den Anschein hat, der Fall könne damit kurzfristig gelöst werden: ein fataler Irrtum, da entweder ein Kind seelisch verkrüppelt auf der Strecke bleibt oder die Aktivitäten des aE nur weiter angeregt werden und neue Vorgänge geschaffen werden.

3.2.2 Gruppendynamik:

Die für Borderline-Persönlichkeiten typische Fähigkeit zum Spalten und zu gegenseitigem Ausspielen seiner Bezugspersonen erfordert eine enge Koordination zwischen den beteiligten Institutionen. Andernfalls geraten Sozialarbeiter, Lehrer, Kindergärtnerinnen, Richter, Ärzte etc. untereinander in Streit, nachdem der eE jedem Beteiligten eine andere Version eines Sachverhaltes berichtet hat. Die hohe Sensibilität des eE, ein in einer Situation erwünschtes Verhalten zu zeigen, und seine Verführungskünste, erzeugen beim Adressaten einen unangenehmen Druck in Momenten ja zu sagen, wo ihm sein spontanes Gefühl und gesunder Menschenverstand ein Nein eingeben, z.B. wenn als Begründung für einen Umgangsboykott ein triviales, aber szenischemotional aufgeladenes Argument vorgetragen wird (der aE “überfordere das Kind mit zuviel Aktionen”, es könne bei weniger Kontakt zum aE “auch noch andere Kontakte haben”). Nur ein fortwährendes Sich-bewusst-Halten solcher Gegenübertragungsempfindungen schützt davor, den Ansinnen des eE nachzugeben.

3.2.3 Interventionsansätze:

Manche Sachverständige und Therapeuten fördern den Entfremdungsprozess, indem sie empfehlen, den Kontakt aE/Kind aufzuschieben, bis via Psychotherapie beim Kind wieder positive Gefühle gegenüber dem aE auftauchen. Warshak (2000) vergleicht diese Einstellung damit, ein Kind mit Schulphobie so lange zu Hause zu lassen, bis es seine Angst überwindet. Der wichtigste Rat für einen aE sei es, möglichst rasch wieder regelmäßigen Kontakt zum Kind herzustellen. Es gibt keine Berichte erfolgreicher Behandlung von leichtem/mittlerem PAS, die nicht den wiederhergestellten Kontakt Kind – aE beinhalten (vgl. Dunne und Hendrick, 1994; Lampel, 1986; Gardner, 2001). Wie Lund (1995, S. 314) betont, ist es nach einem Kontaktabbruch äußerst unwahrscheinlich, die Beziehung über eine Einstellungsänderung wieder in Gang zu bringen. Diesen Umstand bestätigt eine Untersuchung von Karle und Klosinski (2000): Ein gerichtlich befristeter Umgangsausschluss bei Eltern, die sich in keiner Weise disqualifiziert hatten, führte in einem fünfjährigen Katamnesezeitraum in 90% der Fälle zu einem dauerndem Umgangsausschluss, d.h. mehrheitlich dem Verlust jeden Vaterkontaktes.

Neben dem Machtungleichgewicht zwischen aE und eE, der über das Kind verfügt, lässt das unaufrichtige und unkooperative Verhalten von eE auch Mediation, die vom eE meist abgelehnt wird, allenfalls als court-ordered or mandatory process (vgl. Vestal, 1999) sinnvoll erscheinen. Walsh und Bone (1997) warnen: ”Make no mistake about it: individuals with PAS will and do lie. They leave out … pertinent details or they maneuver the facts in such a manner to create an entirely false impression.” Auch Clawar und Rivlin (1991, S. 153) sehen eE als poor candidates for re-education and counseling an.

Die in Gerichtsbeschlüssen oder in Anhörungen gegebene Empfehlung an eE und aE, sich zunächst einmal in Beratung zu begeben und danach über Umgangs- bzw. Sorgerechtsregelungen weiter zu verhandeln, stellt daher einen folgenschweren Kunstfehler dar: Das Kind wird nicht nur weiter dem Einfluss des eE ausgesetzt, sondern dieser verstärkt sich auf vielfache Weise, da der eE nun ständig neue Tatsachen präsentieren möchte, aus denen der aE als Ursache für die Ablehnung des Kindes erkennbar wird. Konventionelle Psychotherapie und Beratung verstärken lediglich die Konfliktdynamik. Grundsätzlich müssen Interventionen beim eE aufgrund seines labilen Selbstwertgefühls stets von einem Gleichgewicht an sachlich-aufklärender Konfrontation und konsequenter Grenzsetzung einerseits und empathischer Wertschätzung seiner Person andererseits getragen sein.

Während bei nur leichten Entfremdungszeichen eine gerichtliche Umgangsanordnung ausreicht und in den seltenen schweren Fällen ggf. ein Sorgerechtswechsel indiziert ist, sieht Gardner (1999) bei der häufigsten mittleren Ausprägung als Voraussetzung für Therapien, dass der Therapeut Druckmittel anwenden kann, die Nichteinhaltung der Therapie mit gerichtlich verhängbaren Sanktionen verbunden ist, er mit direktiven Techniken vertraut ist und die volle Unterstützung des Gerichtes hat (full support of the court for the therapist‘s stringent and authoritarian methods). Druckmittel bei fehlender Kooperation des eE wären, dies dem Gericht mitzuteilen, Unterhaltskürzungen oder die Androhung eines Sorgerechtswechsels bis hin zu Hausarrest und Inhaftierung.

EE des mittelgradigen Typs wenden sich oft von selbst an einen Therapeuten, der ihre Zielsetzung bis hin zu einer Folie-à-deux-Haltung unterstützt (weibliche eE wenden sich oft an weibliche Therapeuten mit männerfeindlicher Einstellung, z.B. aus feministischen Netzwerken). Sofern auch ein Kind in derartige Therapien involviert wird, sollte dies nach Auffassung von Gardner(1999) gerichtlich unterbunden werden. Die Teilnahme an dem vom Gericht angeordneten Behandlungsangebot wird dagegen verweigert oder lediglich pro forma zugestimmt.

Der Therapeut sollte Verbündete aus dem sozialen (Familien-) Umfeld des eE finden (den eE unterstützende Familienmitglieder äußern ggf., sie wollten “da nicht mit hineingezogen werden”) und (von der Schweigepflicht entbunden) dem Gericht wichtige Erkenntnisse mitteilen können, z.B. wenn ungerechte Unterhaltslösungen zur Ablehnung des aE beitragen. Ferner sollte der Therapeut alle möglichen Quellen von Ärger, den der eE auf den aE projiziert oder an ihm abreagiert, auskundschaften. Umzugsabsichten sollten genau daraufhin untersucht werden, ob ihnen tatsächlich bessere Berufschancen oder der Wohnort einer neuen Liebe zugrunde liegt oder vielmehr eine Entfremdungsabsicht vorherrscht. In letzterem Falle sollte seitens des Gerichtes signalisiert werden, dass es dem Elternteil zusteht, frei seinen Wohnort zu wählen, die Kinder jedoch bei dem Elternteil/Ort verbleiben, der ihnen vertraut ist.

Bezüglich der Kinder müsse sich ein PAS-Therapeut zudem ständig vor Augen halten, dass die Kinder vor der Trennung eine gute und stabile Beziehung zum nun abgelehnten Elternteil hatten.

Wenn Kinder falsche Missbrauchsanschuldigungen vortragen, darf der PAS-Therapeut hierauf nicht eingehen, sondern muss sich vergegenwärtigen, dass das entfremdete Kind sie als Entschuldigung für Umgang mit dem anderen Elternteil benötigt (serve as an excuse for visiting with the victimized parent). Die Kinder können dann zum eE sagen, der Therapeut sei grausam, ungerecht, verrückt etc. Dasselbe gelte für gerichtliche Sanktionsandrohungen, ohne die ein PAS-Therapeut kaum effizient arbeiten könne. Wenn ältere Kinder zuerst dem Entfremdungsdruck erliegen und diesen an jüngere Geschwister (oft mit wörtlichen Formulierungen des eE) weitergeben (“Du kannst uns immer anrufen”), sollten entfremdende Geschwister getrennte Besuchstermine bekommen. Da der Loyalitätskonflikt in den Übergabesituationen bei Anwesenheit beider Eltern für das Kind am extremsten ist, erweist sich ein Setting als förderlich, wo das Kind vom eE abgegeben wird, eine kurze Zeit allein mit einem Betreuer verbringt und dann vom aE abgeholt wird.

EE bezeichnen die Versuche von Jugendämtern, Gerichten oder Sachverständigen, einen normalen Umgang mit dem aE einzurichten, gerne als Experimente. Für den Therapeuten ist dabei die Vorstellung einer notwendigen Deprogrammierung des Entfremdungsopfers hilfreich, wie sie bei Kult- und Sektenopfern angewendet wird. Ältere Kinder können dazu angeregt werden, sich bei den Besuchen beim aE ein eigenes Urteil darüber zu bilden, wieweit die vom eE ausgemalten Gefahren und Defizite des aE wirklich bestehen.

Gegenüber dem aE hat der Therapeut vor allem die Entfremdungsmechanismen eingehend zu erläutern und ihm angesichts einer vom eE und ggf. auch aversivem Verhalten des/der Kinder evozierten Wut eine neutrale Haltung und ein dickes Fell zu vermitteln, Anfeindungen eines Kindes nicht zu persönlich zu nehmen, sondern als Ausdruck des Spaltungsmechanismus zu verstehen. Sie können angeregt werden, mit den Kindern über alte Zeiten zu reden, positiv besetzte Orte aufzusuchen. Wenn aE nach vielfacher Frustrationen eine Polizeibegleitung zur Übergabe erbitten, bietet dies dem Kind einerseits die nötige ‚Entschuldigung‘, kann jedoch auch angsteinflößend wirken.

Wenngleich Gardeners pragmatische Tipps auf jahrelanger Erfahrungen im Umgang mit PAS-Familien basieren, ermöglicht erst ein psychodynamischer Ansatz flexible Interventionen. In Abgrenzung zu Interventionen kann beim eE eine längerfristige Therapiemotivation erst vor dem Hintergrund einer real veränderten Beziehungskonstellation und eines darüber aktivierten Leidensdrucks entstehen, da er dann weniger Möglichkeiten hat, seine eigenen Konflikte dem aE anzulasten und am Kind zu befriedigen. Wie eine Psychotherapie bei einem Alkoholiker erst nach der Entzugsphase indiziert ist, so ist die Psychotherapie bei eE erst dann erfolgversprechend, wenn er seine Gefühle innerer Leere und aufkommender Wut nicht mehr an Kind und aE ausleben kann.

Technisch gesehen geht es – wie bereits erwähnt – bei Interventionen und Therapie mit eE aufgrund ihrer Ich-Schwäche, geringen Frustrationstoleranz und Angst vor Kritik um ein ausgewogenes Verhältnis von grenzsetzender Bestimmtheit (Deklarationen – keine Diskussionen) und persönlicher Wertschätzung, da sich ansonsten der eE entzieht und eine Intervention/Therapie scheitert (Vestal, 1999). Hilfreich ist es, sich im Kontakt mit dem eE bewusst zu halten, dass es sich um in ihrem Selbstwertgefühl schwer gestörte Menschen handelt, um sich nicht von entgegenkommender Angepasstheit, gewandtem Ausdruck, Intellekt und scheinbar intakter Alltagsbewältigung (Arbeit, saubere Wohnung, keine Schulden) verführen zu lassen. Bei Interventionen im Rahmen von Umgangs- und Sorgestreitigkeiten bedeutet dies, dem Ansinnen des eE schon im Frühstadium dergestalt entgegenzutreten, dass ihm/ihr das Destruktive deutlich vor Augen geführt, das Unmoralische des Handelns betont wird und konsequente Sanktionen (Null-Toleranz) in Aussicht gestellt werden. Erfährt der eE keine Grenzsetzung von Institutionen oder sozialem Umfeld, erlebt er dies im Sinn einer Belohnung, die entfremdenden Strategien werden dann verstärkt fortgeführt und weitere Personen/Institutionen in das Szenario des eE involviert. Da Borderline-Persönlichkeiten zwischen Realität und ihren Gefühlen schwer zu unterscheiden vermögen, betont Masterson (1980, S. 106 f.) ein konsequentes, positives, an der Realität orientiertes Vorgehen, man dürfe den “projizierten Emotionen … keinen Raum geben und sie dadurch verstärken”. Andernfalls wird der Therapeut, Arzt, Richter oder Sozialarbeiter dazu gebracht, die vorgetragenen Gefühle mit der Realität zu verwechseln.

Ebenso wichtig ist der enge Austausch zwischen den Beratern/Therapeuten und dem Familiengericht, um Spaltungstendenzen vorzubeugen (Palmer, 1988). Techniken und Settings realitätsstrukturierender Borderline-Therapie bilden die unabdingbare Qualifikationsgrundlage für Berater, Sachverständige und Therapeuten im Umgang mit entfremdenden Eltern und den Kindern. Für die Bestellung interventionsorientierter Sachverständiger oder für Mitarbeiter/-innen an Jugendämtern und Elternberatungsstellen wäre insofern die Qualifikation als approbierter psychologischer Psychotherapeut ratsam bzw. der Nachweis ausreichender klinisch-psychiatrischer Erfahrung.

English summary

Behavioral patterns and personality structure of alienating parents: psychosocial and diagnostic criteria for intervention

This contribution examines behavioral patterns of alienating parents and the dynamics of their personality affecting childrens’ developmental chances. Knowledge of such factors allows psychotherapists, social workers, judicial personnel, judges, case workers, lawyers, teachers, kindergarten teachers, doctors, friends and neighbors early identification of alienating behavior following a separation/divorce. In cases that would require consistent limit-setting, alienating parents (because of their specific family- and personality dynamics) often engage professional helpers astonishingly effortlessly in the pursuit of their own goals and view of the parental strife. From a distance, and from the perspective of an uninvolved observer, the seemingly uncritical or helpless collaboration with the alienating parents’ ”tricks” and strategies is often incomprehensible. It can only be understood in context of a deeper understanding of the alienating parents’ personality- and family dynamics, and overcome through a philosophy of intervention that follows from this understanding. The main focus are behaviors that ultimately lead to a phenomenon that was introduced by Gardner (1998) as ”Parental Alienation Syndrome (PAS)”.

Hereby, some children, following the initial custody battle (often following a non-agreed-upon ”taking of the child”, visitation boycott and devaluation of the other parent), begin to refuse contact with the non-custodial parent and his/her familiar environment, for no apparent reason. They invent their own ”reasons” and stress that all this is of their ”own will”.

They present rather absurd reasoning, which they have taken over literally, from the alienating parent.

4 Literatur

1. American Psychiatric Association: Diagnostic and statistical manual. 4th edition.Washington DC: American Psychiatric Association, 1994

2. Ammon G: Das Borderline-Syndrom und das ich-strukurelle Arbeiten. In: Ammon G (Hrsg.): Handbuch der Dynamischen Psychiatrie. Bd.1. München: Reinhardt, 1979, 295-363

3. Andritzky W: The role of physician’s letters in the development of the Parental Alienation Syndrome. In: Gardner R (ed.): Handbook of the Parental Alienation Syndrome. 2002 (forthcoming) Andritzky W: Zur Problematik kinderärztlicher Atteste bei Umgangsund Sorgerechtsstreitigkeiten. Mit Ergebnissen einer Befragung. Kinder- und Jugendarzt 2002a (im Druck)

4. Baron M, Gruen R, Asnis L: Familial transmission of schizotypal and borderline personality disorders. Am J Psychiatry 1985; 142:927-934

5. Beatson JA: Long-term psychotherapy in borderline and narcissistic disorders. Aust N Z J Psychiatry 1995;29:591-597

6. Bezirganian S, Cohen P, Brook JS: The impact of mother child interaction on the development of borderline personality disorder. In: American Journal of Psychiatry 1993,150: 1836-1842

7. Bisnaire L, Firestone P, Rynard D: Factors associated with academic achievement in children following parental separation. Am J Orthopsychiatry 1990;60 (1): 67-76

8. Biondi ED: Legal implementation of parent education programs for divorcing and separating parents. Fam Conciliation Rev 1996;34 (1):82-92

9. Bowlby J: Bindung. Eine Analyse der Mutter-Kind-Beziehung, München: Kindler, 1975

10. Brown C: The impact of divorce on families. The Australian experience. Fam Conciliation Rev 1994;32 (2):149-167

11. Clawar SS, Rivlin BV: Children held hostage: dealing with programmed and brainwashed children. Chicago: American Bar Assoc., 1991

12. Corwin MD: Beyond the nuclear family: cultural dissolution and borderline personality disorder. Smith College Studies in Social Work 1996;66:147-161

13. Danti J, Adams C, Morrison T: Children of mothers with borderline personality disorders: a multimodal clinical study. Psychotherapy 1985;22:28-35

14. DIMDI (Hrsg.): ICD-10. Internationale statistische Klassifikation der Krankheiten und verwandter Gesundheitsprobleme. 10. Revision. Göttingen: Huber, 1994

15. Drill RL: Young adult children of divorced parents: depression and the perception of loss. Journal of Divorce 1986;10 (1/2)

16. Dunne J, Hendrick M: The parental alienation syndrome: an analysis of sixteen selected cases. Journal of Divorce and Remarriage 1994;21:21-38

17. Ehrenberg ME, Hunter MA, Hunterman ME: Shared parenting agreements after marital separation: the roles of empathy and narcissism. J Consult Clin Psychol 1996;62 (4):808-818

18. Feldman RB, Zelkowitz P, Weiss M, Heymann M, Vogel J, Partis J: A comparison of the families of mothers with borderline and non-borderline personality disorders. Compr Psychiatry 1995; 36:157-163

19. Fegert JM: Parental Alienation oder Parental Accusation Syndrome? Die Frage der Suggestibilität, Beeinflussung und Induktion in Umgangsrechtsgutachten. KindPrax 2001;1:3-6

20. Frost A, Pakiz B: The effects of marital disruption on adolescents: time as a dynamic. In: Am J Orthopsychiatry 1990;60(4):544-555

21. Fthenakis W: Väter. 2 Bde. München:dtv, 1988

22. Gardner RA: Judges interviewing children in custody visitation litigation. New Jersey Family Lawyer 1987;7(2):26-38

23. Gardner R: The Parental Alienation Syndrome: a guide for mental health and legal professionals. 2nd edition. NewYork: Creative Therapeutics, 1998

24. Gardner R: Recommendations for dealing with parents who induce parental alienation syndrome in their children. Journal of Divorce and Remarriage 1998a;28(3/4):1-21

25. Gardner R: Family therapy of the moderate type of parental alienation syndrome. American Journal of Family Therapy 1999;27:195-212

26. Gardner R: Should courts order PAS children to visit/reside with the alienated parent ? A follow-up study. Am J Forensic Psychol 2001;19(3):61-106

27. Gardner R: Does DSM-IV have equivalents for the parental alienation syndrome (PAS) diagnosis? 2002 (forthcoming)

28. Glickauf-Hughes C, Mehlmann E: Non-borderline patients with mothers who manifest borderline pathology. Br J Psychotherapy 1998;14(3):294-302

29. Goldmann SJ, D‘Angelo EJ, DeMasi DR: Psychopathology in the families of children and adolescents with borderline personality disorder. Am J Psychiatry 1993; 150:1832-1835

30. Graham JR: MMPI-2: Assessing personality and psychopathology. New York: Oxford Univ. Press, 1993

31. Green RL: The MMPI-2/MMPI: An interpretive manual. Boston: Allyn & Bacon, 1991

32. Grinker RR, Werble B, Dyre RC: The Borderline Syndrome. New York: Basic Books, 1968

33. Gundersohn JG, Lyoo KI: Family problems and relationships of adults with borderline personality disorder. Harv Rev Psychiatry 1997;4(5):272-278

34. Guzder J, Paris J, Zelkowitz P, Marchessault K: Risk factors for borderline psychology in children . J Am Acad Child Adolesc Psychiatry 1996;35:26-33

35. Guzder J, Paris J, Zelkowitz P, Feldman R: Psychological risk factors for borderline pathology in school-age children. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry 1999;38:206-212

36. Heigl-Evers A, Helas J, Vollmer HC: Eingrenzung – Ausgrenzung. Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 1992

37. Heyne C: Täterinnen- offene und versteckte Aggression von Frauen. Stuttgart: Kreuz 1993

38. Holman S:, A group program for borderline mothers and their toddlers. International Jour of Group Psychotherapy 1985;35:79-93

39. Jäckel K: Ein Vater gibt nicht auf. Die Geschichte eines gebrauchten Mannes. Reinbek: Rowohlt, 2001

40. James AC,Vereker CH: Family therapy for adolescents diagnosed as having borderline personality disorder. In: Journal of Family Therapy 1996, 18 (3): 269-283.

41. Walter Andritzky: Verhaltensmuster und Persönlichkeitsstruktur entfremdender Eltern (S. 166-182)

42. Johnston, J.R. und L.E. Campell, 1988, Children of divorce who refuse visitation. In: C.E. Depner und J.H. Bray (Eds.) Nonresidential Parenting: New Vistas in Family Living. London: Sage Publ.

43. Johnston JR, Girdner LK: Family abductors: descriptive profiles and preventive interventions. Juvenile Justice Bulletin 2001;1:1-7

44. Kalter N: Long-term effects of divorce on children: a developmental vulnerability model. Am J Orthopsychiatry 1987;57(4): 587-600

45. Karle M, Klosinski G: Ausschluß des Umgangs – und was dann? Zeitschrift für Jugendrecht 2000;9:343-347

46. Kernberg O: Borderline personality organization. Journal of the Psychological Association 1967;15:641-685

47. Klenner W: Rituale der Umgangsvereitelung bei getrenntlebenden oder geschiedenen Eltern. Fam RZ 1995;42(24):1529-1535

48. Kunkel G: Die Beziehungsdynamik im Familienrechtskonflikt. Untersuchung der Streitmuster bei strittiger elterlicher Sorge- und Umgangsregelung. Diss. Univ. Tübingen. Fak. für Sozial- und Verhaltenswissenschaften, 1997

49. Lampel A: Post-divorce therapy with high conflict families. The Independent Practitioner. Bulletin of the Division of Psychologists in Independent Practice 1986;6(3):22-26

50. Lampel, A: Children’s alignement with parents in highly conflicted custody cases. Family and Conciliation Courts Review 1996;34(2):229-239

51. Lehmkuhl U und G: Wie ernst nehmen wir den Kindeswillen ? KindPrax 1999;5:159-161

52. Links PS, Steiner M, Huxley G: The occurrence of borderline personality disorder in the families of borderline patients. J Pers Disord 1988;2:14-20

53. Lohr C, Mendell A, Riemer B: Clinical observations on interferences of early father absence in the achievement of feminity. Clinical Social Work Journal 1989;14(4)

54. Lund M: A therapist’s view of parental alienation syndrome. Family and Conciliation Courts Review 1995;33(3): 308-316

55. Masterson J: Treatment of the borderline adolescent. New York: Wiley, 1972

56. Masterson J: Psychotherapie bei Borderline-Patienten. Stuttgart: Klett-Cotta, 1980

57. Palmer NR: Legal recognition of the parental alienation syndrome. Am J Fam Ther 1988;16:361-364

58. Parish TS: Children’s self concepts: are they affected by parental divorce and remarriage. Journal of Social Behavior and Personality 1987;2(4): 559-562

59. Proksch R: Begleitforschung zur Umsetzung der Neuregelungen zur Reform des Kindschaftsrechtes. 1. Zwischenbericht Teil 1. Bonn: Bundesministerium für Justiz, 2000

60. Rogers M: Delusional disorder and the evolution of mistaken sexual allegations in child custody cases. Am J Forensic Psychol 1992;10(1):47-69

61. Salzgeber J, Stadler M: Beziehung contra Erziehung- kritische Anmerkungen zur aktuellen Rezeption von PAS. KindPrax 1998;6:167-171

62. Seiffge-Krenke I: Neuere Ergebnisse der Vaterforschung. Sind Väter notwendig, überflüssig oder sogar schädlich? Der Psychotherapeut 2001;46(6):391-398

63. Shachnow J, Clarkin J, DiPalma CS, Thurston F, Hull J, Shearin E: Biparental psychopathology and borderline personality disorder. Psychiatry: Interpersonal and Biological Processes 1997;60(2): 171-181

64. Siegel J, Langford JS: MMPI-2 validity scales and suspected parental alienation syndrome. Am J Forensic Psychol 1998;16(4):5-14

65. Solomon CR: A critical moment for intervention: after the smoke of battle clears and custody has been won. Journal of Divorce and Remarriage 1991;16(3/4):325-335

66. Sprünken DM: Die schmutzigsten Scheidungstricks und wie man sich dagegen wehrt. München: C.H. Beck, 2001

67. Stadler M, Salzgeber J: Parental Alienation Syndrome (PAS) – alter Wein in neuen Schläuchen? FuR 1999;4:231-235

68. Stern A: Psychoanalytic investigation of and therapy in the border of neurosis. Psychoanal Q 1938;7:467-489

69. Trout M: Perinatal depression in four women reared by borderlinemothers. Pre- and Perinatal Psychology 1991;5:297-325

70. Vestal A: Mediation and parental alienation syndrome. Considerations for an intervention model. Family and Conciliation Courts Review 1999;37(4):487-503

71. Waldron KH, Joanis DE: Understanding and collaboratively treating parental alienation syndrome. American Journal of Family Law 1996;10:121-133 (kein Zitat im Text)

72. Walsh MR, Bone JM: Parental alienation syndrome: an age old custody problem. Florida Bar Journal 1997;6:93-96

73. Warshak RA: Remarriage as a trigger of parental alienation syndrome. American Journal of Family Therapy 2000; 28: 229-241

74. Weiss B, Zelkowitz P, Feldman B, Vogel J, Heyman M, Paris J: Psychopathology in offspring of mothers with borderline disorder: a pilot study. Can J Psychiatry 1996;41(5):285-290

Verhaltensmuster und Persönlichkeitsstruktur entfremdender Eltern, Psychosoziale Diagnostik und Orientierungskriterien für Interventionen, Oktober 8, 2002, Publiciert in: Walter Andritzky: Psychotherapie 7. Jahrg. 2002, Bd. 7, Heft 2, CIP-Medien, München (S. 166-182)

Schlüsselwörter: Scheidung – Borderline – Intervention – Sorgerecht – Umgangsrecht – Entfremdungssyndrom

Keywords: divorce – borderline – visitation rights – intervention – parental alienation syndrome

Dr. Walter Andritzky, psychologischer Psychotherapeut und psychologischer Sachverständiger in Familiensachen, Kopernikusstr. 55 • 40225 Düsseldorf, T 0049.211.345627, F 0049.211.345628

Labels: ,

  •      

Jongerenrecht

Slecht opgeleid naar afghanistan

Ongeloof in seks voor het huwelijk

Vele doden bij Love Parade

Krappe bovenkamers duurder dan studiebeurs

Laura Dekker en rechten van jongeren in nederland

Moeders pap pot binding hindert jongeren bij vinden werk

Ex-moeders vaker gedaagd door justitie

Kinderrechten en de plichten van een arts

Opvoeden

Inhuren praktijk-docenten MBO uit bedrijfsleven

Dirk Janssen nederlandse jongeren vertegenwoordiger

Opvoeden van arrogant, regentesk populisme

Noodgebouwen basis onderwijs aanpakken

Ontbrekend in Kopenhagen waarop de wereld wacht

Generation Islam - Children of afghanistan and gaza

Foto materiaal LTO Nederland actie

Voortgezet onderwijs na een mindere basisschool

Jeugdzorg

Manifest privacy, rechtshulp en waarheidsvinding

Jeugdzorg in nederland, drama van de eerste orde

Manifest Jongleur over de schreef

Coalitie wil groei aantal uithuisplaatsingen stoppen

Leger des heils haalt bakzeil bij uithuisplaatsing

Herstel van gezinnen en goedkope hulp

Debat over wantoestanden bij jeugdzorg

Zorgen met betrekking tot jeugdzorg

Mysterie van jeugd zonder gezin op een rijtje

Dure feestjes van jeugdzorg

Gezondheid

Baby verlof voor vader naar minimaal twee weken

Snel afgeleide mensen zijn meer creatief

Plan voor behandelen benauwde Co-Ouders

Onderzoek sport voor vaderloze kinderen

Honderden kinderen gaan jaarlijks de separeercel in

Geef huisarts grotere rol bij probleemgezinnen

Handhaven

Jill Egizii: Effect change and get court judges

Stop gemeentelijke vervreemding van kinderen

Behoud van familieleven bij scheiden is feestje waard

Moeders vaker gedaagd door justitie

Strafbare onttrekking aan de ouderlijke macht

EénVandaag over handhaven omgangsregeling

Televisie discussie over zorgplicht van beide ouders

Rechter negeert vader rechten bij scheiding

Rechter overtreedt te vaak wet bij scheiding

Klachtencommissie: Informeren béide ouders

Klassieke Co-Ouder regeling

Muziek

Jeffrey zingt voor zijn vader

Marco Borsato - Dochters uit beklemming

Jeff van Vliet - 't Is niet mijn fout

Dio - Alles doen om het weer aan te maken

Lawineboys - Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben

Kinderen voor kinderen - Foto album - Willem Wilmink

Koen Wauters - Passie - Zie me graag

Kinderen voor kinderen - Ha ha ha je vader

Economie

Opbouwen met elkaar en financiëel kringlopen

Nieuwe kans op kwaliteiten spoorlijn A'dam-Groningen

Drie keer nadenken over kinderopvang

Toekomst gloort hoop tegen sociaal culturele achterstand

Stop gemeentelijke vervreemding van kinderen

Vrijheid deed haïtianen sociaal en economisch das om

De economie van haïti in drenthe

Noodhulp actie haïti heeft cholera ramp niet voorkomen

Ontbrekend in Kopenhagen waarop de wereld wacht

Moeders pap pot binding hindert jongeren bij vinden werk

Vader crisis en economie

Cijfers

Vaderen over nederland

Vaderverstoting in nederland

Problemen van kinderen in kaart met onderzoek

Moderne rolopvattingen en herleving sociale economie

Aanvragers van echtscheidingen

Cijfers van CBS over aantal scheidingen

Eerste proefschrift ouderverstoting goedgekeurd

Flitsscheiding beëindigde 30.000 relaties

Geld

Co-Ouders zijn kredietwaardig

Co-Ouders en fiscale regels voor de Benelux

Kinderbijslagplan voor gescheiden vaders

Omgangsregeling en naleven regelen in éen rechtszaak

Steeds meer fricties tussen mensen en traditionele justitie

Affectieschaden aanpakken

Relaties

CO-Ouder clubs online

Regionale justitie contactgegevens

Politiek 1.0

Eén op drie kinderen in problemen door scheiding

Collegevorming na raadsverkiezing drenthe

Ronald Palsterk over pvda verkiezingsnederlaag

Brief aan tweedekamer lid Fatma Koser Kaya van D66

Repressie

Politiebureau zet vader onder druk: 'afstand doen van kinderen'

Negatief advies welstandscommissie is vaag

Ongeloof in seks voor het huwelijk

'Kinderen van mensen die nooit getrouwd zijn geweest'

échte zoon van zijn éigen vader

Agente werpt steen door ruit bij redacteur Kind in de knel

Dissidente mensenrecht activist Cuba verhongert

Nicolaas Beugeling, vrouw en kind te Veenhuizen

Nobel Prijs Vrede naar mensenrecht activist Liu Xiaobo

Omgangsonrecht - het boek van Tjerk Bakker

Steeds meer fricties tussen mensen en traditionele justitie

Écht regelgeven 3.0

Manifest Integriteit van Co-Ouderen

In voorspoed en geluk vader zijn met levensgezel europa

Uitspraak vervangende toestemming erkenning

Belgische wet Co-Ouders bestaat 15 jaar

Brad Pitt trouwt pas als homo’s het óok mogen

Koppel alimentatieplicht en omgangsregeling

Fiscaal Co-Ouderen in de Benelux

Omgangsonrecht met kinderen na scheiden

Co-Ouder na scheiding is de norm in België

Claim na geruchtmakend Bolderkar drama

Open knowledge and freedom of communication
StatCounter geeft relevante overzichten
CSS validator test Tidy test
Een ánder Europa is mogelijk